Column oktober 2021

Vrolijk duizelen

29 oktober 2021

Het duizelt me van de cijfers. Iedere dag weer de laatste berichten over het aantal besmettingen met COVID-19, het aantal ziekenhuisopnames, het aantal bezette IC-bedden. Terwijl ik dit schrijf, rukt de deltavariant als een goed georganiseerde horde processierupsen op. De eikenbomen in de buurt hebben een rood-wit lintje om de stam. Iemand heeft de moeite genomen om me te waarschuwen: het is beter om met een bochtje om deze stoere bomen heen te fietsen.

Foto Els Maeckelberghe Dr. Els Maeckelberghe is universitair hoofddocent Medische Ethiek en Onderzoeksethiek aan het UMC Groningen.

Bij de deltavariant kwamen de waarschuwingen uit het buitenland. Kennelijk is dat te ver weg. Er mocht worden versoepeld en binnen de kortste keren was de deltavariant binnengevallen. Een rood-wit lint op een paar meter afstand, dat helpt. Iets dat zich in het buitenland voordoet… Maar net als de processierups zich niks van grenzen aantrekt, zo is het ook met COVID-19.

De cijfers zeggen veel en tegelijk weinig. Het zegt veel over aantallen en of die toe- of afnemen. Het zegt weinig over de mens. De mens achter deze cijfers en de mens die niet in deze cijfers wordt gevat. Net zo geven de cijfers over het aantal transplantaties in coronatijd veel en weinig aan. Zo weten we dat er tijdens de derde golf minder transplantaties waren dan tijdens de tweede golf en dat de orgaanwachtlijst licht is aangegroeid.

Wat zeggen de cijfers ons over de patiënt die wacht op een transplantatie en door COVID-19 in nog meer onzekerheid moet wachten? Wat zeggen de cijfers ons over de transplantatiezorgprofessionals die hun transplantatieprogramma draaiende willen houden en als Brugman bij bestuurders moeten praten om door te kunnen gaan? Wat zeggen de cijfers ons over de geliefden en familie van de patiënten die op eieren lopen om besmetting te voorkomen?

Wat zeggen de cijfers ons over de onderzoekers die niet naar hun lab konden? Ik voel ineens een grote behoefte de filosoof Emmanuel Levinas te herlezen. Zijn pleidooi de Ander, de Anderen centraal te stellen en minder het ego, verdient weer aandacht. Humaniteit bestaat voor hem uit het feit dat de mens uit zichzelf kan treden (la sortie de soi). Dit is iets wat de mens kan in relatie tot een ander mens. Het is de mogelijkheid je te laten raken door het appel dat een ander op je doet. Je realiseren dat jij die ander niet bent maar dat, als je echt in het gelaat van die ander kijkt, je ziet dat zij je vraagt om antwoord te geven.

Als we ons nu eens wat minder concentreren op de cijfers en meer op het gelaat van de transplantatiepatiënt, geliefden en
familie, de transplantatieprofessionals, de onderzoekers, zou dan het appel om gezamenlijk, niet voor onszelf, maar voor de Anderen met een bochtje om de zoveelste COVID-19-variant heen te fietsen het antwoord zijn? Met Levinas hou ik vast aan de humaniteit: mensen kunnen uit zichzelf treden en zijn niet louter op zichzelf gericht. Dan gaat het niet om ‘mijn vrijheid’ (om geen mondkapje op te doen, te kunnen reizen, enzovoort), maar om ‘de vrijheid van de ander’, oftewel ‘ik zie jou, en daarom zorg ik ervoor dat ik me zo gedraag (individuen), beleid maak (beleidsmakers) dat jij niet in grotere onzekerheid hoeft af te wachten, dat jouw zorgverleners hun werk kunnen doen…’

Dan begin ik mijn volgende column met de zin: “Het duizelt me van de gezichten. Het is een vrolijk duizelen.”