Ga naar de inhoud

Problemen na transplantatie - het belang van goede steun

Gerben van den Bosch, maatschappelijk werker

In het Radboudumc maakt het maatschappelijk werk kennis met alle getransplanteerden na hun transplantatie. Dat zijn doorgaans hele vrolijke gesprekken omdat getransplanteerden blij zijn met de operatie en de kans op een nieuw leven. Na ontslag zien we eigenlijk alleen nog die getransplanteerden die problemen ervaren in hun dagelijkse leven. In deze contacten merk ik hoe belangrijk goede steun van naasten is bij deze problemen.

Wat is goede steun? Ik zal eerst een paar voorbeelden geven van steun die niet ondersteunend is.

Een getransplanteerde vrouw van 55 vertelde mij dat ze na ontslag nog steeds erg vermoeid was en bijna tot niets kwam thuis. Ze vond dit vooral erg lastig voor de gezinsleden om haar heen. Een buurvrouw die vaker praktische ondersteuning gaf, had gezegd: “Je moet er gewoon even doorheen. Je zult merken dat als je iets gaat doen, dat de vermoeidheid vanzelf weggaat.” Ik hoor vaker van getransplanteerden dat naasten vooral komen met goede adviezen. Iets wat bij hen ook zo goed werkt of iets wat zij gelezen hebben. Los van het feit of dit goed advies is, is het m.i. niet de goede steun op dat moment.

Een andere getransplanteerde (een man van 45) werd opgenomen en vertelde over zijn angst voor afstoting. Hij sliep daardoor slecht en was regelmatig verdrietig over deze onzekerheid. Zijn vrouw had tegen hem gezegd: “Je moet afleiding zoeken en er niet telkens aan denken, daar zou ik ook verdrietig van worden”. Op zich kan afleiding zoeken een goed middel zijn om het vol te houden in moeilijke tijden, maar ook dit was voor hem op dat moment geen goede steun.

Deze goede adviezen zijn doorgaans heel goed bedoeld. Het is voor naasten ook lastig om iemand onzeker, verdrietig, angstig of boos te zien. Het is alleen jammer als naasten snel overgaan tot actie. “Er is een probleem en dat gaan we oplossen”. Goede steun in de omgeving begint altijd eerst met luisteren en vragen stellen.

Laatst kwam ik bij een man die een zeer risicovolle operatie zal moeten ondergaan. Ter ondersteuning had hij enkele naasten gevraagd om bij het gesprek met de artsen te zijn. Na het gesprek trof ik hen samen op zijn kamer. Hij uitte zijn verdriet en angst over de komende operatie. In de reacties van de naasten merkte ik vooral medeleven. Zij kwamen niet met adviezen of met goed bedoelde positieve opmerkingen. Zij luisterden oprecht naar wat hij zei en vroegen naar zijn gedachten hierover. Ook was in hun gezichten oprechte betrokkenheid te zien. Het was niet alleen een mede-leven, maar vooral ook een mede-lijden. Het woord “medelijden” heeft een negatieve lading gekregen, maar eigenlijk is dat wat goede steun is op zo’n heftig moment. Door stil te staan bij wat iemand voelt en denkt, geef je de ander het gevoel dat hij begrepen wordt en er niet alleen voor staat. Hij ervaart dan goede steun. Steun om het vol te houden.