Richtlijn orgaandonatie IC-fase tijdens COVID-19

  • Auteur(s): Danielle Mol
  • Gericht aan: ODC, DC, Commissie Donatie van de NVIC, supervisoren, LORUT, LOTTO, LOL en LONT
  • Afgestemd met: De RTL, Voorzitter supervisorenoverleg, Voorzitters commissie donatie NVIC, LOTTO, LORUT, LOL en LONT
  • Datum: 20 maart 2022
  • Status: Dit beleid wordt regelmatig geëvalueerd

Uitgangspunt

  • De ODC wordt ingezet in elk donorziekenhuis, ongeacht de eventueel verschillende coderingen van de risicogebieden binnen Nederland.
  • Een potentiële donor ligt op een niet-COVID afdeling als er elders sprake is van cohort verpleging. Op een afdeling waar een Covidpatiënt verpleegd wordt ligt de donor op een aparte kamer, sluis is niet noodzakelijk.
  • Iedere donor wordt getest op SARS-CoV-2, bij een positieve uitslag wordt de procedure gestaakt.
  • Een potentiële donor zonder klinisch beeld van een Covid infectie maar met een positieve testuitslag kan mogelijk wel in aanmerking komen voor donatie mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Zie Anamnese en Diagnostiek.
  • Een potentiële donor op een Covid afdeling en cohort verpleging zonder klinisch beeld van een Covid infectie maar met een zwak positieve uitslag kan alleen worden opgestart als er een veilige en werkbare omgeving voor de ODC mogelijk is. Deze afweging maakt de ODC met de intensivist.
  • Is familie van de donor positief getest, of valt zij onder het risicoprofiel van het RIVM, dan vindt het familiegesprek telefonisch plaats of wordt uitgevoerd volgens het protocol “Strikte isolatie”.

Belangrijkste punten
Donatie is alleen toegestaan als:

  • De PCR test, bij voorkeur op sputum of diep respiratoir materiaal, op SARS-CoV-2 negatief is EN
  • De test niet ouder is dan ongeveer 24 uur EN
  • Als de donor eerder een infectie/besmetting had met COVID-19, dan moet de donor:
    •  > 14 dagen symptoomvrij zijn EN
    • 2 x een negatieve PCR-testuitslag hebben met ten minste 24u daartussen.
  • Bij een CT waarde van > 33 wordt de donor overlegd, Indien geen CT waarde is verstrekt wordt een (zwak) positieve donor niet geaccepteerd. Zie richtlijn donoren zwak positief voor `Sars- Cov-2-Covid-19.

Afhandelen COVID-klachten en besmettingen ODC

  • ZUT en ODC (OK en IC-fase) volgen testrichtlijn FMS of het lokaal protocol COVID-19 van het ziekenhuis waar de medewerker in dienst is.
  • Bij besmetting binnen ZUT, informeert de ODC de supervisor Donatie en die beslist over werkinzet in de IC of OK dienst. 

Wijzigingen t.o.v. vorige versie:

PCR uitslag

  • Er zijn verschillen tussen de gehanteerde diagnostiek in ziekenhuizen, voor orgaandonatie gaan wij uit van de volgende afspraak. Bij een kwalitatieve uitspraak wordt die gevolgd ( positieve uitslag -> geen donatie) Bij een kwantitatieve uitslag  gaan wij uit van: Donor is positief bij CT waarde kleiner dan 33, zwak positief  bij een CT waarde van 33 tot 36. Boven CT waarde van 36 wordt gezien als negatief.

Voor zowel thoracale als abdominale organen kan een zwak positieve donor worden geaccepteerd. 

Aanleiding

Nederland heeft nog steeds te maken met een hoog aantal besmettingen. De Omikron variant is hiervoor verantwoordelijk en is op dit moment al dominant in Nederland. Het vaccinatieprogramma is aangevuld met een boosterprogramma, de vaccinatiebereidheid is nog steeds vrij groot. Er zijn echter ook gebieden of wijken die achter blijven met vaccineren. Het proces van orgaandonatie en daarmee de (inter)nationale orgaanuitwisseling vindt nog altijd plaats. Het is belangrijk om afspraken te maken hoe het risico op besmetting met SARS-CoV-2, in het kader van postmortale orgaandonatieprocedures zo laag mogelijk kan worden gehouden. Tijdens de intensive care fase is het belangrijk om besmettingsrisico’s voor potentiële orgaandonoren maar ook voor de orgaandonatie coördinator te beperken. En hoe gaan we om met potentiële donoren die in een eerder stadium een COVID-infectie hebben doorgemaakt? Wat zijn mogelijke bijwerkingen van vaccinaties en wat is het effect op transplantatiepatiënten?

Uitgangspunten

Voordat een orgaandonatieprocedure gestart wordt, en er sprake is van infectiegevaar zoals COVID, brengt de ODC de actuele stand van zaken met betrekking tot Covidpatiënten en de voorzorgsmaatregelen op de betreffende IC in kaart.

  • Een potentiële donor ligt op een niet-COVID afdeling als er elders sprake is van cohort verpleging. Op een afdeling waar een Covidpatiënt verpleegd wordt ligt de donor op een aparte kamer, sluis is niet noodzakelijk.
  • De IC omstandigheden en de logistiek rondom de beeldvorming moeten veilig zijn.
  • Iedere donor wordt getest op SARS-CoV-2, bij een positieve uitslag wordt de procedure in principe gestaakt.
  • Er zijn verschillen tussen de gehanteerde diagnostiek in ziekenhuizen, voor orgaandonatie gaan wij uit van de volgende afspraak. Bij een kwalitatieve uitspraak wordt die gevolgd (positieve uitslag -> geen donatie). Bij een kwantitatieve uitslag  gaan wij uit van: Donor is positief bij CT waarde kleiner dan 33, zwak positief  bij een CT waarde van 33 tot 36. Boven CT waarde van 36 wordt gezien als negatief.
  • Voor zowel thoracale als abdominale organen kan een zwak positieve donor worden geaccepteerd.
  • Is familie van de donor positief getest dan vindt het familiegesprek telefonisch plaats. In alle andere gevallen; bij voorkeur telefonisch of met in acht nemen van minimaal 1.5 meter afstand in het ziekenhuis en het dragen van een mondkapje (in overeenstemming met de openbare ruimte).
  • De ODC wordt ingezet in elk donorziekenhuis, ongeacht de eventuele verschillende coderingen van de risicogebieden binnen Nederland. Dit is gebaseerd op het zeer zorgvuldige screenings- en selectiebeleid in Nederland.

Anamnese en diagnostiek

Donatie is alleen toegestaan als:

  • De PCR test, bij voorkeur op sputum of diep respiratoir materiaal, op SARS-CoV-2 negatief is EN
  • De actuele testuitslag ongeveer 24 uur oud is EN
  • Een potentiële donor die in contact is geweest met een persoon met een bevestigde infectie met SARS-CoV-2 voldoet aan de volgende eisen;
    • 2x een negatieve PCR op nasopharyngale swab of sputum met ten minste 24u daartussen EN
    • Geen klinisch beeld passende bij COVID-19, zoals gesteld in de casusdefinitie van het RIVM of bij aanwezigheid van een duidelijke andere verklaring voor de bevindingen.

Als de donor eerder een infectie/besmetting had met COVID-19, dan wordt donatie veilig geacht als de donor:

  • Minstens 14 dagen symptoomvrij is EN
  • 2 x een negatieve PCR-testuitslag heeft (aantonen terechte negatieve testuitslag) op sputum of diep respiratoir materiaal (hogere sensitiviteit), met tenminste 24 uur daartussen of
  • Een zwak positieve uitslag met een CT waarde van 33 of hoger.

Belangrijkste kenmerken voor het vervolg bij procedure bij een zwak positieve donor:

  • Vaststellen Ct waarde
    • Is deze waarde  ≤ 33, dan wordt donor alsnog als positief geclassificeerd. 
    • CT waarde > 36, dan wordt de donor als negatief geclassificeerd: donatie.
    • Is deze Ct-waarde >33 en  ≤ 36, dan is de donor zwak positief: donatie mits
      • Het betreft herstelde COVID
      • Minimaal 14 dagen na eerste ziektedag
      • Geen actieve COVID meer
      • Herhaaltest: 1 PCR test met interval van 24 uur en waarde >33
      • Indien mogelijk antistoffentest (anti S / anti N)
  • Alle organen kunnen worden aangeboden.
  • Overleg met uitnameteam over extra veiligheidsmaatregelen bij DCD donor.
  • IC omstandigheden, OK omstandigheden en logistiek rondom beeldvorming moet veilig zijn. Er moet een veilige en werkbare omgeving zijn voor de ODC buiten de Covid/Cohort afdeling zijn waar zijn/haar DPA ingevuld kan worden.
  • Deze informatie wordt toegevoegd in Donordata bij Medical comments.              

Interpretatie van testresultaten

De COVID uitslag uit het donor ziekenhuis is leidend

  • Uitslag vanuit donorziekenhuis is kwalitatief:
    • Positief  betekent geen donatie
    • Negatief betekent donatie; normale procedure wordt gevolgd
    • Bij de uitslag zwak-positief: vervolg procedure
  • Uitslag vanuit donorziekenhuis is kwantitatief (de uitslag wordt gegeven in Ct-waarden): vervolg procedure.

(Hetero) anamnese

Van iedere donor wordt een (Hetero)anamnese vanaf 14 dagen voor opname tot het moment van donorevaluatie gemaakt. Hierbij worden de volgende symptomen uitgevraagd:            

  • Neusverkoudheid
  • Keelpijn (14%)
  • (Droge) Hoest (68%)
  • Moeheid (38%)
  • Verhoogde sputumproductie (33%)
  • Spier- en gewrichtspijn (15%)
  • Hoofpijn (14%)
  • Verhoging en koorts > (> 38 graden Celsius) (88%)
  • Ook gerapporteerd (bij een kleiner deel van de patiënten): diarree (4%); misselijkheid en braken (5%). Daarnaast wordt ook melding gemaakt van verlies van reukzin (hyposmie/anosmie) en smaakzin (dysgeusie) en neurologische verschijnselen (24.8%) zoals hoofdpijn, duizeligheid, ataxie, epilepsie en acute cerebrovasculaire ziekte
  • Kortademigheid (19%)

Diagnostiek:

  • Aantonen van viraal RNA met (real-time) reverse-transcriptie (RT)-PCR op monsters afkomstig van een nasofarynx (neus)wat en orofarynx (keel)wat. Bij voorkeur op sputum of diep respiratoir materiaal in verband met hogere sensitiviteit.
  • Een nasofarynx (neus)wat en orofarynx (keel)wat voor een moleculaire sneltest die uitsluitend in de UMC’s en in zeer beperkte mate wordt aangeboden. Zie richtlijn voor inzet snel diagnostiek.
  • De testuitslag is ongeveer 24 uur geldig. Bij het opstarten van een donatieproces neem de ODC standaard bloed af en nu ook swab voor PCR-bepaling. Daarmee borg je een actuele testuitslag van ongeveer 24 uur oud.

Richtlijn snel diagnostiek

De testen worden ingezet om te voorkomen dat donatieprocedures niet worden gestart of worden gestaakt in verband met de duur van de reguliere COVID testen. (Er is geen noodzaak om een sneltest in een UMC aan te vragen als de Covid test al in het lokale ziekenhuis is ingezet).

De test kan ingezet worden in situaties waarbij geen 24 uur gewacht kan worden. Denk aan:

  • Verwachte kans op instabiliteit.
  • Logistieke knelpunten in het donorziekenhuis.
  • Donorfamilie heeft de wens de uitname procedure zo spoedig mogelijk op te starten, risico voor intrekken toestemming.
  • Uitslag test van ontvanger moet bekend zijn vóór uitname waardoor lange wachttijd ontstaat.
  • Testuitslag dubieus waardoor hertest nodig is.

Vaccinatie

Van iedere donor wordt uitgevraagd wanneer en met welk vaccin de donor is gevaccineerd. Deze informatie wordt toegevoegd in Donordata bij Medical comments. Aanvullende informatie over een booster wordt hier ook genoteerd.

Transmissie risico en voorzorgsmaatregelen

Transmissie via druppeltjes die loskomen bij hoesten, niezen, praten en ademhalen vergelijkbaar met influenza. Druppeltjes reizen doorgaans niet meer dan 2 meter. Directe transmissie is mogelijk via aerosolen die loskomen tijdens aerosolvormende handelingen zoals o.a. bij tracheale intubatie, niet-invasieve beademing, tracheostomie, cardiopulmonaire reanimatie en bronchoscopie. Een risico op infectie zou mogelijk kunnen optreden als een persoon een geïnfecteerd oppervlak aanraakt en vervolgens zijn of haar ogen, neus of mond aanraakt.

De voorzorgsmaatregelen zoals opgesteld door de ziekenhuishygiënist van het LUMC (20 april 2020) zijn van kracht bij het betreden van een IC met COVID positieve patiënten:

  • Bespreek met de intensivist waar u u kunt melden voor instructies bij het betreden van de IC.
  • Bij aankomst op de IC bespreken met de contactpersoon (stip/coördinerend verpleegkundige) wat de werkinstructies zijn:
    • Wanneer beschermende maatregelen.
    • Wat is een geschikt kantoor? Liefst buiten de IC.
    • Hoe contact onderhouden met de verpleegkundige: op vaste tijden contact met elkaar, telefonisch doorbellen als streefwaarden niet worden behaald.
  • Aanvraag laboratoriumonderzoek etc. liefst zoveel mogelijk bundelen, alles kost extra inspanning.
  • Lab stickers etc. met handschoenen aan op de buizen plakken.
  • Bij voorkeur de patiëntenkamer pas betreden voor lichamelijke inspectie als er een COVID negatieve uitslag is.
  • Consulterend artsen duidelijk maken waar u te bereiken bent voor afstemming onderzoeken (radioloog, cardioloog, longarts).

Advies ten aanzien van persoonlijke spullen op een COVID positieve IC:

  • Steeds opnieuw handen desinfecteren!
  • COVID kan zich vestigen op de wielen van uw koffer, zolen van uw schoenen. Zolang u hier geen handcontact mee hebt is dat geen probleem.
  • Dus vooral handvat koffer en de laptop desinfecteren, verder alles naar eigen logica schoonmaken.

Afhandelen COVID-klachten en besmettingen ODC

Hoe om te gaan met klachten en besmettingen binnen de ZUT-teams en de inzet van de ODC op de intensive care? De landelijke richtlijn testbeleid voor zorgmedewerkers is geformuleerd door de Federatie Medisch Specialisten. De lokale protocollen COVID-19 van de ziekenhuizen waar men in dienst is (arbeidsrechtelijke overeenkomst) zijn hierop gebaseerd maar kunnen op delen afwijken. We adviseren de lokale protocollen te volgen. Bij onduidelijkheden neem je contact op met de betreffende arbodienst.

  • Het testbeleid voor zorgmedewerkers zoals geformuleerd door de FMS:
    • De zorgmedewerker met één of meer COVID-gerelateerde klachten blijft direct thuis.
    • Zorgmedewerkers (en huisgenoten) laten zich bij klachten direct testen.
    • Als een huisgenoot klachten heeft kan de zorgmedewerker doorwerken, mits de testuitslag van de huisgenoot binnen 48 uur bekend is. Als dit niet het geval is, zal de zorgmedewerker alsnog in quarantaine gaan tot de testuitslag beschikbaar is. Let op; hierin wijken lokale protocollen vaak af.
    • Als een huisgenoot positief getest is, blijft de zorgmedewerker thuis (tenzij kritisch voor bedrijfsvoering en speciale condities worden afgesproken).
    • Als een patiënt positief getest is, kan de zorgmedewerker doorwerken als er voldoende bescherming was. Als er geen voldoende bescherming was kan ook worden doorgewerkt, mits alertheid op klachten tot 10 dagen na contact. Volg lokaalbeleid voor testen en vervolg.
    • Als een collega positief getest is, kan de zorgmedewerker doorwerken. Alertheid op klachten tot 10 dagen na laatste contact. Volg lokaal beleid over testen en vervolg.
  • Als er achteraf een besmetting bij een van de teamleden wordt geconstateerd tijdens een uitname procedure, dan wordt als volgt gehandeld:
    • De positief geteste medewerker informeert zowel de 1e chirurg als de ODC van de betreffende ZUT-procedure.
    • De 1e chirurg is verantwoordelijk voor besluitvorming, waarbij de richtlijn FMS of het lokaal protocol COVID-19 van het ziekenhuis waar de medewerker in dienst is wordt gevolgd.
    • De ODC heeft de regie over de organisatorische aspecten en deze informeert het betrokken team, zijn supervisor donatie, de NTS, Eurotransplant en het vervoersbedrijf.
    • De 1e chirurg stemt met de ODC af wie de SAE/SAR melding invult, waardoor ook eventueel betrokken buitenlandse teams worden geïnformeerd.
    • De supervisor Donatie besluit of de ODC inzetbaar is in de IC of OK dienst.

Bronnen