Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Weemoed op de verjaardag van mijn longen

Djuna MaesDjuna Maes, ontvanger van donorlongen

Weemoed. Dat is wat ik voel op de verjaardag van mijn eerste donorlongen. 8 jaar geleden alweer nu dat een dappere donorheld mij leven schonk en 7 jaar alweer dat ik ze niet meer heb. 

Ik weet nog hoe opgelucht ik was toen de oproep kwam: er waren letterlijk slechts dagen voor mij in het verschiet en het bericht dat er donorlongen waren, kwam even onverwacht als gehoopt, op een willekeurige regenachtige dag in oktober. Het overvloedige gevoel van dankbaarheid en geluk kwam in volle omvang bij me binnen en ik reed naar de operatiekamer met een zee van vertrouwen en liefde in mijn hart. 

Even zo goed weet ik nog hoe hartverscheurend het bericht was, een aantal maanden later, dat er chronische afstoting werd geconstateerd en er niets aan te doen was. Men noemde de ingreep ‘mislukt’. Nooit voelde ik me machtelozer, verdrietiger en kwader dan toen. Kwaad op de mensen die zeiden dat het was mislukt, machteloos en verdrietig omdat ik niets kon doen om het te veranderen. 

Ik vond de transplantatie alles behalve mislukt: ik leefde nog! Hoe gelukt wil je het hebben?! 
Natuurlijk begon ik, naarmate mijn longfunctie stelselmatig en met rasse schreden achteruit ging, weldegelijk te beseffen dat ze in zekere zin gelijk hadden. Ik zou niet lang meer leven zonder een tweede transplantatie en het vooruitzicht van weer zo benauwd te zijn dat zelf ademen helemaal niet meer gaat, maar dan zónder hoop op betere tijden, was op z’n zachts gezegd weerzinwekkend. 

Ondanks het onaantrekkelijke toekomstbeeld van sterven aan luchtgebrek, was ik er tegen: ik wilde geen nieuwe transplantatie, vond dat ik geen recht meer had om nog een keer donorlongen te ontvangen als anderen misschien niet eens een eerste kans kregen. Bovendien voelde het als ondankbaar om ze ‘zomaar’ in te wisselen: dit was wat ik had gekregen en daar wilde ik het nu mee doen. 

Toch was het mijn eerste donor die ervoor heeft gezorgd dat ik ook voor een tweede transplantatie wilde gaan. Het was simpel: als ik sterf, kan er geen recht meer worden gedaan aan haar geschenk. Dan zijn er echt alleen maar verliezers. Juist haar longen gaven mij de kracht om nogmaals de transplantatiewachtlijstworstelingen aan te gaan. 

Nu, 8 jaar later, gedenk ik mijn eerste donorheld en het feit dat ik dat nog kan doen, is volledig aan haar te danken.

Het deel van mijn leven waarin ik longen ontving, is, zonder twijfel, het mooiste deel van mijn leven: rennen, dansen, met je hoofd in de wolken zijn… het heeft me alles gegeven. 

Toch is het soms ook moeilijk. Niet moeilijk in de zin van fysiek zwaar, want ook al zijn er soms wat dips in mijn gezondheidstoestand, ik ben fitter dan ooit. Meer moeilijk in de zin van ‘bezwaard’. Af en toe dringt het besef dat ik nog leef dankzij iemand anders die er nu zelf niet meer is, zich op. Dan vraag ik me af of ik ‘genoeg’ doe om het verlies van mijn donorfamilie ergens in de kosmos recht te zetten. 

En dan weet ik dat ik dat niet kan. Ik zal nooit het verlies van die familie kunnen goedmaken of wegnemen. En dat is ook niet mijn taak. 

Mijn taak is het om invulling te geven aan míjn leven, omdat ik er nog wél ben.  

Vorige week wandelde ik met een lieve collega naar het dorp om broodjes te kopen voor de lunch om onszelf in een extreem drukke dag op kantoor een break te geven. 

De najaarszon scheen tussen de laan van bomen en zorgde voor een kleurrijke straat waarin de warme stralen als een deken comfort boden. 

Het was een pittige week geweest met extra klussen en spoedopdrachten en ze vroeg me: ‘Heb jij nou nooit een baaldag? Dat je echt niet uit bed wil, gewoon even de dag een keer zou willen overslaan?’. 

Zonder een seconde te hoeven nadenken antwoordde ik dat ik dat gevoel nooit had. Dat ik eigenlijk elke dag zin heb om op te staan. 

En toen wist ik dat men ongelijk had gehad toen ze zeiden dat de eerste transplantatie was mislukt. 
Het is gelukt. 
Voor jou, door jou, eerste donorheld. 

‘In a dream I took a swim to the isle at the end.
Say that don't be mad I'm a stranger in this land, waiting for the things to come.
In a dream I took a swim, there was nothing left to prove.
Doctor tell me please I'm a stranger in this life, waiting for the things to come.
Breathin' in and breathin' out...’

- Dorleac -