Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Als ze je kennen bij de kapper… 

Djuna MaesDjuna Maes, ontvanger van donorlongen

Als tiener was ik altijd op zoek naar wat de wereld mij te bieden had: ik wilde reizen, de politiek in, studeren… Tegelijkertijd had ik steeds het gevoel dat ik werd ingehaald. Door mijn minder wordende longcapaciteit, door de tijd… ik werd ook zelfs letterlijk ingehaald. 

Op de fiets werd ik voorbijgestoken door kleine kindjes op driewielers en als ik over straat liep waren er standaard wel een aantal senioren die mij voorbijsnelden. 

Dat gegeven bracht een gevoel van grote haast met zich mee: bijbenen. Dat was mijn credo. 

Ik was ook nooit echt ergens thuis. Na de middelbare school ging ik op kamers, maar al snel bleken de trappen naar mijn studentenkamertje op drie hoog een hels en haast niet te overbruggen obstakel. 

Ook de weg naar de universiteit bleek te ver: het kostte me de grootste moeite om er te geraken zonder het college het eerste uur te verstoren met mijn hoestbui. 
Toen ik mijn studie staakte, ging ik dan ook terug naar mijn thuisdorp. 

Maar ook in dat appartementje was ik niet thuis: er brak een tijd aan van elke maand 3 weken in het ziekenhuis aan een antibiotica-infuus liggen en van thuisbehandelingen met hulp van alle kanten. 

Mijn haast om het leven bij te houden, veranderde in berusting: het enige waar ik naar verlangde was stabiel zijn: langer dan een paar weken aaneengesloten thuis kunnen blijven, een beetje voor mezelf kunnen zorgen. Zelf kunnen douchen? 

Mijn planten gingen dood in mijn afwezigheid en ik slaagde er niet in een goedgevulde koelkast te hebben: steeds als ik terugkwam van een opname was alles bedorven!

Ik nam ook geen deel meer aan het leven. Ik probeerde zoveel mogelijk leuke dingen te doen en te genieten van kleine dingen, maar normale dingen, zoals boodschappen doen, dat deed ik niet meer. 

Het lijken zulke onbenullige zaken, maar het droeg bij aan mijn gevoel van ontheemd te zijn. In mijn lichaam voelde ik me niet thuis en in mijn huis of dorp ook niet. Er was niets dat ik liever wilde dan de rust voelen om ergens te zíjn. Gewoon te zíjn; te bestaan zonder mijn best te hoeven doen. 

Een ander punt was de kapper. Als je heel weinig lucht hebt, blijkt naar de kapper gaan best een uitdaging. In de eerste plaats om er te komen, maar als je er eenmaal bent is het vaak toch wel gewenst om een praatje te maken met de kapster. 

Daarnaast moet je natuurlijk een tijdje rechtop zitten en dat was ook niet vanzelfsprekend. Ik was altijd zo gesloopt als ik terugkwam dat de lol er al gauw af was. 

Maar ik had een oplossing: de ziekenhuiskapster! Zij was echt een geschenk uit de hemel. Ten eerste omdat ik tijdens een opname kon gaan en daardoor even kon ontsnappen van het ziek-zijn en ten tweede omdat zij optimaal wist hoe ze mij kon helpen om geknipt te worden: snel, efficiënt, niet teveel overleg en vooral niet veel babbelen.

Je kan je niet voorstellen hoe fijn dit was, want voor een meisje dat eigenlijk graag rondhuppelt op haar Christian Louboutin-schoentjes maar gewassen moet worden door een verpleegkundige en niet meer verder komt dan een joggingbroek, was zo’n rondje kapper echt geweldig. 

Het heeft even geduurd. Maar vorige week liep ik het kapsalon in mijn straat binnen en werd ik begroet door de vrolijkheid van mijn lievelingskapster: ‘Dag mevrouw Maes! Knippen en kleuren zoals altijd?’. 

En ineens was daar het besef: ze kennen me bij de kapper! 
Ik ben ergens thuis!

In mijn koelkast liggen verse groenten en de kamerlinde in mijn woonkamer leeft al bijna 3 jaar. 

Als ik naar de Albert Heijn fiets, kom ik standaard ten minste drie mensen tegen naar wie ik zwaai en mocht het onverhoopt eens voorkomen dat ik een tijdje in het ziekenhuis lig, dan merkt de buurman bij thuiskomst vriendelijk op ‘dat het toch wel weer lang geleden is’ dat hij mij zag. 

Als tiener wilde ik ‘groots en meeslepend’. 
Een aantal jaar later wilde ik niets liever dan ‘normaal-stabiel’ zijn. 
Mijn donorlongen brachten mij beide: 

Passievolle sleur. 

Ik reis voor mijn werk af en toe naar uithoeken van het land en slaap dan in hippe hotels, maar ben altijd op tijd thuis om de plant water te geven. 
Ik doe boodschappen bij de buurtsupermarkt maar wel altijd op mijn 10 centimeter hoge hakken. 

Als de kapper je kent…  
Een ongekend geluk.