Niertransplantatie in tijden van corona

13 juli 2020

De coronacrisis veranderde het leven van ons allen. Thuisblijven en thuiswerken, de anderhalve-metersamenleving en steunpakketten voor bedrijven domineerden het nieuws. Ook de gezondheidszorg was continu in beeld. De IC-capaciteit moest drastisch worden uitgebreid om ernstig zieke COVID-19-patiënten op te vangen. Daarvoor waren meer bedden nodig én meer personeel. Veel verpleegkundigen en artsen werden ingezet in de IC-zorg. Poli’s werden gesloten om verspreiding van het virus tegen te gaan. De reguliere zorg viel daardoor stil. Acute ingrepen waarvan uitstel niet verantwoord was werden nog wel gedaan, zoals postmortale donorniertransplantaties met een unieke match, maar operaties die niet direct nodig waren werden uitgesteld. Dat betekende onder andere dat niertransplantaties met levende donoren werden gestopt.

Column juli 2020

Guy Widders Guy Widders is Hoogleraar Medische Filosofie en Ethiek aan het Amsterdam UMC

Toen het aantal nieuwe COVID-19-patiënten op de IC begon terug te lopen, ontstond ruimte om de reguliere zorg weer op te starten. De vraag was hoe dit op een verantwoorde manier te doen. Welke zorg moest als eerste weer geboden worden?

In Amsterdam UMC werd een werkgroep ingesteld om deze vraag te beantwoorden. Hierin zaten afdelingshoofden van meerdere afdelingen die de zorg de afgelopen periode grotendeels hadden moeten stilleggen. Ik was als ethicus lid van de werkgroep.
De werkgroep formuleerde een aantal principes om te hanteren bij de keuzes voor de herstart. Er werd een onderscheid gemaakt tussen procedurele en inhoudelijk principes. Procedurele principes waren onder andere transparantie (maak de keuzes en overwegingen expliciet) en redelijkheid (geef redenen voor de keuzes, gebruik makend van wetenschappelijk bewijs en gedeelde normatieve uitgangspunten).

Een belangrijk inhoudelijk principe voor de prioritering was balans tussen nood en behoefte: ingrijpen in acute, potentieel levensbedreigende situaties met substantiële kans op curatie of verdwijnen van de symptomen heeft voorrang, maar moet worden afgewogen tegen het nadeel van uitstellen van ingrepen, zodat dit laatste verantwoord blijft. Op basis van dit principe werd besloten als eerste, naast chirurgische oncologische en cardiologische ingrepen, niertransplantaties met levende donoren te hervatten, te beginnen met die ontvangers die nog niet of heel kort dialyseren. De overweging hierbij was dat uitstel de kans op een geslaagde operatie en bijbehorende betere kwaliteit van leven ernstig vermindert.

Andere inhoudelijke principes betroffen solidariteit (elke afdeling moet erop kunnen rekenen dat andere afdelingen zich inspannen de druk te verminderen; elke afdeling erkent dat ook andere afdelingen essentiële zorg verlenen) en gedeelde verantwoordelijkheid (beslissingen vereisen afstemming over afdelingen heen, in het besef dat problemen samen opgelost moeten worden). Bij de bespreking van deze principes werd erop gewezen dat de ervaring van solidariteit en gezamenlijke verantwoordelijkheid tijdens de opschaling van de IC-zorg ook bij de opschaling van de reguliere zorg behouden zou moeten blijven.
Het resultaat van de prioritering onderstreept het belang van niertransplantaties. Dit is relevant voor eventuele toekomstige keuzes, hetzij door een onverhoopte toename van het aantal COVID-19-patiënten, hetzij vanwege andere omstandigheden die de zorg onder druk zetten.

Positief in het proces was niet enkel deze uitkomst, maar vooral ook dat de prioritering werd gebaseerd op wetenschappelijk bewijs en gedeelde normatieve overwegingen. Keuzes in de zorg, hoe moeilijk ook, zijn beter verdedigbaar wanneer ze worden gemaakt vanuit het principe van redelijkheid en in een geest van solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid.