Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

‘Prednison stress’, ofwel hoe ga je om met medicatie na niertransplantatie?

Gerben van den Bosch, maatschappelijk werker

Laatst sprak ik een nierpatiënte die binnenkort een nier krijgt van haar partner. Op mijn vraag of zij zich zorgen maakt over de transplantatie, gaf zij eigenlijk direct aan dat ze enorm opziet tegen de prednison na de transplantatie.

Ze had op internet gekeken en de meest afschuwelijke dingen gelezen over wat er met je gebeurt als je prednison slikt: verandering in stemming, een opgejaagd gevoel, gewichtstoename, risico op suikerziekte en een boller gezicht. Het waren eigenlijk allemaal dingen waar ze erg tegenop zag. Het was zelfs zo extreem dat zij zich afvroeg of thuisdialyse niet beter zou zijn. Ze noemde het zelf ‘prednison stress’.

Stress of angst voor de medicatie na transplantatie komt wel vaker voor. De persoonlijke gevolgen van het gebruik van prednison zijn lastig te voorspellen. Ik vertelde haar dat je niet alles kunt beïnvloeden, maar dat zij zelf wel een paar dingen kan doen:

1. Praat erover met je eigen arts

Bespreek je zorgen altijd met je eigen nierspecialist. Soms is het lastig te beoordelen of de informatie die je vindt op internet klopt. Daarom  is het altijd goed om vragen over medicatie te bespreken met je arts. Die kan aangeven welke sites betrouwbare informatie geven, of de informatie klopt en of het van toepassing is op jouw situatie.

Het lezen van informatie op internet kan een goed startpunt zijn als voorbereiding op een bezoek aan het ziekenhuis. Vaak kan de nefroloog jouw zorgen of stress over medicatie voor een groot deel wegnemen.

2. Let op je voeding

De grote valkuil na transplantatie is dat je dan weer meer mag eten vergeleken met de periode tijdens dialyse. Vaak heb je ook meer zin in eten door de verbeterde nierfunctie. De kans op gewichtstoename is dan groot. Als je dit weet en er rekening mee houdt, door hier niet elke keer aan toe te geven, kun je gewichtstoename beperken. Advies van een diëtist kan daar vanzelfsprekend goed bij helpen. 

3. Zorg dat je meer beweegt

Bij nierpatiënten is beweging vaak op de achtergrond geraakt. Daar zijn ze vaak te moe voor. Na transplantatie is het dan lastig wél te zorgen voor goede beweging. Veel effecten van medicatie kun je niet beïnvloeden maar meer bewegen na transplantatie is iets dat je wel zelf in de hand hebt. Hiervoor kun je een goede planning maken.

Als dat niet zelfstandig lukt, kan een gesprek met een fysiotherapeut helpen. Ook kan het helpen om familie en vrienden daarbij te betrekken. Zij kunnen helpen of gezellig mee doen. Samen bewegen is toch vaak leuker dan alleen. Ook zijn er handige apps die kunnen helpen bij het meer bewegen.

4. Deel je zorgen

Door je familie en vrienden te vertellen waar je bezorgd over bent worden zorgen niet weggenomen maar vaak wel dragelijker. Ook kunnen anderen helpen bij het letten op voeding en bij het bewegen. Ook een gesprek met je maatschappelijk werker kan je helpen.

De patiënte die ik sprak had daarna minder stress: ze wist nu wat ze zelf kon doen in de voorbereiding op haar transplantatie. Neem zorgen om medicatiegebruik na transplantatie dus serieus en spreek erover met je nefroloog, diëtist, fysiotherapeut en maatschappelijk werker.