Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Karlijn Sparidaens

‘Ik draag hier écht iets bij’

Karlijn Sparidaens
Karlijn Sparidaens

Geen dag is hetzelfde. Het kan loeidruk of kabbelend rustig zijn bij het orgaancentrum van de NTS. Maar haar werk is altijd zinvol, zegt senior medewerker Karlijn Sparidaens, die alles regelt rond de uitname van weefsels bij donoren en de toewijzing aan ontvangers.

Zodra de telefoon gaat, is Karlijn één en al concentratie. Een arts belt dat iemand gaat overlijden en mogelijk donor kan zijn. ‘Mijn taak is dan het Donorregister te raadplegen,’ vertelt Karlijn. ‘Is er geen toestemming voor donatie, dan houdt het daar op. Is er wel toestemming of ligt de beslissing bij een naaste, dan praat de arts eerst met de familie en belt mij dan terug. Als er ook orgaandonatie aan de orde is, neemt een transplantatiecoördinator het van ons over. Maar voor weefseldonatie gaan wij aan de slag.’

Het begint met de donorscreening. Karlijn neemt met de arts een uitgebreide vragenlijst door over de overledene. Haar biofarmaceutische achtergrond komt daarbij goed van pas: ‘Ik stel vragen over de medische en sociale voorgeschiedenis en het ziekteverloop. Dat is nodig om te kunnen bepalen of weefsels geschikt zijn voor transplantatie. Je wilt overdraagbare aandoeningen natuurlijk niet mee transplanteren en het weefsel moet van goede kwaliteit zijn.’

‘Ik regel alles, van de weefseluitname tot het vervoer’

Bij weefseldonatie kan het gaan om hoornvliezen en oogweefsel, huid, hartkleppen, bloedvaten en bot- en peesweefsel. Voor hoornvliezen mag Karlijn zelf de geschiktheid van de donor bepalen, voor de overige weefsels doet een stafarts van de NTS dat. Is de donor geschikt, dan regelt Karlijn dat de uitnameteams aan de slag gaan. ‘De uitname moet binnen 24 uur na het overlijden starten, liefst eerder. Ik spreek de tijden af en organiseer het vervoer. Ook neem ik contact op met het mortuarium of de uitvaartverzorger voor de planning.’

Na uitname van de weefsels wordt het bloed van de donor onderzocht, onder andere op virussen. Alle gegevens over die onderzoeken, de uitnametijd en de weefsels komen naar Karlijn toe. ‘Die sla ik op in de computer. Soms overlijden er veel mensen in korte tijd waarvan er meldingen binnenkomen, maar het kan ook erg rustig zijn. Gemiddeld zijn er zo’n 5 tot 10 meldingen per 24 uur. Het aannemen van een melding gaat altijd voor, want dan kan de procedure snel in gang worden gezet. De administratie over een procedure en de onderzoeksgegevens kan ik ook later afhandelen, dus dat doe ik als er geen meldingen zijn.’

‘We werken heel zorgvuldig, we checken alles drie keer’

Een kwart van haar werktijd besteedt Karlijn aan de toewijzing van weefsels aan ontvangers in Nederland: de allocatie. Uitgenomen weefsels worden opgeslagen in weefselbanken en worden daarna toegewezen aan mensen op de wachtlijst. Karlijn vertelt: ‘Ik bekijk welke patiënten in aanmerking komen, hoe hoog de eventuele urgentie is en welke weefsels er beschikbaar zijn. Hoornvliezen zijn bijvoorbeeld hooguit vier weken houdbaar, die moeten dus snel worden getransplanteerd.’

De veiligheid van de ontvanger van het weefsel staat voorop. Dat is ook de reden waarom Karlijn alles voortdurend controleert en nog eens checkt. ‘Ze zeggen altijd: van fouten maken leer je, maar hier mág je simpelweg geen fouten maken. Dat lijkt ingewikkeld, maar we gebruiken heldere criteria en duidelijke beslisbomen. Bovendien werken we als team heel intensief samen. Als mijn collega aan de telefoon zit, luister ik soms met een half oor mee, zeker als ik na haar dienst de lopende procedures overneem.’ Wat stressbestendigheid is wel nuttig, zegt Karlijn. ‘Er lopen vaak veel procedures tegelijk en je moet precies zijn.’

‘Met mijn werk kan ik echt iets betekenen’

Karlijn is sinds maart  2012 bij het orgaancentrum. ‘Het is heel fijn om te doen, want ik draag echt iets bij. Ik ben medisch-inhoudelijk bezig en leer elke dag iets nieuws. Ook krijgen we regelmatig cursussen. En ik werk nieuwe medewerkers in. Dat zijn mensen met minimaal een hbo-opleiding in de medische richting. Het duurt een halfjaar voordat iemand dit werk helemaal zelfstandig kan doen. We gebruiken headsets voor onze gesprekken, en ik kan meeluisteren met de gesprekken en zo nodig inbreken. Totdat de nieuwe collega alles onder de knie heeft.’

Eén avond per week werkt Karlijn tot 23.00 uur en verder zijn er wisselende dagdiensten vanaf 8.00 uur of 9.30 uur, ook in weekenden. De nachtdiensten nemen geneeskundestudenten op zich. ‘Er zijn dag en nacht minstens twee mensen aan het werk, overdag nog meer. Dat moet ook wel, want als er een donor wordt aangemeld, kun je niet wachten.’