Ga naar de inhoud

De after transplant-lijst

Djuna MaesDjuna Maes, wacht op donorlongen

Toen mijn eerste donorlongen afstootten en ik voor een re-transplantatie ging, had ik geen laatste wensen die ik nog in vervulling wilde laten gaan voorafgaand aan de operatie: ik had alleen maar dromen voor ná de transplantatie. Daarom maakte ik een after transplant-list, die eigenlijk het tegenovergestelde vertegenwoordigde als een bucketlist: een lijst met plannen voor als ik weer zou leven. 

We bedachten dat met deze nieuwe ronde op de wachtlijst, ik misschien wel weer zo’n lijst zou kunnen maken en ik zocht met het oog daarop, mijn eerste after transplant-list op. Hij was vergeeld en vaal en lag ergens achterin een kast in de berging. 
Maar bevatte prachtige dromen: 
Cappuccino drinken in Italië, 
In de file staan en daardoor te laat komen voor een college, 
Zingen met het raam open, 
Zelf in mijn Citroën C1 naar de Ikea rijden, 
5 kilometer hardlopen in een tijd onder de 40 minuten… 

Met het opstellen van de nieuwe lijst, besefte ik dat ik geen enkel doel van de oude kon overnemen: ik had ze, met uitzondering van het item ‘wereldvrede stichten’ allemaal afgevinkt! 
Zonder er daadwerkelijk bij stil te staan, want die fysieke lijst was al jaren uit mijn blikveld verdwenen, deed ik na de transplantatie alles waarover ik had gedroomd voorafgaand er aan. 

Een nieuwe lijst opstellen voelt spannend, vrolijk ook. 
En tegelijkertijd ook als extra. 
Op de nieuwe lijst staan wederom geweldige dingen: 
Het Noorderlicht zien, 
Een roadtrip maken door Canada in een VW-busje, 
Dansen op mijn Christian Louboutin-hakken. 
En natuurlijk staat het stichten van wereldvrede er opnieuw op. 

En toch zie ik een groot verschil tussen lijst één en lijst twee. 
De eerste lijst bevatte dingen die het leven vertegenwoordigden dat ik zo hard wenste, essentiële dingen, zoals het in leven kunnen houden van een plant voor langer dan een jaar. Dat doel kwam voort uit het feit dat ik tot die tijd nooit lang genoeg thuis was uit het ziekenhuis om daadwerkelijk zelfs maar een plant te verzorgen; een doorn in mijn oog! 

Ook was ‘rennen voor de trein’ een doel: als dit lukte, betekende dat in de eerste plaats genoeg lucht om überhaupt te kunnen rennen, maar nog belangrijker: blijkbaar had ik dan ergens een afspraak, werd ik ergens verwacht, werd er iets van mij verwacht en was ik niet langer zelf het goede doel, maar kon ik het goede doel dienen. 

Zelfs ‘ruzie maken met mijn beste vriendinnen’ stond er op: we bedachten dat als we ons weer over banale zaken zouden bekommeren in plaats van over leven en dood, we misschien wel eens akkefietjes zouden kunnen krijgen. En dat zou dan het ultieme bewijs zijn dat onze echte zorgen als sneeuw voor de zon waren verdwenen. 

De nieuwe lijst daarentegen, lijkt in dat opzicht meer op een traditionele bucketlist: eentje die mensen maken om af te strepen voor ze dood gaan. 
Beiden zijn natuurlijk prima, maar het is tekenend voor wat de afgelopen 8 jaar me hebben gegeven. 
Ik kán ermee leven als ik nooit het Noorderlicht zou hebben gezien of de zonsopgang in Cinque Terre en slapen in een strandhuisje is hartstikke leuk, maar als die dingen nooit gebeuren, is dat helemaal niet erg. In tegenstelling tot de vorige keer, toen ik wist: ‘ik kán niet doodgaan want ik moet nog cappuccino drinken in Italië!’, zijn de items op de tweede lijst allemaal sur plus, een bonus. 

Ik ben inderdaad te laat gekomen bij colleges, al is het niet vaak geweest want mijn planmatige instelling zorgt voor een goede file-check, 
Ik heb gerend om de trein te halen die me naar een werkafspraak zou brengen en mijn kamerlinde leeft al meer dan drie jaar en is intussen al een aantal keer gestekt. 
Het gewone leven. 
Dat kreeg ik. 
En dat is perfect. 

Vorige week was mijn achtste re-transplantatieverjaardag en ik deelde taart uit op de afdeling. Er was geen plaats voor somberheid of verdriet. Iedereen voelde met mij mee hoe bijzonder het is: de longen die mij als een wervelwind vooruit bliezen, zijn al 8 jaar bij me en het feit dat ze nu niet meer werken, doet daar niets aan af. 

Toch aten we niet alleen taart. We staken ook een kaarsje (op batterijen, gezien de setting van een ziekenhuiskamer op de longafdeling met al dat zuurstof uit de muur!) aan voor de donor. 
En eigenlijk doe ik dat elke dag. 
Elke dag brandt er een kaarsje in mijn hart voor mijn donorheld die mij het gewone leven gaf: precies waar ik zo op hoopte toen ik op de wachtlijst stond en eigenlijk, alle grootste doelen op de nieuwe lijst ten spijt, precies waar ik nu weer op wacht... 

I carry your heart with me, 
I carry it in my heart, 
I am never without it, 

Anywhere I go, you go, my dear, 
And whatever is done by only me is your doing, my darling. 
I fear no fate, for you are my fate, my sweet. 

I carry your heart, 
I carry it in my heart’. 

- E.E. Cummings -