Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Precies genoeg

Djuna MaesDjuna Maes, ontvanger van donorlongen

Er was een tijd, als kind denk ik al, dat ik me soms teveel voelde. Teveel. Dan voelde ik me bezwaard over hoeveel problemen mijn zieke lijf de mensen om mij heen bezorgde.

Wanneer we een vakantie moesten afbreken of überhaupt niet konden gaan, omdat ik ineens ziek werd of wanneer ik schitterde van afwezigheid op dat familiefeest omdat ik was opgenomen in het ziekenhuis.

Toen ik maandenlang in het ziekenhuis lag, voelde ik me schuldig; over de kamer die ik bezet hield, het bed dat ik elke dag kostte voor de zorgverzekering, al die machines die voor mij dag en nacht aan moesten blijven en niet te vergeten: de tijd van de dokters die ik innam!

Ik was er van overtuigd dat zij veel ziekere patiënten hadden om tijdens hun ronde over de IC te bezoeken en dat ze zich misschien zelfs afvroegen waarom het zo lang duurde voordat ik opknapte.

Niet dat ik iets van dat alles zelf in de hand had: ik werd beademd, had zo nu en dan een dubbele longontsteking of een dichte, afgesloten long waarvoor een nachtelijke nood-bronchoscopie nodig was om weer te worden geopend. En bij elke beweging die ik maakte, was ik zo buiten adem dat je me de rest van de dag kon opvegen.

Maar toch voelde ik me zo.
Teveel.
Helemaal op het einde, toen de hoop laag was en de nood hoog, verontschuldigde ik mij zelfs voor het feit dat ik misschien wel zou willen of gaan opgeven: ‘Sorry dat ik het, na al die moeite die jullie in mij staken, alsnog niet ga halen’.

Het was best moeilijk om zo’n lange tijd van mijn leven, zo over mezelf en mijn bestaan te denken.

Des te groter was de schok toen ik ineens besefte dat dit altijd zo was geweest en eigenlijk zeer onterecht was. 
Dat was de dag dat ik nieuwe longen kreeg, precies 5 jaar geleden met kerst. Sindsdien merk ik dat de dingen die mij vroeger de grootste moeite kostten, ik nu doe zonder erbij na te denken.

Dat geen enkel gezond mens, zoveel obstakels moet doorstaan om simpelweg naar school te kunnen fietsen of zelfs maar om naar het toilet te lopen of gewoon zelfstandig te kunnen ademen.

Sindsdien, lieve Donorheld, ben ik trots dat ik besta.
En voel ik me in plaats van teveel, genoeg.

Ik ben een gezond mens geworden, iemand die niet opvalt doordat ze àfwezig is op een feestje, maar iemand die opvalt door wat ze doet,
door hoe hard ze lacht,
door hoe gretig ze wettenbundels doorbladert,
door hoe ze tegen de wind in fietst.
Door hoe ze nog niet aan het nummertjes-apparaat op de longpoli gewend is, omdat ze daarvoor te weinig komt.
Ik ben iemand die op de longafdeling opvalt door afwezigheid, maar op het werk doordat ik als laatst vertrek en als eerst ’s ochtends terug ben.

Wie had ooit kunnen denken, liefste Donorheld, dat je met jouw geschenk dit allemaal teweeg zou brengen.
Met kerst denk ik altijd aan jou, ik denk eigenlijk altijd aan jou, lieve Donorheld. Maar met kerst een beetje extra. Dan denk ik aan hoe jouw familie jou nu moet missen en hoe dapper ik je vind:

Jouw kerstgedachte die voor altijd in mijn thorax begraven is, als een knoopje in mijn zakdoek, als een kerstlampje in mijn ziel.
Jij gaf mij precies genoeg:

Lucht met eindeloze mogelijkheden
en
Een lichter leven.

- Happiness can be found, even in the darkest of times, if one only remembers
To turn on the light - (Steven Cloves)