Hoe succesvol zijn orgaantransplantaties op de langere termijn? De zogenoemde transplantaatoverlevingscurves (Kaplan Meier-curves) geven weer hoeveel procent van de getransplanteerde organen drie of vijf jaar na transplantatie nog goed functioneert.
Resultaten van transplantaties
Van de volgende organen zijn de grafieken beschikbaar:
Op dit moment wordt gewerkt aan een uitbreiding met hoornvliestransplantatie follow-up.
De grafieken zijn gebaseerd op de gegevens uit de NOTR (Nederlandse Orgaantransplantatieregistratie). Dit is een van de activiteiten van de divisie Orgaancentrum.
Uitleg bij de grafieken
Elke grafiek start op 100% met alle Nederlandse patiënten die zijn getransplanteerd in een bepaalde periode. De lijn begint daarna te dalen met elk orgaan dat op een bepaald tijdstip na transplantatie faalt. De hoogte van een curve laat het overlevingspercentage zien op een bepaald tijdstip.
Wanneer een patiënt overlijdt terwijl het orgaan nog functioneert, is deze niet langer van invloed op de hoogte van de lijn. Dit zou namelijk een vertekend beeld geven - het gaat bij deze cijfers immers uitsluitend over het falen van het getransplanteerde orgaan.
De vorm van de curve laat zien in hoeverre de risico's voor behandelde patiënten veranderen naarmate de tijd na hun transplantatie verstrijkt. Een lijn die eerst snel daalt maar daarna bijna horizontaal wordt, laat zien dat de risico's direct na de transplantatie relatief hoger zijn maar afnemen naarmate de tijd verstrijkt. Als een curve langzaam blijft dalen maar niet vlak wordt, dan betekent dit dat de risico's min of meer gelijk blijven.
Het aantal (N) patiënten dat in elke curve is weergegeven, staat tussen vierkante haakjes naast de grafiek (bijvoorbeeld [N= 116]).
Wat betekent dit voor de individuele patiënt?
Het percentage functionerende organen drie of vijf jaar na transplantatie geldt voor een patiëntengroep in het algemeen. De kans van slagen van een individuele transplantatie kan dus hoger of lager uitvallen dan het groepsgemiddelde. Die individuele kans is namelijk afhankelijk van extra factoren zoals de leeftijd van de patiënt en diens staat van gezondheid voor de transplantatie. Daarnaast zijn weefselovereenkomsten tussen donor en patiënt en donorgerelateerde variabelen (zoals leeftijd en type donor) van invloed. De behandelend specialist kan meer informatie geven over de individuele kans van slagen.
Praat met uw arts
Het is een goed idee uw arts om hulp te vragen bij het interpreteren van de grafieken en eventuele andere informatie die u bent tegengekomen. Uw arts kan u helpen de gegevens te begrijpen. Daarnaast kan uw arts verklaren hoe andere factoren de gegevens beïnvloeden en hoe deze op uw specifieke situatie van toepassing zijn.