Ga naar de inhoud

registreer je oporgaandonatie.nu

Inez de Beaufort, ethica

'Hierbij kún je niet denken: het is mijn probleem niet'

Inez in haar tuin

Wil je na je dood mensen kunnen helpen die wachten op een donororgaan? Laat je het aan je nabestaanden over? Of denk je: ach, dat is zo ver van mijn bed? Dat zijn wezenlijke vragen, vindt Inez de Beaufort, hoogleraar medische ethiek aan het Erasmus MC in Rotterdam. 'Dit is van zó groot belang, hierover móét je wel over nadenken en een besluit nemen.'

Vanuit welke hoek houdt een medisch ethicus zich met orgaandonatie bezig?

'Mijn vakgebied komt voort uit de filosofie of de theologie. Vroeger hielden we ons vooral bezig met de ethiek van artsen, maar tegenwoordig is ons vak breder. We verdiepen ons in vraagstukken rond het verzekeringssysteem, vaccinaties, euthanasie, obesitas en dus ook orgaandonatie.

Mijn taak is tweeledig: ten eerste het publieke debat helpen, want veel mensen vinden het lastig om over deze onderwerpen een mening te vormen. En ten tweede misverstanden uit de weg ruimen. Als dat lukt, verdwijnen vooroordelen en zo ondersteun ik de meningsvorming. Dat wil niet zeggen dat ik de morele wijsheid in pacht heb, hoor, zeker niet. Maar ik ben ervoor opgeleid om argumenten af te wegen.'

Wat maakt het moeilijk voor mensen om over orgaandonatie na te denken?

'Het hangt samen met de dood, en die confrontatie willen mensen niet altijd aangaan. Ze besteden de beslissing uit aan de familie. Dan zadelen ze die familieleden wel met een grote vraag op. Je maakt het ze gemakkelijker als ze weten wat jij had gewild. Het is zó belangrijk om die keuze zelf te maken en vast te leggen.'

Er zijn allerlei argumenten die mensen aanvoeren om nee te zeggen. Sommigen zeggen: ik zou niet willen dat mijn organen naar bepaalde mensen gaan. Naar criminelen of rokers, om een paar voorbeelden te noemen. Hoe ziet u dat?

'Ik vind dat je niet de keuze moet hebben om mensen uit te sluiten. Dan vraag je om het institutionaliseren van vooroordelen. Je kunt daarmee ook dicht bij etnische discriminatie komen. Die weg moeten we niet inslaan. De wachtlijst, gebaseerd op objectieve medische criteria en tijd, is een faire manier om organen toe te delen. Er zijn ook mensen bereid veel geld te geven. Dat is allemaal in strijd met de rechtvaardigheid van ons gezondheidszorgsysteem. Ik herinner me de Grote Donorshow van BNN uit 2007, waarbij kandidaten meedongen naar een donornier.

Die show was ethisch heel interessant. In het begin werden mensen voorgesteld die een orgaan nodig hadden. De één had geen baan, de ander rookte, enzovoort. Mensen zeiden op basis daarvan: díé persoon mag van mij wél die nier hebben, en díé niet. Ik dacht: waar halen ze hun oordelen vandaan? Het gemak waarmee ze kandidaten van de lijst schrapten verbijsterde me. Dat bevestigde me in mijn overtuiging dat we zo niet mogen selecteren. Weet je wat het ook is? Een donororgaan is een geschenk. En bij een geschenk past het niet om eisen te stellen.'

Er gaan ook stemmen op om mensen die zelf niet als donor geregistreerd staan, uit te sluiten van het ontvangen van een donororgaan.

'Ook daar ben ik geen voorstander van, al is het misschien wel te verdedigen. Het heeft iets naars, het gaat uit van het negatieve. Je oordeelt dan ook over redenen waarom iemand nee zegt. Mensen kunnen van mening veranderen, ook als hen ineens iets overkomt en ze een orgaan nodig hebben. Dan is het moeilijk om te zeggen: dan had je maar eerder… Ik geloof niet in die afgedwongen wederkerigheid.'

Wat is voor de meeste mensen de belangrijkste beweegreden om ‘ja’ te zeggen?

'Empathie, betrokkenheid. Je ziet mensen soms veranderen als ze iemand leren kennen die een donororgaan heeft. Dat raakt een snaar. Dan beseffen ze dat een transplantatie heel veel ellende kan oplossen. Verhalen van mensen die een donororgaan hebben gekregen, schudden mensen wakker. Of ze bedenken: het kan mij ook overkomen, hoe zou ik dan geholpen willen worden? Ook dat eigenbelang brengt mensen tot een ‘ja’.'

En welke argumenten hebben mensen om ‘nee’ te zeggen?

'Vaak is dat angst. Dat ze je na een ongeluk dood laten gaan omdat je een geschikte donor bent, om maar een voorbeeld te geven. Dat klopt echt niet. Een arts zal alles doen om het leven van zijn patiënt te redden. De vaststelling van de dood van een patiënt is gebonden aan strikte criteria en er wordt gewerkt met gescheiden teams voor donatie en transplantatie. Die angst is ongegrond.'

Bij de registratie is het mogelijk om bepaalde organen of weefsels uit te sluiten voor donatie. Is dat een goed idee?

'Die optie moet je hebben, ja. Er zijn mensen die bijvoorbeeld aan het hart of de hoornvliezen een gevoelswaarde toekennen. Maar ikzelf bekijk dat puur praktisch, want als die mensen niet de mogelijkheid hebben om die organen of weefsels uit te sluiten, zeggen ze geen ja en doneren ze dus ook de organen niet die ze eigenlijk wel zouden willen doneren.'

In andere landen, zoals België, is iedereen donor tenzij er een ‘nee’ is vastgelegd. Hoe vindt u dat het systeem in Nederland werkt, waarbij niemand donor is tenzij men zelf uitdrukkelijk ‘ja’ vastlegt?

'Laat ik voorop stellen dat ik de schaarste aan donororganen dramatisch vind. Er staan te veel mensen op de wachtlijst en er overlijden er te veel. Het argument dat je veel meer keuzevrijheid hebt als je zelf ‘ja’ moet vastleggen, zoals in ons huidige systeem, vind ik te ver gaan. Ook in landen waar een geen-bezwaar-systeem wordt gehanteerd, heb je de keuzevrijheid. Maar mensen ervaren het kennelijk wel anders en het heeft ook bezwaren. Het lastige is dat veel mensen die niet tegen orgaandonatie zijn, nu niks doen. Dat houdt dit debat gaande, omdat mede daardoor die schaarste blijft bestaan.'

Is orgaandonatie iets waar je met kinderen over kunt praten?

'Zeker. Het hangt ervan af op welke manier, en heel jonge kinderen zijn er nog niet aan toe. Maar hoe gemakkelijker je met kinderen over de dood praat, hoe gemakkelijker het wordt om ze hierover zelf te laten beslissen. Als je het aansnijdt en je merkt dat ze bang worden, moet je er even mee wachten. Maar ik denk dat veel kinderen ervoor openstaan.'

Waarschijnlijk onnodig om te vragen, maar u hebt vast uw keuze vastgelegd?

'Al jaren. Van mij mogen ze alles hebben wat bruikbaar is. Ik ben ook bloeddonor. Omdat ik het zelf belangrijk vind, maar ook omdat ik aan medische studenten lesgeef en het goede voorbeeld wil geven. Ik ben voor vrije keuze, maar ik hoop dat mensen massaal ‘ja’ zeggen. Hoe dan ook vind ik dat iedereen de morele plicht heeft om hierover na te denken en een beslissing te nemen. Dat wil niet zeggen dat de politie op de stoep staat als je het niet doet, maar dit is te belangrijk om te denken: het is mijn probleem niet.'

Lees meer over donor worden of registreer direct je keuze op wordookdonor.nl