Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Discriminatie en donatie

Govert den HartoghGovert den Hartogh, Emeritus hoogleraar ethiek

Mijn favoriete boek over de ethiek van orgaandonatie is dat van de Nieuw-Zeelandse ethicus Martin Wilkinson. Niet omdat ik het altijd met hem eens ben, integendeel. Maar omdat hij zijn standpunten altijd scherp en precies beargumenteert en je daardoor dwingt er beter over na te denken waarom je het níet met hem eens bent. Dat is het filosofische vakwerk waar ik van houd.

Samaritaanse donatie, dus donatie van een orgaan aan iemand die je niet kent, is inmiddels algemeen geaccepteerd. Maar moeten we het ook accepteren als een Samaritaan het orgaan dat hij of zij wil afstaan bestemt voor een specifiek persoon of een specifieke categorie personen?
 
Wilkinson wil dat niet alleen toestaan, hij wil het toestaan zonder enige beperking. Dus ook als de donor zijn nier alleen maar wil afstaan aan een blanke, heterosexuele, hardwerkende man zonder immigratie-achtergrond.
 
Hij redeneert als volgt: door die donatie wordt niemand geschaad. De ontvanger wordt natuurlijk het meest geholpen, maar die verdwijnt daarmee meteen van de wachtlijst, dus alle anderen die op de wachtlijst onder hem staan gaan er ook op vooruit, ongeacht of ze blank, heterosesxueel, autochtoon of man zijn.
 
Zeker, de motieven van de donor zijn discriminerend en daarom verwerpelijk, maar daarvoor moet hij zich zelf maar verantwoorden. Door de nier die hij aanbiedt uit te nemen en te transplanteren bij een ontvanger van zijn keuze maakt het transplantatieteam zich niet medeplichtig aan zijn racisme en sexisme. Als sommige nierpatiënten de nier niet krijgen omdat hun HLA-typering niet deugt, worden ze immers ook niet gediscrimineerd: ze kúnnen eenvoudig niet worden geholpen en dat kunnen ze in dit geval ook niet, al is het om een andere reden.
 
Maar is de toewijzing van die nier niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel en dus onrechtvaardig? Dat is een opvatting van rechtvaardigheid, zegt Wilkinson, die neerkomt  op ‘levelling down’, gelijk trekken naar beneden: liever iedereen even arm dan iedereen rijk maar sommigen rijker dan anderen. Als je dat vindt ben je gewoon jaloers.
 
Een ongelijke verdeling kan ook ten goede komen aan de mensen in de slechtste positie. In dit geval zijn dat de mensen die onderaan de wachtlijst bungelen. En die profiteren inderdaad mee.
 
Sterk verhaal maar ik ben niet overtuigd. Even diep nadenken waarom niet. Staat het wel vast dat niemand er op achteruitgaat? Als we überhaupt beginnen Samaritanen toe te staan om gericht te doneren, gaat omgetwijfeld een flink aantal van hen dat doen. Maar dan komen hun organen niet terecht bij de mensen die daar medisch gesproken het meeste baat bij zouden hebben. Dan staat het nog maar te bezien of de extra organen die we zo krijgen per saldo tot een beter resultaat zullen leiden.

Maar het belangrijkste punt is het volgende. Wat bedoelen we precies met het gelijkheidsbeginsel? Wilkinson kijkt alleen naar uitkomsten: krijg ik evenveel als alle anderen? Dan zegt hij terecht: nee, misschien niet, maar je krijgt meer dan bij een gelijke verdeling, dus wat zeur je?
 
Maar we bedoelen eerder dat de verdeling moet plaatsvinden via een eerlijke procedure. Bij andere medische voorzieningen zouden we er toch ook niet aan denken om voorrang te geven aan mensen die in staat zijn zich sexy of zielig genoeg voor te doen om een populariteitswedstrijd te winnen?
 
De pool van schaarse organen is een collectieve voorziening. Daarom moeten die organen op grond van onpartijdige criteria verdeeld worden: urgentie, medische geschiktheid, wachttijd. Alleen de mensen met wie je al een speciale relatie hebt mag je voortrekken, je familie en je vrienden.
 
Niet overtuigd? Wat vind jij, en waarom vind je dat?