Draaiboek COVID-19-pandemie orgaanketen

Donatie - Intensive Care medisch beleid en organisatie ODC

Deze richtlijnen worden opgesteld in samenwerking met:

  • NVIC Commissie Donatie – voorzitter.
  • UMC-supervisorenoverleg – voorzitter en NFU-manager bedrijfsvoering.
  • NTS-beleidsmedewerker ODC en NTS-beleidsmedewerker donatie.

Intensive Care-fase: werkzaamheden Orgaandonatiecoördinator (ODC)

Voordat een orgaandonatieprocedure gestart wordt en er sprake is van infectiegevaar zoals COVID-19 zijn de volgende afspraken van kracht:

De orgaandonatiecoördinator (ODC) heeft telefonisch contact met de intensivist en brengt de actuele stand van zaken met betrekking tot de infectie in kaart. Het gaat hierbij onder meer om aanwezigheid van andere COVID-19-patiënten en de voorzorgsmaatregelen op de betreffende IC. 

Testuitslag is nog niet bekend

Aangezien een donor altijd endotracheaal geïntubeerd is met een gesloten beademingssysteem met filter, is de kans op overdracht van eventuele SARS-CoV-2 van donor op ODC gedurende de opwerkingsfase gering. Ook als de SARS-CoV-2 testuitslag van de potentiële donor onbekend is.

Locatie en contacten van potentiële donor

Een potentiële donor ligt op:

  • Een niet-COVID afdeling als er elders sprake is van cohort verpleging.
  • Een afdeling waar een COVID-19 patiënt verpleegd wordt.
    • Op een aparte kamer met voorzorgmaatregelen die op dat moment landelijk/vanuit RIVM gelden. Een sluiskamer is niet noodzakelijk. 

Is de donor in contact geweest met een persoon met een bevestigde COVID-19 infectie, dan zijn er de volgende voorwaarden:

  • Twee keer een negatieve PCR-uitslag op NP swab of sputum met ten minste 24 uur tussen de testen.
  • Heeft geen klinisch beeld passend bij COVID-19 zoals gesteld in de casus definitie van het RIVM. Of indien er een duidelijke andere verklaring is voor het klinisch beeld. 

Als de donor eerder een COVID-19 infectie heeft doorgemaakt is donatie alleen mogelijk als de donor:

  • > 14 dagen symptoomvrij is.
  • Twee keer een negatieve PCR-testuitslag heeft met ten minste 24 uur tussen de testen.

Familiegesprek telefonisch of volgens strikte isolatie

Is familie van de donor positief getest, of valt de familie onder het risicoprofiel van het RIVM, dan vindt het familiegesprek telefonisch plaats of wordt uitgevoerd volgens het protocol “Strikte isolatie”.

Er kunnen beperkingen in bezoektijden en mogelijkheden voor familieleden in het ziekenhuis zijn, waardoor ook in andere situaties overgegaan wordt op telefonische gespreksvoering.

Diagnostiek bij een potentiële donor

  • Elke donor wordt getest op SARS-CoV-2 met een nasofarynx (neus)wat en orofarynx (keel)wat. 
  • Bij een positieve PCR-uitslag stopt de donatieprocedure.
  • Heeft de donor in het verleden een COVID-19 infectie doorgemaakt, dan dient hij twee keer een negatieve PCR testuitslag te hebben. Deze bij voorkeur op sputum of diep respiratoir materiaal en op verschillende momenten afgenomen.De testuitslag geldt 24 uur.
  • Bij het opstarten van een donatieproces wordt ook altijd een monster voor de PCR-bepaling afgenomen. Daarmee borgen we de 24 uur. 
  • Sneltest: In uitzonderingsgevallen kan een sneltest worden ingezet om te voorkomen dat een procedure niet wordt gestart of wordt gestaakt in verband met de duur van de reguliere COVID-19 testen. Denk aan:
    • Verwachte kans op instabiliteit van de donor.
    • Logistieke knelpunten in het donorziekenhuis.
    • Donorfamilie wil zo snel mogelijk de uitnameprocedure opgestart zien.
    • Uitslag test van de ontvanger moet bekend zijn vóór uitname waardoor de wachttijd te lang wordt. 
    • Vereiste hertest bij donor (i.v.m. dubieuze uitkomst).
  • (Hetero)anamnese vanaf 14 dagen voor opname tot het moment van donorevaluatie door de ODC. Daarbij vragen naar koorts > 38℃, keelpijn en neusverkoudheid, hoesten, opgeven van sputum, kortademigheid, hoofdpijn. Ook kunnen aspecifieke verschijnselen optreden: spier- en gewrichtspijn, diarree en plotseling verlies van reuk en/of smaak (bron: rivm.nl en richtlijn IC fase).

Donormelding

  • De donor mag gemeld worden aan ET voordat de COVID-19 testuitslag bekend is.

Donatie: inzet en landelijke op- en afschalen rooster Orgaandonatiecoördinator (ODC)

  • UMC-supervisorenoverleg – voorzitter 
  • NFU-manager bedrijfsvoering
  • NTS-beleidsmedewerker ODC

De orgaandonatiecoördinator werkt binnen een landelijk rooster. Men wordt ingeroosterd in de eigen regio in IC-diensten, OK-diensten en een kantoordienst. Bij personele tekorten kan men in andere regio’s ingedeeld worden. Dit gaat altijd in overleg. 

  • De landelijk roosteraar coördineert dit proces. 
  • Bezettingsproblemen worden teruggekoppeld aan de voorzitter van de supervisoren, de NFU-manager bedrijfsvoering en de NTS-beleidsmedewerker ODC.
  • In onderstaande afschaling wordt uitgegaan van een gelijke afschaling van anesthesie en OK-personeel. In de praktijk zal afschaling van de ZUT-teams altijd in overleg gaan met het LORUT.

Een ODC wordt ingezet op andere werkzaamheden, niet-orgaandonatie gerelateerd

De ODC kan worden opgeroepen voor ondersteuning van het primaire proces in de UMC’s. De ODC-er is dan niet meer inzetbaar voor een orgaandonatieprocedure. 

  • De supervisoren wenden hun invloed aan om de ODC zo lang mogelijk in te zetten voor ODC werkzaamheden. 
  • Op- en afschalen wordt afgestemd met de NFU-manager Bedrijfsvoering, de supervisoren en de NTS-beleidsmedewerker ODC. De ODC die het ophalen van thoracale organen organiseert wordt ook uit deze pool gehaald.

Fase 1: De reguliere situatie

  • De ODC is volledig inzetbaar voor orgaandonatie.
  • De ODC wordt niet ingezet voor de acute medische zorg.
  • Drie ZUT’s zijn volledig operationeel in de drie regio’s.

Fase 2: De overgangssituatie

Afname donatieprocedures, meer inzet van de ODC in de kliniek van een UMC:

  • Roosterwijziging: vijf ODC-ers per dag hebben dienst; twee keer IC-ODC dienst, twee keer OK-dienst en een achterwacht.
  • Twee ZUT's actief: Op basis van een andere geografische indeling neemt ZUT West het ene deel en nemen ZUT Noord en Zuid samen het andere deel van het totale verzorgingsgebied.
  • De RTL en de nog niet opgeroepen ODC worden inzet in de dienst.
  • Het rooster wordt bijgesteld op basis van de beschikbare formatie. 

Fase 3 Minimale inzet voor orgaandonatie

Het aantal orgaandonaties vindt nog maar incidenteel plaats. De ODC-er werkt vooral in de kliniek.

  • Roosterwijziging: drie ODC-ers per dag hebben dienst: een IC-dienst, een OK-dienst en een achterwacht.  
  • De rollen verschuiven afhankelijk van de vraag. 
  • Een ZUT beschikbaar met een nationaal verzorgingsgebied. Deelnemers kunnen uit ieder ZUT-centrum komen.  

Overlegstructuur ODC voor orgaandonatieprocedures en ZUT tijdens pandemie

De overleggen vinden plaats via MS-Teams.

  • Organisatorisch-tactisch ODC overleg met Regionale Teamleiders (RTL), voorzitter Supervisorenoverleg, de NFU-manager bedrijfsvoering en de NTS-beleidsmedewerker ODC. Wekelijks of tweewekelijks:
    • Om organisatorische en praktische problemen te bespreken.
    • Om beleidsaanpassingen vanuit het orgaanketenoverleg te bespreken ter implementatie.
  • Regionaal ODC-DC-overleg met RTL, ODC-ers en de donatiecoördinatoren (DC) in de regio. Wekelijks overleg
  • Supervisorenoverleg met de NFU-manager bedrijfsvoering. Maandelijks over besluitvorming personele inzet en eventueel akkoord op- of afschaling. 
  • Orgaanketenoverleg met de RTL, NTS-beleidsmedewerker ODC en voorzitter supervisorenoverleg. 
    • Nieuwe beleidsmaatregelen worden voorgelegd aan het organisatorisch-tactisch ODC overleg.

Beschikbare documenten: