Ga naar de inhoud

Beter

Djuna MaesDjuna Maes, wacht op donorlongen

Weet je hoe ik er achter kwam dat ik beter ben?  Ik vergat dat ik ademde! 

Voor de transplantatie droomde ik van een vol leven, een leven dat niet draaide om ziekenhuizen, antibiotica-giften en het bestellen van dozen vol pillen en zuurstofslangen bij de apotheek. Ik droomde tegelijk ook van een saai, gestructureerd leven dat van burgerlijkheid aan elkaar hing en waarin het avontuur werd gevonden in stressvolle werkdeadlines en uitdagende projecten. 

En plotseling, zonder dat ik het in de gaten had, was het daar: het leven dat ik zo had gewenst. Het was op een maandagochtend ergens in juni, dat ik wakker werd met de gedachte: ‘Hup, opstaan, Djun! Je moet dat rapport nog afwerken en voor 10.00 uur verzenden naar de opdrachtgever. Oh en misschien kan ik ook gelijk de factuur meesturen!’.  

Woow. 

Heel wat anders dan: ‘Waah! Ik leef nog! Ik leef weer! Ik adem!’, mijn tot dan toe eerste gedachte als ik opstond ’s ochtends.

Je kunt je natuurlijk afvragen of deze ontwikkeling positief is: ik heb problemen en uitdagingen die passen bij een 40-urige werkweek en er lijkt minder plaats voor de hier en nu- genietmomentjes waar anderen mij vroeger zo om bewonderden. 

En toch is het precies de graadmeter die mij vertelt: deze vrouw is beter. Helemaal gezond geworden en zich niet langer bewust van haar bijzonder veranderlijke gezondheid met bijpassende zorgvuldig uitgebalanceerde medicijnspiegel en regelmatige policontroles. 

Waar ik voorheen anderen inspireerde om altijd de dag te plukken en te genieten van kopjes koffie op een terrasje, zoek ik nu zelf mijn heil in zelfhulpboeken om mindful met mijn (gebrek aan) tijd om te gaan. 

Vier jaar geleden begon ik naast mijn werk aan een deeltijdstudie, om twee redenen. Ik wilde me ontwikkelen en nog belangrijker: ik wilde me niet elke dag hoeven af te vragen wat ik met mijn leven zou gaan doen. Mijn gezondheid was op dat moment vele malen minder stabiel dan nu, maar dat kon ik toen nog niet weten. Ik dacht dat ik mijn top qua gezondheid misschien wel had bereikt en belandde op een keerpunt: ‘Ik moet nu iets gaan doen met mijn dagen want voor je het weet is het te laat’. 

Toch startte ik die studie met een ambivalent gevoel: ik wilde graag iets leren en iets afmaken, maar aan de andere kant verwachtte ik er niet écht iets van. Ik was zo gewend dat de meeste dingen zouden falen omdat mijn lijf het liet afweten, dat ik er ernstig rekening mee hield dat ik er na een paar weken of maanden al de brui aan zou moeten geven.

Bovendien was vier jaar studeren een oneindig lange en voor mij niet te overziene periode: in een leven waarin je niet weet of er een morgen is, is een maand vooruitplannen al haast ondoenlijk, laat staan een jaar of enkele jaren! 

Toch was het er plots.

Ik studeerde cum laude af en de diploma-uitreiking was een magisch moment: een mijlpaal die symbool staat voor iets groters dan alleen een bewijs van bekwaamheid van de gevraagde opleidingscompetenties, maar een teken van leven: ik heb het gehaald. Ik ben er geraakt. 

De studie gaf me meer dan ik had kunnen dromen: richting en bovenal een reden om zo gezond mogelijk te blijven en zo optimaal mogelijk voor mezelf te zorgen om maar vooral bij elk college aanwezig te kunnen zijn. En ja, soms via Skype als ik was opgenomen in het ziekenhuis.  

Soms met twijfel als ik dacht dat mijn laatste uren hadden geslagen vanwege een ingrijpende complicatie en ik me afvroeg waarom ik zo verbeten dat tentamen arbeidsrecht had zitten leren terwijl ik die tijd ook op een zonnig eiland had kunnen doorbrengen, 

En soms met de handen in het haar als ik me realiseerde dat ik klaarblijkelijk in een perfectionistische kenau verander bij het in zicht zijn van het afstuderen. 

Het feit dat ik niet meer kon relativeren, zegt mij dat het moment van ‘beter zijn’ is aangebroken: ik kon niet meer zeggen: ‘Ach ja, er zijn ergere dingen’, omdat ik op dat ogenblik simpelweg geen ergere dingen kon bedenken dan het niet afkrijgen van mijn data-analyse. 

Natuurlijk weet ik dat ze er zijn, die ergere dingen. Ik hoef maar mijn whatsapp te openen en een Transplantsister te spreken over haar op handen zijnde niertransplantatie in navolging van haar dubbele longtransplantatie en ik besef weer ten gronde wat het betekent om zonder vaste bodem onder je voeten te moeten leven. 

Elke dag geniet ik van mijn herwonnen, of liever, geschonken vrijheid en mogelijkheden en van de banale stress die ik ervaar als ik te maken krijg met een ongeschikte kandidaat die me uitscheldt wanneer ik haar aan het einde van de selectiedag moet afwijzen. 

In plaats dat ik me bij het opstaan realiseer dat ik kan ademen, is er ruimte gekomen voor een nieuw besef: ik kan méér dan ademen; ik kan léven.

The two most important days in your life
Are the day you are born and 
The day you find out why 
- Mark Twain -