Ga naar de inhoud

Ben jij al Donor? Ja - Nee

Afbeelding voor tijelijke vulling

Of dogs and men

De vroege geschiedenis van de transplantatiegeneeskunde zit vol wonderlijke gebeurtenissen, die helaas echter voor het merendeel in het vergeetboek zijn geraakt. Bekend gebleven zijn vooral de successen; maar zoals zo vaak in de wetenschap is vooruitgang juist geboekt door te leren van de mislukkingen. Ik maak een uitstapje naar de literatuur…

Van straathond tot man

In 1925 schreef de Russische arts/essayist Mikhail Boelgakov een satire over een arts, behorend tot de bemiddelde bourgeois elite (het was niet lang na de revolutie!) die gedwongen wordt andere kameraden in zijn fraaie woning te huisvesten. De arts experimenteert met transplantatie van organen (testikels en hypofyse) afkomstig van een geëxecuteerde misdadiger, en transplanteert die in een aangelopen straathond, genaamd Sjarik. Doel is om te zien of de organen een verjongende uitwerking hebben.

Desastreus resultaat

De operatie slaagt, maar het resultaat is desastreus! Sjarik transformeert volledig tot man. Hij kleedt zich, loopt rechtop, zijn staart valt af en hij krijgt een mannenlijf. Ook zijn gedrag verandert: hij steekt zijn handen in z’n zakken, krijgt een arrogante en zelfbewuste air over zich, rookt sigaren en valt vrouwen lastig. Kortom: hij neemt het misdadig karakter van zijn donor over (overigens reageert hij nog wel agressief op katten in zijn omgeving…). Sjarik spant bovendien met de andere kameraden samen om de arts uit zijn eigen woning te zetten. Dat wordt de arts te gortig en hij maakt de transplantatie ongedaan: Sjarik krijgt zijn eigen testikels en hypofyse weer terug, en verandert daardoor weer in de simpele straathond die hij was.

Miraculeuze verjonging

Het interessante van dit satirische verhaal is dat het zonder twijfel is gebaseerd op originele medische experimenten die in die tijd op verschillende plaatsen werden verricht. Zo was Boelgakov zeker bekend met de experimenten van de Fransman Alexis Carrel, die tussen 1901-1910 samen met de Amerikaan Charles Guthrie chirurgische technieken ontwikkelde om bloedvaten aan elkaar te verbinden (anastomose), maar ook proeven deed met orgaanvervanging in dieren. Hij transplanteerde in honden en varkens alle mogelijke organen (waaronder de nier) en endocriene weefsels, maar ook ovaria en testes. Doel was overigens niet zozeer orgaanfunctievervanging, maar vooral om te zien of de patiënt een miraculeuze verjonging onderging. Dit was een ware obsessie in de medische wetenschap in de tweede helft van de 19e eeuw.

Transplantatie-oervader 

Ook was Boelgakov bekend met het werk van de Oostenrijkse Hongaar Emerich Ullmann, die in 1884 in Wenen werkte bij de beroemde chirurg Theodor Billroth, en in Parijs met Louis Pasteur, maar terugkwam naar Wenen om zich helemaal te wijden aan de transplantatiegeneeskunde. Rond 1900 deed hij experimenten met transplantatie van alle mogelijke organen en weefsels, waaronder de dunne darm: Ullmann moet dan ook gezien worden als de oervader van de intestinale transplantatie. In 1902 deed hij de eerste geslaagde autotransplantatie bij een hond: hij transplanteerde de eigen nier van het dier naar de nek en sloot deze aan op de halsslagader en gedurende 18 dagen produceerde de nier urine! Ook experimenteerde Ullmann met xenotransplantatie (geit naar hond, en zelfs varken naar mens); toen dit jammerlijk mislukte stopte hij zijn transplantatie-experimenten.

Record

Een interessante vraag is of Boelgakov ook bekend was met de experimenten van de Nederlander (Leidenaar zelfs!) J.H. Zaaijer, die in 1908 een niertransplantatie (autoloog) uitvoerde bij hond Piet (!). Piet leefde nog 6 jaar nadat zijn linkernier verplaatst was naar de linkerlies en zijn rechternier was verwijderd. Zaaijer had daarmee in die tijd een absoluut record (er was nog geen Guinness Book of Records). Intrigerend is of Boelgakov in de tijd dat hij de satire schreef al wist van het werk van de Oekraïnse chirurg Voronoy, die uiteindelijk in 1933 en daarna enkele opmerkelijke experimenten met niertransplantatie bij de mens deed (Voronoy wordt tegenwoordig gezien als grondlegger van de niertransplantatie, maar tot ongeveer 1950 wist praktisch niemand in West-Europa daar iets van). Het verhaal van Voronoy is zo interessant dat ik daar nog een keer op terugkom.

Ethisch perspectief

Bij al deze opmerkelijke experimenten en geschiedenissen zijn wel enkele kanttekeningen te maken vanuit ethisch perspectief. Had er in die pionierstijd in de betreffende ziekenhuizen een medisch-ethische commissie bestaan, of kende de geneeskunde een ethische wetenschaps gedragscode, dan zouden deze experimenten zeker zijn afgekeurd en was de transplantatiegeneeskunde wellicht in de kiem gesmoord (althans tijdelijk). Nergens in de beschrijving van deze experimenten staat te lezen wat de patiënt er van vond, of hij toestemming gaf, of dat men oog had voor de positie van het dier in deze ingrijpende experimenten. Artsen (en zeker chirurgen) hadden in die tijd nog een vanzelfsprekende autoriteit en werden niet tegengesproken! Opvallend is dat veel chirurgische experimenten niet vanuit een bepaalde theorie of hypothese werden gedaan, maar vaak uitsluitend om te zien ‘wat er zou gebeuren’. We moeten nog wachten tot ongeveer 1950 voordat de transplantatiegeneeskunde zich ontwikkelt vanuit duidelijke visies op orgaanfalen, belang van de immuunrespons en de ontwikkeling van afweeronderdrukkende medicatie. Maar het is onmiskenbaar dat de chirurgie zijn tijd toen al ver vooruit was, en klaar was voor klinische transplantatie.