Ga naar de inhoud

'Moslim heeft geen goede gesprekspartner over orgaandonatie'

Sohal IsmaelSohal Ismail, psycholoog en epidemioloog

In 2009 onderzocht de NTS de houding over orgaandonatie van Nederlanders van verschillende afkomst. De uitkomsten waren vrij dramatisch. Op de vraag ‘Bent u op dit moment geregistreerd als orgaandonor?’ zegt 80% van de respondenten van Turkse afkomst 'nee'. Bij respondenten van Marokkaanse afkomst zegt 83% 'nee'.

In 2009 onderzocht de NTS* de houding over orgaandonatie van Nederlanders van verschillende afkomst. De uitkomsten waren vrij dramatisch. Op de vraag ‘Bent u op dit moment geregistreerd als orgaandonor?’ zegt 80% van de respondenten van Turkse afkomst 'nee'. Bij respondenten van Marokkaanse afkomst zegt 83% 'nee'.

Op de vraag ‘Zou u in de toekomst na overlijden orgaandonor willen zijn?’ zegt 21% van de respondenten van Turkse afkomst 'ja' en 32% 'misschien'. Bij respondenten van Marokkaanse afkomst zegt 7% 'ja' en 25% 'misschien'.

In theorie zegt de officiële leer van de islam dat orgaandonatie is toegestaan. In de praktijk zeggen Nederlandse moslims echter toch vaak 'nee'. Er blijkt nog veel onbegrip waarvoor eigenlijk geen theologische grondslag is.

Onbegrip ontstaat bijvoorbeeld uit de gedachte dat het lichaam geen eigen bezit is, dus dat men daar ook niet over kan beslissen. Of men twijfelt omdat de integriteit van het lichaam niet geschonden zou mogen worden of dat niet mag worden gedoneerd aan een niet-moslim. Hoewel deze en andere tegenargumenten goed bekend zijn bij het grote publiek, vooral via internet, zijn de argumenten van de voorstanders amper bekend.

Het is ontzettend jammer dat voor moslims weinig goede gesprekspartners te vinden zijn die met hen zowel aspecten van het geloof als de medische aspecten over orgaandonatie kunnen bespreken.

In de praktijk zou elke arts die de donatievraag stelt best zo'n gesprekspartner kunnen zijn. De arts hoeft zich gelukkig niet anders op te stellen naar nabestaanden met een islamitische achtergrond: moslim zijn betekent niet per definitie ‘nee’ zeggen. Net als bij alle andere gesprekken die een arts voert kan zijn rol luisterend en ondersteunend zijn zodat nabestaanden, of zij nou moslim zijn of niet-moslim, een goed geïnformeerde keuze kunnen maken.

Een dergelijke keuze - zeker als je veel angst en ambivalentie ervaart vanuit je religie - maak je als nabestaande dan ook niet in een paar minuten. Het is bijna onethisch om met zoveel verdriet zo’n moeilijke keuze te moeten maken binnen het reguliere tijdsbestek, wanneer je nog nooit over orgaandonatie hebt nagedacht.

Willen we als maatschappij dat dit verbetert, dan zal er gewerkt moeten worden aan scholing over dit onderwerp: op landelijk niveau door gerichte campagnes, op lokaal niveau door het medisch-ethisch scholen van imams over dit onderwerp. Maar ook door orgaandonatie te bespreken op scholen waar grote aantallen moslimleerlingen op zitten.

Over orgaandonatie mag best een uur of langer gepraat worden, en dat is eigenlijk nog maar een begin. Voor medisch professionals biedt de NTS tegenwoordig advies en tips bij het voeren van zo’n gesprek.

* Deze gegevens komen voort uit 'Marktverkenning Allochtonen'. MCA Communicatie voerde dit onderzoek in 2009 uit, in opdracht van de NTS, onder 200 Turken en 200 Marokkanen.