'Het is zoeken naar de Heilige Graal'

Prof. dr. Andries Hoitsma (1948) is bijzonder hoogleraar orgaantransplantatie en -donatie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit.

Andries Hoitsma in het ziekenhuis

Hij is daarnaast nefroloog, staflid van de afdeling Nierziekten en verantwoordelijk voor het niertransplantatieprogramma van het UMC St Radboud. NTS sprak met hem over huidige en toekomstige ontwikkelingen. Is niertransplantatie in de toekomst overbodig? En wat is het doel van de nationale database? Een gesprek over nierdonatie bij leven en medische grenzen. ‘We zoeken naar de Heilige Graal, maar voorlopig is die nog niet gevonden.’

Hoeveel niertransplantaties vinden er jaarlijks in dit ziekenhuis plaats?

‘Zo’n 110 niertransplantaties per jaar. Meer dan de helft van die nieren is afkomstig van levende donoren.’

Het totaal aantal niertransplantaties is de laatste jaren licht toegenomen door het aantal nierdonaties van levende donoren. Juicht u die ontwikkeling toe?

‘Aan de ene kant wel en de andere kant niet. Deels niet, omdat het gewoon noodzakelijk is om gebruik te maken van levende donoren. Er zijn te weinig nieren beschikbaar van overleden mensen. Daarom vragen patiënten steeds meer aan familie, vrienden en kennissen dit offer te brengen. Laten we het zo zeggen: als er geen donaties bij leven zouden zijn, was de wachttijd tien in plaats van de huidige vijf jaar.’

‘Ik heb daar een beetje dubbel gevoel bij. Je snijdt toch in gezonde mensen. De kans dat iemand door de operatie sterft, is klein. Maar de kans is niet nul. Iemand die een nier afstaat, kan prima voortleven. De kans dat hij of zij later aan de dialyse komt, is klein, maar niet nul.’

‘Aan de andere kant vind ik het ook een gunstige ontwikkeling, omdat je bij een levende donatie een betere kwaliteit nier kunt transplanteren, waardoor automatisch de transplantatieresultaten ook beter zijn. Bij iemand die al overleden is, kunnen – ondanks al onze goede zorgen - in de laatste fase voor donatie toch allerlei toxische processen op gang komen die de organen kunnen beschadigen. Dat risico heb je bij levende nierdonatie niet.’

Krijg je als je getransplanteerd wordt een nier voor het leven?

‘Dat hangt van een aantal factoren af. Natuurlijk allereerst van de kwaliteit van de nier, maar ook: Hoe goed past de nier bij de ontvanger? Hoe gezond is de ontvanger, hoe lang heeft de dialyseperiode geduurd, enzovoort. Als je kijkt hoe lang het duurt voordat van honderd patiënten vijftig de nier weer kwijt zijn, kom je uit op een gemiddelde van 20-25 jaar (halfwaardetijd).’

‘Ik ben ook betrokken bij de opzet en ontwikkeling van de nationale databases voor orgaantransplantatie en orgaandonatie. Daarin houden we ook bij hoe het met de gezondheid gaat van patiënten die een niertransplantatie hebben ondergaan. Zo komen eventuele afwijkingen die in de loop van de tijd kunnen ontstaan meteen aan het licht. Door betere medicatie vindt er steeds minder afstoting plaats. Daarnaast doe ik onderzoek naar de effectiviteit en het verbeteren van verschillende therapieën bij de behandeling van niertransplantatiepatiënten.’

De ontwikkelingen rond stamcelonderzoek en het kweken van eigen organen lijken veelbelovend. Is niertransplantatie hierdoor over vijftien jaar niet meer nodig?

‘Het zou natuurlijk mooi zijn als door het huidige stamcelonderzoek niertransplantatie overbodig is en nieren van eigen cellen kunnen worden gekweekt. Het grote probleem na een niertransplantatie is dat je patiënten verschillende medicijnen moet geven tegen afstoting. Deze pillen zorgen voor ernstige bijwerkingen en daar hebben veel patiënten die getransplanteerd zijn last van. Dus als je iets verzint om die pilletjes niet meer te hoeven geven, bijvoorbeeld via de ontwikkelingen met stamcellen, dan zou dat voor veel mensen geweldig goed nieuws zijn. Maar zover zijn we nog lang niet. Het is eigenlijk een beetje te vergelijken met de zoektocht naar de Heilige Graal. We zoeken veel, maar voorlopig is er nog niets gevonden.’

Meer informatie

Meer informatie over donatie bij leven vind je hier.