Ga naar de inhoud

registreer je direct donorregister.nl

Heb je een donororgaan? Dan is sporten extra belangrijk

Simone Balkenende beklom na haar longtransplantatie de Mont Ventoux

Ontvangers van een donororgaan sporten minder dan gemiddeld, terwijl bewegen juist voor hen erg belangrijk is. Sporten vergroot de spierkracht en verkleint de kans op hart- en vaatziekten. Bovendien helpt sporten ook om het vertrouwen in het eigen lichaam weer te herstellen.

Bij ontvangers van een donororgaan is de drempel om te gaan sporten meestal hoog. ‘Ze zijn vaak bang dat intensief bewegen het nieuwe orgaan kan beschadigen, zelfs lange tijd na de operatie. Dus nemen ze liever het zekere voor het onzekere’, vertelt dr. Edwin van Adrichem, fysiotherapeut en onderzoeker aan het UMC Groningen.

Hart- en vaatziekten

Ruim 40% van de ontvangers van een donororgaan haalt het niet om 5 dagen per week minstens een half uur matig intensief te bewegen. Bij de gemiddelde Nederlanders haalt ongeveer 75% dat wel. ‘Terwijl sporten juist voor ontvangers van een donororgaan van groot belang is’, merkt Van Adrichem op. ‘Door de medicijnen die ze slikken, hebben ze een grotere kans op hart- en vaatziekten. Sporten verkleint onder andere de kans op overgewicht en diabetes, beide risicofactoren voor hart- en vaatziekten.’

Te voorzichtig

De terughoudendheid komt niet alleen uit angst voort. Door de immunosuppressiva, medicijnen die ontvangers van een donororgaan slikken om de kans op afstoting van het nieuwe weefsel te verkleinen, kost het meer moeite om spierkracht op te bouwen en hebben ze sneller kramp. Toch kunnen ze op termijn bijna alle sporten weer doen. Alleen vechtsporten worden vaak ontraden, zeker na een lever- of niertransplantatie. 

Kennis onder fysiotherapeuten

Niet alleen de ontvangers van een donororgaan zelf zijn vaak te voorzichtig; dat geldt ook voor de eerstelijns fysiotherapeuten die hen begeleiden, zo stelt fysiotherapeut longziekten Wytze Doeleman (UMC Utrecht). Hij begeleidt veel patiënten met taaislijmziekte voor en na de longtransplantatie en heeft daarover ook contact met hun eerstelijns fysiotherapeut. ‘Soms is dat de eerste en enige keer dat een fysiotherapeut een patiënt voor zich heeft die een longtransplantatie onderging. Het is logisch dat specialistische kennis dan ontbreekt.’

Goed onderbouwd trainingsschema

Het opbouwen van spiermassa is voor ontvangers van een donororgaan erg belangrijk. Dat gebeurt alleen als ze hun spieren tijdens krachttraining optimaal uitdagen, legt Doeleman uit. Zelf traint Doeleman zeer intensief met zijn patiënten. ‘Als het kan, begin ik al de dag na de transplantatie. En daarna zie ik ze vaak wekenlang dagelijks drie kwartier tot een uur.’

Beklijven

Wil een goed sportritme beklijven, dan moeten artsen en fysiotherapeuten daar aandacht voor blijven houden. Van Adrichem ontwikkelde een assessment-week, waarbij ontvangers van een donororgaan een half jaar na de transplantatie één week verblijven in het revalidatiecentrum. Er wordt dan onder andere gekeken naar hun inspanningscapaciteit, hoeveel ze bewegen en wat er nog beter kan. De ontvanger van een donororgaan gaat naar huis met een trainingsschema. ‘Hierdoor krijgt zowel hij als zijn eerstelijns fysiotherapeut een goede indruk van wat hij allemaal aan kan. En dat is vaak veel meer dan ze allebei dachten’, besluit Van Adrichem.