Ga naar de inhoud

registreer je oporgaandonatie.nu

Thomas Cherpanath en Hans van Lokhorst, medisch professional

‘De familie moet gemotiveerd zijn voor dit zware, maar ook mooie traject’

Thomas Cherpanath en Hans van Lokhorst, medisch professional
Thomas Cherpanath en Hans van Lokhorst, medisch professional

Op de intensive care van het AMC werkt een arts die specialist is in orgaandonatie. Hij voert bijvoorbeeld gesprekken met de familie van een potentiële orgaandonor. En hij maakt orgaandonatie bekender, zowel in zijn eigen ziekenhuis als bij collega’s in andere ziekenhuizen. Een mooi vak, vindt hij.

Een intensivist is een specialistische arts op de IC, ofwel intensive care. In het Academische Medisch Centrum in Amsterdam werkt sinds 2 jaar een bevlogen intensivist die orgaandonatie in goede banen leidt: Thomas Cherpanath.

Hij legt graag uit wat hij doet: ‘Ten eerste zorg ik ervoor dat het ziekenhuis mogelijke orgaandonoren beter herkent. Ook is het mijn verantwoordelijkheid dat de gesprekken met de familie van een orgaandonor goed verlopen. En ten derde is het belangrijk dat een donor goed wordt behandeld, zodat organen voor een transplantatie niet verloren gaan.'

'Een extra taak is dat ik orgaandonatie bij andere ziekenhuizen in Noord-Holland onder de aandacht breng, kennis overdraag en ondersteuning bied, zodat ook daar potentiële donoren beter worden herkend en behandeld. Daarom heet mijn functie coördinerend donatie-intensivist.’

‘We zien heftige emoties, van ontkenning tot boosheid’

De intensivist vertelt de familie wanneer een patiënt hersendood is, maar ook wanneer verder behandelen niet meer zinvol is. Cherpanath doet dit regelmatig. ‘Er komen dan vaak heftige emoties los. Sommige mensen kunnen het niet geloven, anderen zijn heel verdrietig. Pas later, in een volgend gesprek, stel ik de vraag of hun dierbare donor kan zijn.’

Alle intensivisten – ook die in opleiding – hebben voor deze zware gesprekken de training ‘Communicatie rond donatie’ gevolgd, zegt Cherpanath. ‘Die training geeft steun, je weet hoe je het moet vertellen. Want bij alle emoties wil je dat de familie toch tot een goed geïnformeerde keuze over orgaandonatie kan komen.’

‘Ik tast af of de familie het donatiegesprek aankan’

De donatie-intensivist werkt nauw samen met de IC-verpleegkundige. Hans van Lokhorst is IC-verpleegkundige in het AMC. ‘Ik ben continu bij de patiënt en de familieleden. Vanaf het begin bouw ik een band met ze op. Het is nodig om het slechte nieuws en de donatievraag in twee gesprekken te scheiden, anders kan de familie niet over donatie nadenken. Soms zit er 1 uur tussen, soms wel 5 uur, bijvoorbeeld als familieleden het slechte nieuws nog niet kunnen bevatten.'

'Ik kan aftasten wanneer ze klaar zijn voor het donatiegesprek. Soms opperen ze het zelf. De familie moet ook gemotiveerd zijn voor dit zware, maar ook mooie traject.’

Van Lokhorst is bij beide gesprekken. ‘Na het slechtnieuwsgesprek begeleid ik de familie bij hun emoties. En als de vraag over donatie is gesteld, ondersteun ik ze bij het nadenken daarover. Vaak herhaal ik het verhaal over donatie in andere bewoordingen. En soms is er binnen een familie verschil van mening, of er komt een nieuw familielid bij. Dan vertel ik het opnieuw. Hoe vaker ik het uitleg, hoe meer welwillendheid er is, merk ik.’

‘Ze zeggen nu uit zichzelf of er een donor is’

De meeste donoren zijn IC-patiënten, ruim 90%. Maar niet elk ziekenhuis heeft zo’n specialist als Cherpanath. Daarom draagt hij zijn kennis over aan intensivisten in andere ziekenhuizen, want het is belangrijk dat ook zij mogelijke donoren herkennen en goed behandelen tot het moment van de donatie. Cherpanath: ‘Elke dag bellen we met ziekenhuizen in de regio om te vragen of er problemen zijn waarover ze willen overleggen. Dan vraag ik ook standaard of er een patiënt is van wie het overlijden wordt verwacht. En daarna vraag ik: is dat een potentiële donor? Ik heb wel eens als antwoord gehad: nee hoor, want die patiënt is al 70 jaar. Dan leg ik uit dat dat geen belemmering hoeft te zijn. Inmiddels kennen ze mijn vraag en zeggen ze aan het einde van het telefoontje of er mogelijke orgaandonoren zijn, al voor ik ernaar kan vragen.’

‘Collega’s vragen ernaar’

Nu er meer aandacht voor orgaandonatie is, is er iets veranderd. ‘Iedereen weet er meer van en is er minder huiverig voor. Er is een enorme positieve vibe,’ zegt Cherpanath. ‘Als we bespreken of we iemands behandeling stoppen, vragen collega’s tegenwoordig meteen: is dit een mogelijke orgaandonor?’

‘Ook bij een gelijk aantal donoren kan er effect zijn’

Of er door deze aanpak meer donoren zijn, is lastig te zeggen, aldus Cherpanath. ‘Het aantal donoren wisselt altijd. In Noord-Holland waren in één jaar 20, maar in een eerder jaar 40. Waar dat aan ligt…? De behandeling van mensen met hersenletsel en hersenbloedingen is verbeterd, waardoor het aantal donoren afneemt. Dus ook als het aantal gelijk blijft, kan de aanpak effect hebben gehad.’

De aanpak in het AMC is voortgekomen uit het masterplan orgaandonatie.