Ga naar de inhoud
Annemieke, doneerde bij leven een stukje lever

‘Het was me alles waard’ 

Annemieke Goldberg doneerde een deel van haar lever aan haar dochter Abigail
Annemieke Goldberg doneerde een deel van haar lever aan haar dochter Abigail

Abigail Goldberg is een levendig, gezond meisje van 7 en zit in groep 4. Dat klinkt heel gewoon, maar daar gaat een bijzonder verhaal aan vooraf. Als baby had ze een levertransplantatie nodig. Haar moeder Annemieke zei meteen: ze krijgt een stuk van mijn lever. Zo gebeurde het. Maar dat dit helemaal niet zo logisch was, drong pas veel later tot haar door.

‘Ik merk er niks van,’ zegt Abigail over haar bijzondere lever. ‘Het enige is dat ik medicijnen moet nemen, en daar heb ik een beetje hulp bij nodig. En door die medicijnen zijn mijn tanden wat verkleurd. Verder kan ik gewoon alles. Maar ik weet wel wat er is gebeurd. Dat staat allemaal op de film.’ Abigail doelt op de aflevering van het tv-programma Deel je leven waarin Joris Linssen mensen volgt die een donororgaan krijgen, onder anderen Abigail. En dat programma heeft ze nog niet zo lang geleden voor het eerst gezien.

‘Ze ging met gillende sirenes naar het kinderziekenhuis’

Haar moeder Annemieke vertelt wat er gebeurde toen Abigail nog maar net geboren was. ‘We leefden op een roze wolk. Op dag 11 kreeg ze een abcesje in haar lies, maar toen waren we nog niet bezorgd. Dat begon pas toen ze uit haar naveltje bloedde en dat niet ophield. Abigail begon zelfs grauw te zien. De spoedeisende hulp stuurde haar naar een kinderarts en vervolgens werd ze met gillende sirenes naar het kinderziekenhuis vervoerd.’

‘Abigail zou ooit een donorlever nodig hebben, zeiden ze’

Het duurde een tijd voordat de oorzaak duidelijk was. Ze was een van 1 van de 10 baby's per jaar die worden geboren met galgangatrasie: haar galwegen zaten dicht en ze moest geopereerd worden om een afvoerkanaal vanuit de lever te maken.'

‘Toen zeiden ze dat Abigail ooit, misschien als puber, een levertransplantatie nodig zou hebben. Maar de operatie hielp niet en kort daarna zaten we al over een transplantatie te praten in het UMCG in Groningen, het enige ziekenhuis dat kinderen transplanteert. Daar hoorden we dat de wachttijd voor een donorlever 1 tot 1,5 jaar was, en zo lang had Abigail niet.’

‘Natuurlijk matchen we, ik ben haar moeder!’

Annemieke besloot direct om haar dochter een deel van haar eigen lever te geven. ‘Ik was gestopt met werken toen Abigail ziek bleek, en mijn man Samuël was kostwinner, dus het leek ons het meest logisch dat ik dat zou doen.’ Uit de screening bleek dat Abigail en Annemieke goed matchten. ‘Ik dacht: natuurlijk matchen we, ik ben toch haar moeder? Maar later hoorde ik dat zo’n match van veel factoren afhangt en dus niet vanzelfsprekend is voor ouder en kind.’

‘Ik moest nadenken over mijn eventuele begrafenis’

Ze twijfelde niet aan het besluit om een stuk van haar lever te doneren. ‘Het is eigenlijk te gek voor woorden dat je zo’n gevaarlijke operatie moet ondergaan omdat er zo’n lange wachtlijst is, maar het was me alles waard. Ik stapte er vrij zorgeloos in. Maar ik kreeg ook een gesprek met een psycholoog, en toen die me de opdracht gaf om mijn wensen op te schrijven voor mijn eventuele begrafenis, ontdekte ik hoe riskant het was.’

‘Het was een achtbaan’

De zware operaties slaagden, en een dag na de transplantatie mocht Annemieke de IC af om met bed en al bij haar dochter te gaan kijken. Een emotioneel moment. ‘Het was een achtbaan,’ zegt ze erop terugkijkend. ‘Je leeft met de dag.' 

'We hebben veel steun ervaren uit ons geloof, de christelijke kerk, en onze familie. Dat is heel fijn als je niet weet waar je doorheen gaat. Het is bijzonder dat het is gelukt, ik heb ook gehoord van kinderen die het niet gered hebben. En het revalideren duurde lang, maar alles is goed gekomen.’

‘Pas bij ons tweede kind besefte ik het echt’

‘Nu merk je niks meer aan Abigail,’ vervolgt Annemieke, ‘maar ze was aanvankelijk wat trager in haar ontwikkeling. Ze ging bij ruim 2 jaar lopen, bijvoorbeeld. Toen ze naar de speelzaal ging, vonden we dat spannend, maar je wilt haar ook niet in een glazen huisje stoppen.'

'Pas bij onze tweede dochter Salomé besefte ik wat we eigenlijk met Abigail hadden meegemaakt. Dan dacht ik bijvoorbeeld: Salomé is nu 3 maanden, en met Abigail zaten we toen in Groningen. Het was zo veel onbezorgder allemaal. En met onze jongste, Tobias, heb ik dat terugkijkgevoel niet meer gehad.’

‘Ik kan ineens volschieten’

Ze kan er meestal redelijk nuchter op terugzien, zegt ze. ‘Maar soms kan ik ineens volschieten, zoals toen Abigail haar B-diploma haalde of toen ik haar in het koor zag meezingen. Dan denk ik: kijk eens waar ze staat!’