Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Familie Planting, besprak het aan de keukentafel

‘Zouden jullie zeggen: doneer maar alles?’

Praat je wel eens over orgaandonatie? De familie Planting uit Eindhoven deed het wel. Opa Eric (71), oma Trix (71), vader Erwin (47) en zijn echtgenote Marion (45) en hun kinderen Indy (16) en Tom (14) gingen er op verzoek van de NTS eens uitgebreid voor zitten en merkten dat er best lef nodig is voor een gesprek over de dood en dat alle extra informatie daarbij welkom is.

De familie Planting thuis aan tafel in gesprek over orgaandonatie.
De familie Planting thuis aan tafel in gesprek over orgaandonatie. Vnlr moeder Marion, zoon Tom, opa Eric, oma Trix, vader Erwin en dochter Indy

Praat je wel eens over orgaandonatie? De familie Planting uit Eindhoven deed het wel. Opa Eric (71), oma Trix (71), vader Erwin (47) en zijn echtgenote Marion (45) en hun kinderen Indy (16) en Tom (14) gingen er op verzoek van de NTS eens uitgebreid voor zitten en merkten dat er best lef nodig is voor een gesprek over de dood en dat alle extra informatie daarbij welkom is.

Het hele gezin zit aan tafel, en Indy opent het gesprek met een vraag aan haar ouders: ‘Jullie zijn allebei als donor aangemeld, toch?’ Haar moeder Marion knikt resoluut van ja en vraagt: ‘Wil jij ook donor worden?’ Indy buigt even haar hoofd en zegt dan: ‘Ja, maar ik zou wel willen dat jullie kunnen kiezen hoeveel van mijn lichaam je zou willen behouden.’ Indy’s keuze heet in het Donorregister keuze 3: mijn nabestaanden beslissen.

‘Ik geloof niet in een hemel of een ziel’

Opa Eric kijkt op en zegt op vastberaden toon: ‘Van mij mogen ze alles hebben, want daarna ga ik toch de oven in. Ik geloof niet in een hemel of een ziel, het is klaar met mijn lijf. Wat ze dan nog kunnen gebruiken, prima.’

Oma Trix, ook geregistreerd als donor, vraagt aarzelend of er een leeftijdsgrens is voor doneren. Iedereen kijkt elkaar vragend aan en dan komt Eric luchtig met de oplossing. ‘Ik stel alles ter beschikking, dan moeten de medici maar uitmaken wat ze kunnen gebruiken.’ Oudere mensen denken vaak, net als oma Trix, dat hun organen niet meer geschikt zijn voor donatie. Maar doneren kan tot op hoge leeftijd.

‘Zouden jullie zeggen: doneer maar alles?’

Indy wil toch nog even verder praten over haar keuze. ‘Als ik me zou registreren, zouden jullie dan met mij willen beslissen wat ik wel en niet zou doneren? Of zeggen jullie: doneer maar alles?’

Vader Erwin gaat rechtop zitten en zegt: ‘Wat mij betreft doneer je alles.’ Haar moeder valt hem bij: ‘Ja, want als je zelf een orgaan nodig hebt, zou je het ook graag ontvangen. Dus vind ik: dan moet je ook willen doneren. Wat heb je er na je dood nog aan?’

‘Artsen hebben toch een eed afgelegd?’

Als Tom zegt dat hij ook donor wil worden, brengt zijn moeder hem even van zijn stuk. ‘Ben je niet bang dat ze je dood laten gaan omdat ze graag je organen willen hebben?’ vraagt ze. Tom denkt even na en schudt dan zijn hoofd. ‘Als er een kans is dat ik het haal, denk ik niet dat ze me dood laten gaan. Dat mag niet.’ Indy is een beetje verontwaardigd. ‘De artsen hebben toch een eed afgelegd?’ zegt ze. ‘Een arts is arts geworden om zijn patiënten beter te maken.’

‘Als je er een leven mee kunt redden, zeg ik: niet zeuren’

Tom ziet allerlei situaties voor zich die een beslissing moeilijk maken. ‘Stel dat jouw orgaan naar iemand gaat die heel andere denkbeelden heeft.’ Het blijft even stil. Dan zegt opa Eric: ‘Je bent er niet meer, dus dat kun je niet controleren. Dat zou ook dubieus zijn. Als je er een leven mee kunt redden, zeg ik: niet zeuren.’ Tom knikt langzaam, niet helemaal overtuigd.

‘Zou jij een nier aan mij afstaan?’

Oma Trix haalt de kwestie van doneren dichterbij. ‘Je kunt ook doneren bij leven, een nier afstaan aan een kind of een vriend. Zou jij een nier aan mij afstaan, Erwin?’ Opa Eric geeft al antwoord voordat Erwin kan reageren. ‘Zoiets kun je pas beslissen als je ervoor staat. Het heeft risico’s voor beide partijen, denk ik.’ Trix schudt beslist haar hoofd. ‘Nee hoor, met één nier kun je goed leven.’ Maar Erwin heeft zijn bedenkingen. Bijna verontschuldigend kijkt hij zijn moeder aan: ‘Uit emotioneel motief zeg ik ja, maar als ik daarna zelf een nierziekte krijg, heb ik een probleem.’

‘Voor zo’n beslissing is voorlichting nodig’

Als Indy en Tom zeggen dat ze er op school geen les over hebben gehad, is Marion onaangenaam verrast. ‘Voor zo’n beslissing moet je toch voorlichting krijgen?’ roept ze uit. Indy is het met haar eens. ‘Ik denk dat veel klasgenoten er te weinig van afweten. Er wordt ook niet over gepraat.’ Marion snapt dat het daardoor ver van het bed blijft. Dan bekent ze aan Indy en Tom: ‘Misschien moet er ook een aanleiding zijn. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me pas geregistreerd heb toen jullie waren geboren.’

‘In zo’n situatie moet je zoiets snel besluiten’

Tom heeft het intussen moeilijk met een ander moreel dilemma: ‘Stel dat een kind dat doodgaat geregistreerd staat als donor, maar de ouders hebben daar problemen mee en zeggen nee. Daar zou ik me als ouder niet echt lekker bij voelen.’ Vader Erwin neemt het voor de ouders op. ‘In zo’n situatie moet je ook snel besluiten. Daarom is het goed als je er al eerder over gesproken hebt samen.’

Opa Eric zucht even. ‘Weet je wat het is? De emotie ontbreekt als je er een nuchter gesprek over voert, zoals nu. Die emotie is er wél als je ervoor staat. Dat maakt het best lastig.’

Meer informatie?

Het voeren van een gesprek over orgaandonatie is niet eenvoudig, maar toch kan het goed zijn om je er samen met anderen een mening over te vormen. Dat kan met onze tips voor een gesprek thuis. Misschien blijkt tijdens zo'n gesprek pas dat je meer informatie nodig hebt over waarom orgaandonatie belangrijk is of over hoe orgaandonatie in zijn werk gaat.

Bij grotere discussies, bijvoorbeeld op school of op je werk kun je ook een gastspreker van de NTS uitnodigen. Vrijwilligers van de NTS zijn vaak zelf ontvanger of nabestaande van een donor.