Ga naar de inhoud
Marja van Wijk

‘Eén botdonor kan veel mensen helpen’

Marja van Wijk
Marja van Wijk

In een modern kantoor in Leiden zetelt BISLIFE, de enige Nederlandse bank voor botweefsel van overleden donoren. Op het eerste gezicht is het een gewoon kantoorpand met bureaus en computers, maar er zijn ook een paar afgesloten ruimtes die streng gecontroleerd worden op temperatuur. Daar staan ladekasten en vriezers waarin bot- en peesweefsel wordt bewaard.

‘Botdonatie juist wel van belang’

Marja van Wijk is arts en, zoals het officieel heet, de ‘Verantwoordelijk Persoon’. Dat is de wettelijke term voor degene die verantwoordelijk is voor de processen rond bot- en peesweefsels. Processen die volgens speciale wetgeving verlopen.

Voor gedoneerd bot- en peesweefsel zijn enorm veel toepassingen en toch is er maar weinig over bekend. Marja legt uit: ‘Bij mensen die bijvoorbeeld een implantaat bij de kaakchirurg krijgen, wordt regelmatig botweefsel gebruikt als opvulling in de kaak, maar daar hebben patiënten niet zo’n erg in. Omdat het wat abstracter is dan een orgaan of een weefsel zoals een hoornvlies, lijkt botdonatie misschien minder belangrijk. Maar het is juist wél van belang.’

‘Met bot- en peesweefsel zijn allerlei vormen van transplantatie mogelijk. Uit één uitgenomen bot kunnen meerdere transplantaten worden gemaakt, dus één botdonor kan veel patiënten helpen.’

‘Donorpezen zijn een goed alternatief’

Een bottransplantatie kan nodig zijn wanneer iemand een bottumor heeft of wanneer er door een cyste een holte is ontstaan die opgevuld moet worden. Ook bij botbreuken of het plaatsen van een prothese kan donorbot nodig zijn.

Met gedoneerd bot kunnen bovendien soms ledematen gespaard blijven die anders geamputeerd zouden worden. En dankzij botweefsel van een donor hoeft de chirurg bij operaties vaak geen gezond botdeel van de patiënt zelf te gebruiken. Het weghalen daarvan veroorzaakt een extra wond, dus ook extra pijn en herstel.

Naar pezen is ook veel vraag, bijvoorbeeld voor kniechirurgie, weet Marja. ‘Bij sportletsel of na ongevallen kan reconstructie van kruisbanden nodig zijn. Vaak kunnen de eigen pezen van een patiënt worden gebruikt, maar als dat niet mogelijk is of er wordt gekozen dat niet te doen, zijn donorpezen een goed alternatief.’

‘Bij gebruik van een pees van een donor is het operatiegebied en de wond kleiner en duurt de operatie meestal korter. Bovendien zijn deze pezen in alle soorten en maten beschikbaar, waardoor precies de juiste pees kan worden gekozen die bij de patiënt past. Peesdonatie is dus ook heel waardevol.’

‘De veiligheid van de ontvanger staat voorop’

Gedoneerd bot- en peesweefsel komt uiteindelijk bij BISLIFE terecht. Daarvoor werkt de organisatie nauw samen met de NTS. Marja: ‘Soms heeft een weefseldonor ook organen gedoneerd.’

‘Weefseldonatie is een aparte procedure die start als de bloedsomloop is gestopt. Als iemand in aanmerking komt voor weefseldonatie, meldt de arts de overledene aan bij de NTS. Die kijkt of de overledene staat geregistreerd in het Donorregister en doet de eerste screening. Aan de hand van verschillende criteria wordt bepaald of iemand bot kan doneren. Bijvoorbeeld de leeftijd, en er mag geen uitgebreide actieve infectie in het spel zijn.’

‘De donor mag ook geen kwaadaardige tumoren of cellen hebben en ook niet in het verleden hebben gehad. We willen voorkomen dat er iets mee getransplanteerd wordt naar de ontvanger, dus daar wordt heel goed naar gekeken. De veiligheid van de ontvanger staat bij alles voorop.’

Als de overledene in het Donorregister toestemming heeft gegeven voor weefseldonatie en daarvoor geschikt lijkt, worden de uitnameteams opgeroepen. ‘We streven ernaar om zo veel mogelijk één team de weefsels te laten uitnemen.’

‘Uitnameteams werken vaak ’s nachts’

‘BISLIFE kan hoornvliezen, hartkleppen en bot- en peesweefsel in één procedure uitnemen. Als er maar één team aan te pas komt, kunnen we de overledene sneller overdragen aan de nabestaanden, en de snelheid komt ook de kwaliteit van het weefsel ten goede.’

Het team kan vanuit Leiden naar locaties in heel Nederland worden gestuurd. De benodigde materialen voor uitname staan 24 uur per dag klaar op verschillende karren in een aparte ruimte van BISLIFE. ‘Uitnameteams werken vaak ’s nachts,” legt Marja uit. 'Zo verstoren ze het reguliere programma van de operatiekamers in ziekenhuizen niet, want botuitname moet altijd in een operatiekamer gebeuren.’

Het uitnemen van botweefsel moet binnen 24 uur na overlijden beginnen, vertelt Marja. ‘Maar vaak is de procedure binnen die tijd al afgerond. Bot- en peesweefsel wordt vrijwel altijd uit de bovenarmen en benen uitgenomen, en soms van de heupkammen. Na de uitname worden biologisch afbreekbare protheses geplaatst. Alle wonden worden gehecht en zorgvuldig afgedekt. Daarna kan de donor opgebaard worden.’

‘Uitgebreide bloedtesten op virussen en bacteriën’

Na de uitname gaan de verschillende weefsels naar speciale weefselbanken. Bot- en peesweefsel komt naar BISLIFE. Het wordt gekoeld en in speciaal materiaal verpakt binnengebracht en opgeslagen bij min 80 graden. ‘Ieder weefsel krijgt een uniek nummer en op het label wordt vermeld welk botstuk of welke pees het is.’

Hierna gaat de NTS de medische informatie over de donor na. Er volgen uitgebreide bloedtesten op virussen en bacteriën. Daar is, in tegenstelling tot bij organen, geen haast bij. Is alles in orde, dan geeft de arts van de NTS het weefsel vrij voor de botbank. Daarna komt BISLIFE weer in actie. ‘Wij kijken nog een keer extra of er risico’s zijn voor donatie. We willen de veiligheid van de ontvanger op alle mogelijke manieren waarborgen. Daarna kunnen de weefsels worden bewerkt.’

‘Bij gespecialiseerde weefselbanken wordt het botweefsel op maat gemaakt, zoals chirurgen het vaak nodig hebben voor hun patiënten. Bij de pezen wordt ook opnieuw naar de kwaliteit gekeken en gecontroleerd of ze sterk genoeg zijn. Verder worden alle weefsels ontsmet, opnieuw vanwege de veiligheid.’

'Ontvangers zijn er ontzettend mee geholpen'

De transplantaten worden bewaard totdat een ziekenhuis ze nodig heeft. Dan stuurt BISLIFE ze in bevroren toestand op droog ijs naar de arts van de ontvanger.

Ook zijn er kleine botstukjes die gevriesdroogd zijn en bij BISLIFE in ladekasten bewaard worden, in een ruimte waar de temperatuur constant wordt gehouden. ‘Die stukjes worden bijvoorbeeld gebruikt om holtes in het bot op te vullen, waar het eigen bot van de patiënt vervolgens ingroeit, zodat er weer een stevig bot ontstaat,’ zegt Marja. ‘Er kan dus ontzettend veel.’

Ze spreekt met respect over de toepassingen. ‘Artsen gaan heel creatief om met het gebruik van bot- en peesweefsel, dat is echt bijzonder en dat weten maar weinig mensen. Het is jammer dat het effect van het doneren van weefsels zo weinig bekend is bij mensen, want ontvangers zijn er ontzettend mee geholpen. Het is goed als nabestaanden zich dat realiseren.’