3. Toestemming voor donatie

3.1. Hoe kan iemand toestemming geven voor donatie?

Orgaan- en weefseldonatie mogen in Nederland alleen plaatsvinden als de overledene, zijn nabestaanden of een specifiek aangewezen persoon daarvoor expliciet toestemming hebben gegeven. Een persoon kan op de volgende manieren toestemming geven voor donatie van zijn organen en weefsels:

Door registratie in het Donorregister

Iedere wilsbekwame Nederlander van 12 jaar of ouder kan zich registreren in het Donorregister. In het Donorregister zijn 4 keuzes mogelijk.

  1. Ja, ik geef toestemming: Ik geef toestemming voor donatie van mijn organen en weefsels (eventueel met uitzondering van bepaalde organen en/of weefsels).
  2. Nee, ik stel mijn organen en weefsels na mijn overlijden NIET beschikbaar voor transplantatie (bezwaar): Ik wil geen organen of weefsels doneren na mijn overlijden.
  3. Mijn partner of familie beslist: Mijn nabestaanden mogen beslissen over de donatie van mijn organen en/of weefsels. De partner en eerste- en tweedegraads bloed- en aanverwanten mogen beslissen over donatie (zie paragraaf 3.3). Ten behoeve van de leesbaarheid zullen deze personen tezamen hierna worden aangeduid als ‘familie’.
  4. De door mij gekozen persoon beslist: Ik laat de beslissing over donatie over aan een specifieke persoon. Deze persoon wordt op het moment dat de donatie aan de orde is, benaderd met de vraag of hij al dan niet toestemming verleent. Deze persoon hoeft géén familie te zijn.

Met een handgetekende verklaring

Het is ook mogelijk om in een handgetekende verklaring toestemming te geven voor donatie, bezwaar te maken tegen donatie of deze keuze over te laten aan een specifiek persoon. Deze verklaring is geldig als er een naam, datum en een handtekening op staan.

Met een voormalig donorcodicil

Het donorcodicil is nog steeds een geldig bewijsmiddel voor toestemming voor donatie.

Als een patiënt zijn toestemming niet op een van bovenstaande manieren heeft vastgelegd, moet de arts toestemming aan de familie vragen (zie paragraaf 3.3). Is de familie niet (op tijd) bereikbaar? Dan kan er geen donatie plaatsvinden.

Zijn er van een patiënt meerdere, tegenstrijdige verklaringen over orgaandonatie aanwezig? Dan is de meest recente geldig. Is de patiënt jonger dan 16 jaar of was hij wilsonbekwaam op het moment dat hij zijn keuze vastlegde? Dan gelden er speciale regels. Die worden beschreven in paragraaf 3.3.