Transplantatie

Niertransplantatie: postmortaal en hooggeïmuniseerd

Zolang het veilig wordt geacht gaat het postmortale niertransplantatieprogramma door, ook tijdens een toename van het aantal infecties. Leidend in deze beslissing zijn de gecontroleerdheid van de pandemie en de capaciteit in de ziekenhuizen. In een ongecontroleerde situatie wordt er per patiënt, case-by-case, gekeken naar de risico’s. De definitie van gecontroleerdheid omvat, maar is niet beperkt tot: 

  • Geen ongecontroleerde in-house besmettingen, geen persisterende exponentiele groei van het aantal cases in adherentiegebied, adequate testcapaciteit, adequate ziekenhuiscapaciteit (bedden, OK, verpleging, etc.), functionerende track-and-trace methodieken, aanwezigheid van een vaccin, etc.

Het transplantatieprogramma voor nieren wordt gecontinueerd onder voorwaarden: 

  • Bij een positieve PCR test wordt de donorprocedure gestopt.
  • Een donor is na een doorgemaakte COVID-19 infectie hersteld na twee negatieve PCR-tests.

Niertransplantatie: testbeleid ontvangers

  • Of elke ontvanger wordt getest is afhankelijk van het lokale protocol van het centrum.
  • De tweede patiënt op de wachtlijst hoeft niet standaard te worden getest, dit is afhankelijk van het lokale protocol in het ziekenhuis.
  • Bij ontvangende patiënten die positief zijn getest op COVID-19 vindt geen transplantatie plaats.
  • Bij centra die geen PCR test uitvoeren wordt bij verdenking van COVID-19 de transplantatie afgewezen.

Niertransplantatie: specifieke programma’s

  • ESP: gezien de kwetsbaarheid van oudere ontvangers kan een terughoudend beleid geadviseerd worden betreffende het ESP programma. Hierbij worden de (regionale) gecontroleerdheid van de pandemie, en de individuele ontvanger karakteristieken afgewogen tegen het dialyse alternatief. Dit wordt case-by-case beoordeeld.
  • Het AM- en HU-programma gaat ook tijdens een COVID-19 golf in principe door.
  • Bij een volgende COVID-golf dient overwogen te worden T-cel en/of B-cel inductie te pauzeren of te vermijden.
  • Er moet voldoende capaciteit (OK, bedden, etc.) in de ziekenhuizen zijn om transplantatie mogelijk te maken.

Niertransplantatie: Donatie bij Leven programma

Bij een COVID-19 golf wordt, indien dit in het centrum mogelijk is, het Donatie bij Leven programma gecontinueerd. De volgende voorwaarden gelden:

  • Bij een positieve PCR-test wordt de donorprocedure gestaakt.
  • Een donor die eerder een COVID-19 infectie doormaakte, is hersteld na twee negatieve PCR-tests.
  • Indien de ontvangende patiënt positief test op COVID-19 dan wordt de transplantatie uitgesteld. Bij de centra die geen PCR-test uitvoeren wordt bij verdenking van COVID-19 de transplantatie afgewezen. 
  • Bij procedures waarvoor T-cel en/of B-cel inductie noodzakelijk wordt geacht, dient overwogen te worden deze te pauzeren of te vermijden uit (ontvanger perspectief). Dit omvat o.a. ABOi en HLAi programma’s.
  • Eventuele risico’s worden overlegd met de donor en de ontvanger. In belang van de levende donor, die zelf geen patiënt is en in die context niet verzwakt dient te worden, kan bij een ongecontroleerde situatie het levende programma tijdelijk opgeschort worden.
  • Alleen als alle deelnemende centra van het cross-over programma open zijn dan kan het cross-over programma doorgaan. De regionale verschillen en de mogelijkheid om vooruit te plannen worden hierbij in overweging genomen. 

Handreiking: Herstart levende donatie niertransplantatieprogramma tijdens de COVID-19 pandemie- onder welke voorwaarden?

Nier-pancreas en eilandjestransplantatie

Het nier-pancreas-transplantatieprogramma wordt gecontinueerd onder voorwaarden: 

  • Donorprocedure stopt bij een positieve PCR-test.
  • Bij eerder doorgemaakte COVID-19 infectie is de donor hersteld na twee negatieve PCR-tests.
  • Elke ontvanger wordt getest.
  • Geen transplantatie indien de ontvangende patiënt positief is getest op COVID-19.
  • Bij een volgende COVID-golf wordt overwogen T-cel en/of B-cel inductie te pauzeren of te vermijden.
  • Er moet voldoende capaciteit in het ziekenhuis zijn.

Niertransplantatie: lokaal beleid

  • In landelijk verband (LONT) wordt beoordeeld of de regionale situatie gecontroleerd is. Meer dan in de eerste golf kunnen lokale verschillen ontstaan door verschillen in capaciteit en prevalentie van de pandemie.
  • Landelijk wordt afgestemd welke transplantatieprogramma’s open zijn.
  • Alle niercentra zijn hierover geïnformeerd. Bij capaciteitsgebrek kunnen centra elkaar, waar mogelijk, ondersteunen. 
  • Beschikbare capaciteit staat bij voorkeur open voor overname van HU en AM en bijzondere nieraanbod.
  • Het is qua capaciteit en logistiek niet mogelijk volledige transplantatie-programma’s over te nemen door andere centra.

Om uniformiteit en tegelijk regionale verschillen toe te laten worden de volgende codes gehanteerd:

  • Waakzaam: alles open en case-by-case beoordeling.
  • Zorgelijk: overweeg staken campath inductie (ABOi, HLAi, pancreata/eilandjes) indien niet snelle verbetering.
  • Ernstig: stop ESP, stop levende donatie; AM en HU continueren indien niet snelle verbetering.

Niertransplantatie: overlegstructuur tijdens een pandemie

Indien gewenst vindt er tijdens de pandemie een frequent overleg plaats (wekelijks/tweewekelijks) met de vaste leden van het LONT om de ontwikkelingen en eventuele problemen in de verschillende programma’s te monitoren. De voorzitter en secretaris van het LONT participeren tevens in het NTV-NTS-NVIC voorzittersoverleg om de programma-overstijgende ontwikkelingen/problemen te overleggen en van daaruit zo nodig naar buiten te communiceren.