Ga naar de inhoud

De toekomst van transplantatie: perfusie van organen

Illustratie van perfusie van een orgaan, een hart in dit geval

Welk onderzoek gaat de transplantatiegeneeskunde ingrijpend veranderen? Hoe en op welke termijn? In de serie ‘De toekomst van transplantatie’ verkennen wij de belangrijke ontwikkelingen in de wetenschap. In dit deel spreken wij met Robert Porte, hoogleraar chirurgie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), over het bewaren van donororganen. 'We kunnen de vitaliteit van donororganen na uitname straks nog beter in stand houden.'

Welke ontwikkelingen op uw vakgebied zijn van groot belang voor de transplantatiegeneeskunde?

'We kunnen met nieuwe bewaartechniek donororganen in een steeds betere conditie houden, waardoor de slaagkans van een transplantatie toeneemt. Voorheen spoelden we de organen uit met een koude, zuurstofloze vloeistof, zetten ze op ijs en brengen ze vervolgens zo snel mogelijk naar het ziekenhuis waar de ontvanger ligt.

De koeling op ijs zorgt ervoor dat het metabolisme van het orgaan bijna volledig stil komt te liggen. Daardoor kan het ‘overleven’ zonder dat het zuurstof krijgt toegediend. Dat beperkt de schade aan het orgaan. Die methode werkt al dertig jaar goed, maar is toch vrij grof. Goede organen overleven het proces, die kunnen wel tegen een stootje. Maar organen die enigszins beschadigd uit de donor komen doordat die al even gen bloedsomloop hadden, kunnen veel minder hebben. Deze zulke zogenoemde DCD organen kunnen door de zuurstofloze koude zo beschadigd raken dat ze grote problemen geven na transplantatie.

Nu hebben we de laatste jaren een nieuwe techniek ontwikkeld: de machinale preservatie, ook wel perfusie genaamd. Daarbij doorspoelen we het orgaan juist met een zuurstofríjke vloeistof  en blijven die tijdens de bewaring continu rondpompen. Het orgaan wordt daarbij niet altijd meer gekoeld. Deze methode blijkt de kwaliteit van organen als de lever en nier beter in stand te houden. Longen gaan er zelfs op vóóruit, ontdekte UMCG-collega Michiel Erasmus onlangs. Als iemand sterft, kan het longweefsel vol komt te zitten met vocht, met perfusie kun je dat vocht er weer uithalen.’

Welke doorbraak voor de patiënt verwacht u als eerste en op welke termijn?

'Ik verwacht dat we binnen een jaar levers met perfusie gaan behandelen en transplanteren. Er ligt nu een onderzoeksaanvraag bij de Medisch-Ethische Toetsingscommissie van het UMCG. Die moet beoordelen of het verantwoord is, en patiënten moeten hun toestemming geven natuurlijk. In de afgelopen jaren hebben we veel ervaring opgedaan met perfusie van levers, van proefdieren maar ook van mensen. Die menselijke levers waren afgekeurd voor transplantatie; daarom mochten we ze voor onderzoek gebruiken.

Patiënten die een lever hebben gekregen van DCD donoren krijgen nu nog in 25 tot 30 procent van de gevallen problemen met de galweg. We hebben aangetoond dat dit met zuurstoftekort te maken heeft. Daarom willen we zulke levers voor implantatie eerst behandelen met zuurstof, via perfusie. Bij longen heeft de eerste doorbraak al plaatsgevonden. Sinds vorig jaar hebben vijf patiënten een donorlong ontvangen die met perfusie was behandeld. En bij de nieren begint perfusie al bijna een standaardprocedure te worden.

Thoraxchirurgen zoals mijn collega Erasmus verwachten dat machineperfusie van donorharten op termijn ook mogelijk is. Als dat lukt, zal het een enorme doorbraak betekenen voor de harttransplantatie. Het Nederlands onderzoek op dit terrein is net van start gegaan, maar in een aantal Europese landen loopt momenteel al een patiëntenonderzoek met hartperfusies.'

Welk effect zal de doorbraak hebben op de praktijk van de transplantatiegeneeskunde?

'We hebben in Nederland gemiddeld 140 geslaagde levertransplantaties per jaar. Te weinig, want er staan tweehonderd mensen op de wachtlijst. Vijftien procent daarvan sterft omdat we niet op tijd een donororgaan hebben. We verwachten dat met perfusie meer levers gebruikt kunnen worden, waardoor de sterfte op de wachtlijst hopelijk zal afnemen. Voor longen is perfusie ook winst. Longen die tot nu toe ongeschikt waren voor transplantatie, kunnen steeds vaker wel worden gebruikt. Daardoor zal de wachtlijst voor donorlongen langzaam afnemen.'