In Nederland is het mogelijk om na overlijden (oftewel postmortaal) verschillende organen te doneren. Dit zijn de nieren, alvleesklier (pancreas), lever, longen, hart en dunne darm.
Op de website Donorvoorlichting.nl leest u alles over orgaandonatie, welke vormen er zijn, wat het inhoudt en hoe de registratie als donor in zijn werk gaat.
Rol NTS
De Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) is door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) als Orgaancentrum aangewezen. De NTS bemiddelt bij het ontvangen, typeren en vervoeren van organen van donoren. Ook wijst de NTS de organen toe aan geschikte ontvangers. De NTS heeft een deel van de de uitvoering van deze orgaancentrumtaken in handen gelegd van Eurotransplant International (ETI).
ETI verzorgt de internationale uitwisseling voor organen. Het werkterrein van ETI omvat Nederland, België, Duitsland, Luxemburg, Kroatië, Oostenrijk en Slovenië. Door de internationale uitwisseling is de kans groter een passend donororgaan te vinden voor een patiënt op de wachtlijst. Bovendien kunnen dankzij de internationale samenwerking hoogurgente patiënten en specifieke patiëntengroepen, zoals kinderen, beter worden geholpen.
Vormen van donatie die niet tot het werkgebied van de NTS behoren, zijn xeno-transplantatie (transplantatie van dierlijk weefsel), of transplantatie van bijvoorbeeld eicellen of beenmerg.
Algemene criteria en contra-indicaties orgaandonoren
De meest actuele criteria en contra-indicaties voor orgaandonatie zijn elders op deze website te vinden.
Donatie bij leven
Er zijn naast orgaandonatie na het overlijden andere vormen van donatie en transplantatie mogelijk, zoals donatie bij leven. Bij leven kan een nier of een deel van de lever worden gedoneerd. Dat kan plaatsvinden als familietransplantatie met een nauw verwante of met een altruïstische donor. Daarnaast kan donatie plaatsvinden via het door de NTS gecoördineerde cross-overprogramma.