Transplantatiecoördinator: een prachtig vak onder druk

7 april 2020

In Nederland werken ongeveer dertig transplantatiecoördinatoren. Wat houdt hun functie in? Transplantatiecoördinator Esther van Koningsveld-Oggel vertelt enthousiast over de procedurele en medisch-inhoudelijke kanten van haar vak.  

Transplantatiecoördinator Esther van Koningsveld-Oggel
Transplantatiecoördinator Esther van Koningsveld-Oggel

Een verkeersongeluk waarbij het slachtoffer ernstig hersenletsel oploopt, een reanimatie of een grote bloeding in het hoofd. Het zijn voorbeelden van situaties waarin de patiënt bij overlijden mogelijk orgaandonor kan zijn. Esther van Koningsveld-Oggel (UMC Utrecht): ‘Voor de transplantatiecoördinator begint een donatieprocedure vaak met een telefoontje van de NTS. Bijvoorbeeld als een intensivist wil overleggen of iemand donor kan zijn. We worden ook gebeld door Eurotransplant, als er in het buitenland een orgaan voor een Nederlandse ontvanger beschikbaar is. Vanaf dat moment komen wij in actie.’

Een proces in twee fasen

‘Het donatieproces kent twee fasen’, vertelt Van Koningsveld-Oggel. ‘Daar horen verschillende diensten bij. Allereerst heb je de IC-dienst. Die vindt plaats op de intensive-care-afdeling van het ziekenhuis waar de potentiële donor is opgenomen. In deze dienst stel je, in overleg met de verantwoordelijke intensivist, vast of een patiënt geschikt is als orgaandonor. Daarnaast heb je contact met de familie.’ Als een patiënt daadwerkelijk orgaandonor wordt volgt een OK-dienst. ‘Hierin regel je alle zaken die spelen rond de uitname van de organen op de operatiekamer.’

Back-updienst

De IC- en OK-diensten zijn 24-uursdiensten en worden (meestal) uitgevoerd door twee verschillende transplantatiecoördinatoren. Van Koningsveld-Oggel: ‘Tijdens een dienst ben je 24 uur beschikbaar, waarvan in principe maximaal 13 uur inzetbaar. Dat twee verschillende collega’s de IC- en OK-dienst draaien voorkomt dat we te veel uren maken.’ Bij voldoende personeel is er ook een back-updienst tijdens kantooruren. ‘Dan doe je bijvoorbeeld de administratieve afhandeling van procedures. Bij drukte spring je bij op de IC of OK. We reizen ook naar het buitenland, om een hart of longen van een buitenlandse donor op te halen. Tot slot geven we scholing en voorlichting over orgaandonatie, bijvoorbeeld aan artsen en verpleegkundigen.’

Weefseltypering

Bij de opstart van een donatieprocedure gaat de transplantatiecoördinator naar het desbetreffende donorziekenhuis. ‘Daar spreken we met de familie van de donor. We geven uitleg over de procedure en wat zij kunnen verwachten. Daarnaast verzamelen we informatie over de patiënt door een gesprek met de familie en uit het medisch dossier. Ook nemen we alvast bloed af voor testen op virologie en weefseltypering. Vervolgens beoordelen we met verschillende onderzoeken de kwaliteit van de organen. Als na zes tot acht uur alle uitslagen bekend zijn, sturen we alle informatie naar Eurotransplant. Op basis van de wachtlijsten maken zij per orgaan een matchlijst van de meest geschikte ontvangers. De transplantatie-arts beslist vervolgens of hij een orgaan voor de ontvanger accepteert.’

ZUT-bus

Naast de IC-procedure regelt de transplantatiecoördinator de orgaanuitname op de operatiekamer. Van Koningsveld-Oggel: ‘Ik reserveer een OK en roep het Zelfstandig Uitname Team (ZUT-team, red.) op. Dat bestaat uit twee chirurgen, een anesthesist, een anesthesiemedewerker, twee OK-assistenten en een transplantatiecoördinator. Zij worden door een chauffeur opgehaald met een speciale ZUT-bus. Alle spullen, inclusief steriel materiaal, gaan mee. Het donorziekenhuis stelt alleen de OK-ruimte beschikbaar.’

Zwaailicht en sirene

Voor de OK-fase komt dus een andere transplantatiecoördinator in huis. Deze gaat met het ZUT-team naar de operatiekamer. ‘Als OK-TC coördineer je ter plekke de operatie. Je start met een overdracht aan het ZUT-team en begint vervolgens met de perfusie: het koelen en spoelen van de organen met koude vloeistof. Zo houd je de organen in goede conditie. Je houdt contact met de ontvangende ziekenhuizen, verpakt de organen en regelt het transport. Voor organen die snel vervoerd moeten worden, zoals een hart of longen, regelen we een spoedrit. De chauffeur mag dan met zwaailicht en sirene rijden. Al rijden we niet mee tijdens het transport, we blijven als transplantatiecoördinator wel het aanspreekpunt. Pas als een orgaan is aangekomen én geaccepteerd door het ontvangende ziekenhuis nemen zij het stokje over.’

Ontvangers blijven anoniem

Hoewel de naam anders doet vermoeden, is de transplantatiecoördinator er echt voor de donor en zijn of haar familie, benadrukt Van Koningsveld-Oggel. ‘De naasten nemen afscheid van een dierbare. Je wilt voor hen dat het proces zo goed mogelijk verloopt. Dat vind ik heel belangrijk. Wij kennen geen enkele ontvanger, en dat is maar goed ook. Zo ervaar je geen druk uit die richting.’ Zes tot acht weken na de donatieprocedure heeft de transplantatiecoördinator nogmaals contact met de nabestaanden van de donor. ‘We vragen hoe het op dat moment met hen gaat en vertellen in grote lijnen hoe het met de ontvangers van de organen gaat. De ontvangers blijven daarbij altijd anoniem.’

Een prachtig vak

Wat vindt Van Koningsveld-Oggel het mooiste aan haar vak? ‘Allereerst dat het zo dynamisch is. Ik weet nooit van tevoren hoe mijn dienst eruitziet. Daarnaast is het werk intens. Je hebt niet alleen te maken met de donor, maar begeleidt ook diens familie. En natuurlijk het vakinhoudelijke aspect. Je overlegt over medische zaken en bent betrokken bij allerlei onderzoeken. De combinatie van het dynamische, sociale en medisch-inhoudelijke: het is een prachtig vak!’