Ga naar de inhoud

registreer je oporgaandonatie.nu

Jolande ter Meulen, ontvanger cornea

‘Ik heb mijn gezichtsvermogen terug’

Jolande ter Meulen, ontvanger cornea
Jolande ter Meulen, ontvanger cornea

Een op de 2000 mensen wordt slechtziend doordat de perfecte bolvorm van het hoornvlies verandert in een kegelvorm. Jolande ter Meulen (38) is een van die mensen. In haar studententijd kreeg ze last van een vervormd beeld en ze ging steeds slechter zien. Een paar jaar geleden onderging ze een hoornvliestransplantatie. ‘Een wereld van verschil,’ zegt ze, ‘wat ben ik de donor dankbaar!’

‘Ik zat achter in de collegezaal en merkte dat ik het allemaal niet zo goed meer kon zien. Toen ik mijn hand over mijn rechteroog legde, ontdekte ik dat ik met het linkeroog bijna niks meer zag. Mijn rechteroog deed dus eigenlijk al het werk. Ik ging naar een oogarts die niets bijzonders opmerkte, en het duurde nog een hele tijd voordat een andere oogarts constateerde dat ik keratoconus had, een afwijking in de bolling van het hoornvlies.'

'Dat vlies wordt puntiger en grillig, waardoor het beeld sterk vervormd wordt. Omdat die vorm van het hoornvlies steeds verandert, is de afwijking moeilijk te corrigeren. Met lenzen zou het beter gaan, maar die kan ik vanwege een allergie vaak slecht verdragen.'

'Zo begon het gesukkel. Dat duurde jaren. Bril, lenzen, nieuwe bril, weer een andere bril, andere lenzen… Het beeldscherm van mijn computer moest op 200%, anders zag ik niks. Ondertitels van films kon ik niet lezen. Ik heb aan beide ogen die afwijking, maar met het rechteroog ging het nog vrij goed. Maar als je maar met één oog kijkt, kun je geen diepte zien en dat is bijvoorbeeld gevaarlijk in het verkeer. Het werd steeds lastiger.'

'Ik had weinig te verliezen, maar zag er wel tegenop'

'Op een zeker moment opperde de oogarts een hoornvliestransplantatie. Daar wilde ik eerst de risico’s van weten. Hij legde uit dat ze een hoornvlies kunnen transplanteren zonder het endotheel mee te nemen. Dat is een laagje cellen in het oog dat bij transplantatie een grotere kans geeft op afstoting. Als ze die cellaag niet mee transplanteren is de slagingskans groter. Dat durfde ik wel aan.'

'Ik had weinig te verliezen, maar zag er wel tegenop. Ik vond het best griezelig dat ik een stukje weefsel van een overleden persoon zou krijgen. Ik vroeg me af of het van een man of een vrouw zou zijn geweest, wat er met die persoon gebeurd zou zijn. Maar dat was na de transplantatie heel snel over. Nu denk ik alleen maar: wat een geweldig mooi cadeau heb ik gekregen!'

'Het was verbluffend hoe snel ik na de transplantatie al beter kon zien'

'Sinds de transplantatie is het zicht aan mijn linkeroog meer dan 80% vooruitgegaan. Een onvoorstelbare verbetering. Voorheen groette ik wel eens mensen op straat die ik, eenmaal dichterbij, helemaal niet bleek te kennen. En in het zwembad ben ik een keer tegen een vreemde man gaan praten van wie ik dacht dat het mijn man was. Best gênante situaties. Het is niet zo dat mijn leven ervan afhing, maar slecht zien belemmert je wel enorm.'

'Het was verbluffend hoe snel ik na de transplantatie al beter kon zien. Al na een week of twee was alles helder. En het is goed gegaan, ik heb geen afstotingsverschijnselen gehad. Een transplantatie zonder endotheel is nog relatief nieuw. Bij een normale transplantatie zou het hoornvlies tien tot vijftien jaar mee kunnen gaan, en met deze vorm van transplanteren waarschijnlijk veel langer. Ik kan dus hopelijk nog even vooruit. Mijn andere oog wordt ook langzaam slechter, dus het is aannemelijk dat ik opnieuw een transplantatie zal krijgen.'

'Ik heb ook niet het gevoel dat ik door het oog van iemand anders kijk'

'Ik weet dat veel mensen moeite hebben met het idee om hun hoornvlies te doneren. Maar het is eigenlijk niet meer dan een stukje vlies van verhoornd materiaal, een beetje vergelijkbaar met nagels. Zo heftig is het niet.'

'Ik heb ook niet het gevoel dat ik door het oog van iemand anders kijk. Ik ben de donor wel enorm dankbaar voor het herstel van mijn zicht. Omdat ik een gezin heb, is het niet alleen voor mijzelf, maar ook voor mijn omgeving een geschenk. Ik ben voorzichtig met mijn oog. Natuurlijk omdat ik er goed mee wil blijven zien, maar zeker ook omdat er een cadeau van iemand in zit, waar ik goed voor moet zorgen. Dat is mijn plicht tegenover degene die het aan mij heeft nagelaten.’