Alle zeilen bijzetten

27 januari 2021

De tweede golf in de uitbraak van het nieuwe coronavirus spoelt over onze samenleving. Bibliotheken, zwembaden en restaurants houden op het moment van schrijven hun deuren gesloten. We kunnen ons al bijna niet meer voorstellen dat we handen schudden, in concertzalen zitten of het vliegtuig nemen om congressen te bezoeken. De aantallen coronabesmettingen worden angstvallig in de gaten gehouden.

Column januari 2021

Eline Bunnik Ethicus aan Erasmus MC in Rotterdam

Er zijn meer dan 1500 coronapatiënten opgenomen in de ziekenhuizen, en tekorten aan personeel in de zorg worden steeds nijpender. In de Nederlandse ziekenhuizen is de reguliere zorg opnieuw afgeschaald. Toch gaan de meeste orgaantransplantaties gewoon door. Transplantatie heeft een status aparte.

Dat is deels omdat transplantatie zoveel gezondheidswinst met zich meebrengt, levensreddend kan zijn, en vaak niet kan worden uitgesteld. Het coronavirus brengt wel extra risico’s met zich mee bij transplantaties. Ontvangers kunnen na een ingrijpende operatie tijdelijk zorg op de IC nodig hebben, maar de IC-zorg staat onder druk. Bovendien is besmetting met het coronavirus voor ontvangers ook in de periode na transplantatie extra gevaarlijk omdat zij afweerremmende medicijnen gebruiken om afstoting te voorkomen. Besmetting met COVID-19 kan fataal zijn. Donoren en ontvangers worden nu vlak voor transplantatie getest, en in geval van besmetting gaat de operatie niet door.

In de geneeskunde moet vaak een afweging worden gemaakt tussen de voor- en nadelen van een behandeling. Al sinds de
tijd van Hippocrates – de vierde eeuw voor Christus – laten artsen zich leiden door het ethische principe van niet-schaden.
Het handelen van de arts is bedoeld om de gezondheid van de patiënt te herstellen of verbeteren, maar kan die ook verslechteren. En schade toebrengen, dát mag een dokter zich niet laten gebeuren.

Daarom wordt er onderzoek gedaan naar manieren om extra schade door COVID-19 te voorkomen. Met een subsidie van het ministerie van Volkgezondheid, Welzijn en Sport heeft bloedbank Sanquin plasma ingezameld van mensen die zijn hersteld van een coronabesmetting. Met dat plasma zijn 4000 doses plasmaproduct geproduceerd, die antistoffen bevatten waarmee besmetting met COVID-19 kan worden behandeld. Sanquin stelde een werkgroep samen van medisch specialisten uit het hele land om te bepalen welke groep patiënten als eerste in aanmerking komt voor toediening van de antistoffen. Volgens de werkgroep moet het experimentele plasmaproduct als eerste beschikbaar worden gesteld aan kwetsbare patiënten die zijn geïnfecteerd met het coronavirus en een verzwakte afweer hebben, zoals patiënten die een oncologisch behandeltraject ondergaan of pas zijn getransplanteerd. Mogelijk kunnen complicaties bij eenCOVID-19-besmetting worden voorkomen met deze nieuwe plasmabehandeling.

Weer wordt prioriteit gegeven aan transplantatiepatiënten, ook in deze tweede golf. Misschien is er – naast de positief uitslaande balans tussen voor- en nadelen – nóg een reden voor de bijzondere status van orgaantransplantaties: met het welslagen van de transplantatie is niet alleen de gezondheid van de ontvanger gediend, maar ook het belang van de donor. We zijn het levende en overleden donoren verschuldigd zoveel mogelijk gezondheid te winnen met beschikbare organen.
Nederland lijkt het beter te doen dan sommige andere landen, zoals de Verenigde Staten of Engeland, waar de wachtlijsten toenemen. In ons land worden alle zeilen bijgezet om extra risico’s in coronatijd te beheersen en transplantaties doorgang te laten vinden.