Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Sijbrand Hofker, chirurg

‘Ik sta soms met een brok in mijn keel te opereren’

Sijbrand Hofker, chirurg in het UMC Groningen

Chirurg Sijbrand Hofker is nauw betrokken bij orgaandonatie. Hij is medisch hoofd transplantatie en orgaandonatie bij het UMC Groningen en voert regelmatig donoroperaties uit. Respect voor de donor en zijn of haar nabestaanden staat bij hem voorop. 

Wat vindt u van negatieve berichten over orgaandonatie in de sociale media?

‘Dat raakt mij enorm. Soms hoor of lees ik in de media verhalen waaruit het net lijkt alsof wij medische professionals een soort aasgieren zijn die alles uit een patiënt halen wat er te halen valt, zonder respect voor de overledene en nabestaanden. Dat stuit mij tegen de borst, want de werkelijkheid is totaal anders.'

'Ik sta soms met een brok in mijn keel te opereren. Het moment waarop een donor wordt binnengereden en ook als hij of zij weer weggereden wordt, is voor ons allemaal heel indrukwekkend. Dan realiseer je je het sterkst dat er iemand is overleden en dat die persoon nu anderen helpt met zijn of haar organen.'

'Kinderen maken de meeste indruk. Een kindje van negen dat daar dood ligt op de operatietafel; verschrikkelijk. Dan moeten we als team achteraf wel even samen bijkomen. Maar het is onze taak om de laatste wens van de overledene of van diens nabestaanden in te willigen. Dáár doen we het voor, met het grootst mogelijke respect.’

Krijgen de nabestaanden van tevoren altijd precies te horen wat er wordt uitgenomen?

‘De transplantatiecoördinator vertelt in grote lijnen welke handelingen er tijdens een donatieprocedure uitgevoerd worden en dus ook welke organen we wegnemen. Het kan zijn dat organen waar wel toestemming voor gegeven is, toch medisch niet geschikt voor transplantatie blijken. De transplantatiecoördinator schat in hoeveel details gewenst zijn, en wat de naasten emotioneel aankunnen op dat moment. 

'Uiteraard nemen we alleen weefsels weg die noodzakelijk zijn om de transplantatie van het uitgenomen orgaan tot een succes te maken. Bij het hart moet je bijvoorbeeld een stukje van de aorta meenemen, anders kun je het hart niet goed aansluiten op de bloedvaten van de ontvanger. Dan is er überhaupt geen succesvolle transplantatie mogelijk – het zou dus volkomen onlogisch zijn om een hart uit te nemen zonder dat stuk aorta.'

'Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de lever: voor een succesvolle transplantatie moet je bij de donor ook de galblaas, het grootste gedeelte van de galwegen en een deel van het middenrif uitnemen.

'Soms wijken we tijdens de operatie af van ons oorspronkelijke plan, bijvoorbeeld omdat de organen anders liggen dan verwacht, of omdat sommige bloedvaten niet goed genoeg blijken en we andere bloedvaten uit moeten nemen. Uiteindelijk doen we alles om transplantatie maar mogelijk te maken, zodat de donatie van de overleden donor ook echt zin heeft. We zorgen er dan wel voor dat we dat op zo’n manier doen, dat we het uiterlijk van de donor niet beschadigen.’

Wat vindt u van de suggestie dat chirurgen geld verdienen aan het uitnemen van organen?

‘Dat sommige mensen denken dat we er geld aan willen verdienen vind ik onbegrijpelijk. Organen worden altijd uitgenomen door medewerkers van een universitair medisch centrum, die geen cent extra betaald krijgen voor zo’n operatie. Meestal zijn de organen niet eens bestemd voor het eigen ziekenhuis.’

Waarom neemt de chirurg een deel van de milt ook uit als deze niet wordt getransplanteerd? 

‘We nemen altijd een stukje van de milt mee – niet om te transplanteren, want milttransplantaties worden niet gedaan. Dat stukje milt is nodig voor de zogenoemde ‘kruisproef’. Daarbij brengt de transplantatie-immunoloog cellen van de donor in het laboratorium in contact met bloed van de ontvanger, om te zien of er afweerreacties ontstaan. Cellen van de milt zijn het meest geschikt om zo’n kruisproef mee uit te voeren.'

'Het gaat in principe om een klein stukje milt, van een paar centimeter. Maar af en toe, als een patiënt meerdere organen afstaat die naar verschillende ontvangers kunnen gaan, is een groter stuk van de milt of zelfs de hele milt nodig voor de verschillende kruisproeven.'

'Alleen bij alvleesklierdonatie en -transplantatie nemen we standaard de hele milt mee uit. Dat doen we omdat de milt zodanig vast zit aan de alvleesklier dat je die beter als één geheel kunt uitnemen. Pas in het transplantatiecentrum wordt de milt dan heel voorzichtig van de alvleesklier afgehaald. Hij wordt dus niet mee getransplanteerd.’

Hoe kan het dat nabestaanden soms niet positief terugkijken op de donatieprocedure?

‘Ik denk dat hoe wij omgaan met nabestaanden het allerbelangrijkst is. Respect voor de donor en diens nabestaanden staat voorop. Elke situatie is anders, je moet dus maatwerk leveren. Nabestaanden moeten voortdurend goed geïnformeerd worden, rekening houdend met wat zij op dat moment aankunnen. De vraag om donatie stel je bovendien maar één keer, het is ongepast om door te blijven vragen. Dat is ook niet hoe transplantatiecoördinatoren en andere medische professionals werken.'

'Persoonlijk vind ik het eigenlijk een te zware taak voor nabestaanden om een keuze over orgaandonatie te moeten maken. Zij bevinden zich op zo’n moment in een achtbaan van emoties en vinden het vaak lastig om te bedenken wat de patiënt zou hebben gewild. Want dat is toch wat iedereen doet: bedenken wat die persoon zélf zou hebben gewild. Het zou dan ook zoveel makkelijker zijn voor nabestaanden als iedereen zijn keuze had laten vastleggen in het Donorregister.'