Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Direct doneren, kan dat?

Om direct jouw nier te kunnen doneren aan de nierpatiënt die jij graag wilt helpen, zijn 2 dingen belangrijk: of de bloedgroepen van jou en de ontvanger bij elkaar passen. En of de ontvanger geen antistoffen heeft tegen jouw weefsel.

Bloedgroepen

Al vroeg in het traject bepaalt het ziekenhuis je bloedgroep. Dat de bloedgroepen bij elkaar moeten passen, wil niet zeggen dat ze hetzelfde moeten zijn:  

Heb je bloedgroep A? Je kunt een nier afstaan aan een ontvanger met bloedgroep A of AB.
Heb je bloedgroep B? Je kunt een nier afstaan aan een ontvanger met bloedgroep B of AB.
Heb je bloedgroep AB? Je kunt een nier afstaan aan een ontvanger met bloedgroep AB.
Heb je bloedgroep O? Je kunt aan iedereen een nier afstaan. 

De Rhesusfactor (positief of negatief) speelt bij nierdonatie geen rol.

Heb je bloedgroep A? Je kunt een nier afstaan aan een ontvanger met bloedgroep A of AB. Heb je bloedgroep B? Je kunt een nier afstaan aan een ontvanger met bloedgroep B of AB. Heb je bloedgroep AB? Je kunt een nier afstaan aan een ontvanger met bloedgroep AB. Heb je bloedgroep O? Je kunt aan iedereen een nier afstaan.

Antistoffen testen met een kruisproef

Als de bloedgroepen bij elkaar passen, controleert het ziekenhuis of de ontvanger antistoffen heeft tegen uw nier. Antistoffen zijn stoffen in het bloed die cellen vernietigen die niet in het lichaam thuishoren. Antistoffen kunnen ontstaan door een zwangerschap, een eerdere transplantatie of een bloedtransfusie. Als de ontvanger antistoffen tegen uw nier heeft dan is directe donatie lastig: de kans dat uw nier direct wordt aangevallen en afgestoten door het lichaam van de ontvanger is dan namelijk heel groot.

Om na te gaan of er antistoffen zijn, neemt het ziekenhuis zowel bij u als bij de ontvanger een buisje bloed af. Het bloed van de ontvanger wordt onderzocht op de meest bekende antistoffen, daarna vindt er een kruisproef plaats. Bij de kruisproef kijkt het ziekenhuis of de ontvanger specifieke antistoffen tegen de donornier heeft. Het laboratorium brengt uw bloed samen met het bloed van de ontvanger. Als er antistoffen aanwezig zijn, is directe donatie doorgaans niet mogelijk: de kans dat uw nier direct wordt afgestoten door de ontvanger is dan namelijk heel groot.

Om zeker te weten dat de uitslag van de kruisproef gunstig is voor donatie, wordt er altijd een kruisproef gedaan voor de operatie. Sommige ziekenhuizen doen ook al een kruisproef aan het begin van het onderzoekstraject. Deze ziekenhuizen doen de proef dus 2 keer.

Als er antistoffen zijn, dan noemen we dit een positieve kruisproef. Directe donatie is dan niet mogelijk: de kans dat jouw nier direct wordt afgestoten door de ontvanger is dan namelijk heel groot.

Weefseltypering 

Soms zijn er meerdere mensen die een nier willen doneren aan een nierpatiënt. Als zij allemaal medisch geschikt zijn, kan in overleg met deze donoren worden besloten om verder te gaan met de donor van wie de weefselkenmerken het meest overeenkomen met die van de ontvanger. Daar kom je achter door een zogenoemde weefseltypering te doen.

Als directe donatie niet kan

Als uit de screening van een donor blijkt dat direct doneren niet kan, zal de nierspecialist of de coördinator nierdonatie bij leven van het ziekenhuis eerst vragen of er nog andere mogelijke donoren zijn. Als één van hen wél direct kan doneren, heeft dat de voorkeur. Zijn er geen andere mogelijke donoren, dan bespreekt de nierspecialist de andere mogelijkheden die er zijn om toch te doneren: