Ga naar de inhoud

U heeft 1 gemiste oproep…

Djuna MaesDjuna Maes, wacht op donorlongen

Ze zeggen altijd dat een oproep komt als een dief in de nacht. En in dit geval klopte dat wederom: toen de transplantatielongarts me ’s avonds laat in mijn ziekenhuiskamertje kwam bezoeken, dacht ik geen seconde aan een oproep.

Ook toen ze zei: ‘Gek hè, dat ik hier zomaar kom, zo laat op de avond, maar ik breng goed nieuws’, drong het niet tot me door wat ze bedoelde. 

Ik dacht alleen maar: welk goed nieuws kan ze op dit tijdstip nu komen brengen? Er is toch geen lab geprikt vandaag waarvan de uitslag nu pas bekend is? En waarom moet dat zo laat? 
Er bleken longen te zijn. 
De volgende uren, waarin we moesten wachten op groen licht, waren eigenlijk op een rare manier fijn: iedereen die in de zo zorgvuldig voorbereidde telefoonketen was opgenomen werd gebeld en de ‘incrowd’ kwam naar me toe gesneld, waardoor mijn bed al snel omringd werd door support en mijn kamer gevuld met warmte en liefde. 

Mijn vader en zussen waren de eersten en we benutten het moment om stil te staan. 
Want stilte is precies hoe het is. 
We hielden elkaars hand vast en ik sprak hardop tegen de donor: 

‘Bedankt dat je dit doet voor mij. 
Je geeft me hoop en als het doorgaat ook lucht, maar zelfs al gaat het niet door, dan geef je me toch hoop. 

Hoop dat er mensen zijn die een ander zo hardgrondig willen helpen dat ze iets van zichzelf daarvoor willen nalaten op aarde na hun dood. 
Hoop dat, zelfs al heb je me nooit gekend, je toch durfde te beslissen om mij te willen redden. 

Dank je wel donor. 
Of ik nu jouw longen krijg of niet, 
Je bent een held. 
Een dappere held vanwege het simpele feit dat jij degene bent die mijn wereld wakker schudt. 
Die ervoor zorgt dat we hier straks allemaal samenzitten, 
Die mij laat weten dat ik ervoor mag gaan, 
Ervoor móet gaan, 

Ik weet niet wie je bent, maar het is niet vanzelfsprekend dat je zoiets doet. 
En dat maakt je een eerbaar mens. 
Iemand die een ander wil redden, verdient respect en stilte. 
En ik hoop dat ik het mag zijn die je gaat redden.'  

Een aantal uur later kwam het bericht dat er geen groen licht was: het ging niet door, de longen bleken niet geschikt. 
Waarmee ik niets verloor en toch gevoelsmatig mijn wachttijd opnieuw moest beginnen. 

De dagen er na waren voor mij verbazingwekkend gemakkelijk: hoewel werkelijk iedereen die langskwam zijn steun betuigde en me vroeg hoe diep teleurgesteld ik was, voelde ik zelf eigenlijk maar weinig zwaarmoedigheid over de gemiste oproep.  
Ik dacht dat het misschien ontkenning was en een ‘kop in het zand-strategie’, waarvan later zou blijken dat ik een zware klap had verdrongen. Maar toen een verpleegkundige mij vroeg of ik nog wel verder wilde hiermee of, dat ik misschien liever naar huis wilde en er klaar mee was, wist ik dat ik niks verdrong: 

Ik heb geen recht op longen, ik maak geen aanspraak er op, ik kan ze niet opeisen, ze zijn niet van mij.  
Ik mag alleen op een wachtlijst staan en hopen dat er dappere mensen zijn die mij, na hun dood, een extra kans gunnen. 
Ik ben niet degene die verdrietig moet zijn en ik ben evenmin degene die iets verloor. 
Dat is de familie van de donor, zij moesten hun dierbare afgeven. 

Mag een mens hopen op nieuwe longen? 
Ja. 
Betekent dat, wensen dat er iemand sterft? 
Nee. 

Ik mag wensen dat iemand die overleden is, mij de kans gunt om verder te gaan. 
Ik mag wensen dat de longen van iemand die ervoor koos om orgaandonor te zijn, voor mij geschikt zijn. 
En daarom zal ik nooit teleurgesteld kunnen zijn dat ik de longen niet kreeg. 
Er past nu alleen dankbaarheid en stilte. 

Ik verloor die dag niets, maar won de wetenschap dat ik er niet alleen voor sta, dat ik hoop mag houden en dat mij niet het slechtste lot is toebedeeld. 
Ik ben er nog om te wachten op de komst van een andere donorheld. 
En als dat gebeurt, dan mag ik ervoor gaan, met alle hoop die ik in me heb. 

‘I don't know if you can swim
Or what countries you've been to
If you speak any other languages other than your own
I'd like to meet you

I don't know if you drive
If you love the ground beneath you
I don't know if you write letters or you panic on the phone
I'd like to call you

All the same, if you want to
I am game’

- Lisa Hannigan -