Ga naar de inhoud

Een orgaan doneren aan iemand die je kent

Als je een nier of deel van je lever afstaat aan een familielid of iemand anders die je goed kent, kan dat gevolgen hebben voor jullie relatie. Het is belangrijk om van tevoren na te denken over hoe je hiermee omgaat en er met de ontvanger over te praten.

Verwachtingen

Sommige donoren zijn bang dat de ontvanger straks niet goed voor de nieuwe nier of lever zal zorgen. Ze vinden dat hij extra gezond moet gaan leven of meer van het leven moet gaan genieten. Ze hebben toch niet voor niets hun nier of deel van de lever afgestaan? 

‘Een onbetaalbaar cadeau’

De ontvanger kan er moeite mee hebben dat hij niet weet hoe hij je moet bedanken. Want je hebt hem iets gegeven wat niet in woorden of geld uit te drukken is. Sommige patiënten noemen het ook wel heel treffend ‘een onbetaalbaar cadeau’. 

Bloedgroep en antistoffen

Om direct jouw nier of deel van je lever te kunnen doneren aan de patiënt die jij graag wilt helpen, zijn 2 dingen belangrijk: of de bloedgroepen van jou en de ontvanger bij elkaar passen. En of de ontvanger geen antistoffen heeft tegen jouw weefsel.

Bloedgroepen

Al vroeg in het traject bepaalt het ziekenhuis je bloedgroep. Dat de bloedgroepen bij elkaar moeten passen, wil niet zeggen dat ze hetzelfde moeten zijn:  

  • Heb je bloedgroep A? Je kunt een orgaan afstaan aan een ontvanger met bloedgroep A of AB.
  • Heb je bloedgroep B? Je kunt een orgaan afstaan aan een ontvanger met bloedgroep B of AB.
  • Heb je bloedgroep AB? Je kunt een orgaan afstaan aan een ontvanger met bloedgroep AB.
  • Heb je bloedgroep O? Je kunt aan iedereen een orgaan afstaan. 

De Rhesusfactor (positief of negatief) speelt bij donatie geen rol.

Heb je bloedgroep A? Je kunt een nier afstaan aan een ontvanger met bloedgroep A of AB. Heb je bloedgroep B? Je kunt een nier afstaan aan een ontvanger met bloedgroep B of AB. Heb je bloedgroep AB? Je kunt een nier afstaan aan een ontvanger met bloedgroep AB. Heb je bloedgroep O? Je kunt aan iedereen een nier afstaan.

Antistoffen testen met een kruisproef

Als de bloedgroepen bij elkaar passen, controleert het ziekenhuis of de ontvanger antistoffen heeft tegen jouw nier of lever. Antistoffen zijn stoffen in het bloed die cellen vernietigen die niet in het lichaam thuishoren. Antistoffen kunnen ontstaan door een zwangerschap, een eerdere transplantatie of een bloedtransfusie.

Om na te gaan of er antistoffen zijn, neemt het ziekenhuis zowel bij u als bij de ontvanger een buisje bloed af. Het bloed van de ontvanger wordt onderzocht op de meest bekende antistoffen, daarna vindt er een kruisproef plaats. Bij de kruisproef kijkt het ziekenhuis of de ontvanger specifieke antistoffen tegen het orgaan heeft. Het laboratorium brengt jouw bloed samen met het bloed van de ontvanger. Als de ontvanger antistoffen heeft tegen jouw nier of lever dan is directe donatie niet mogelijk: de kans dat het orgaan direct wordt afgestoten door de ontvanger is dan namelijk heel groot.

Om zeker te weten dat de uitslag van de kruisproef gunstig is voor donatie, wordt er altijd een kruisproef gedaan voor de operatie. Sommige ziekenhuizen doen ook al een kruisproef aan het begin van het onderzoekstraject. Deze ziekenhuizen doen de proef dus 2 keer.

Als er antistoffen zijn, dan noemen we dit een positieve kruisproef. Directe donatie is dan niet mogelijk: de kans dat jouw nier direct wordt afgestoten door de ontvanger is dan namelijk heel groot. 

Weefseltypering 

Soms zijn er meerdere mensen die een nier willen doneren aan een nierpatiënt. Als zij allemaal medisch geschikt zijn, kan in overleg met deze donoren worden besloten om verder te gaan met de donor van wie de weefselkenmerken het meest overeenkomen met die van de ontvanger. Daar kom je achter door een zogenoemde weefseltypering te doen.

Als directe donatie niet kan

Als uit de screening van een donor blijkt dat direct doneren niet kan, zal de specialist of de coördinator donatie bij leven van het ziekenhuis eerst vragen of er nog andere mogelijke donoren zijn. Als één van hen wél direct kan doneren, heeft dat de voorkeur. Zijn er geen andere mogelijke donoren, dan bespreekt de specialist de andere mogelijkheden die er zijn om toch te doneren.

‘Als er niks tegenover staat, mag het, zei de imam’

Oguz Erel en zijn zwager Sahin Memis hebben sinds 2001 samen een elektronicazaak in Den Haag. Sahin kreeg een nieraandoening. Toen die heel ernstig werd, doneerde Oguz een nier. Ze vertellen hoe ze dat hebben beleefd.

Oguz doneerde zijn nier aan Sahin