Veroudering na transplantatie afremmen

6 oktober 2020

Mensen die een niertransplantatie hebben ondergaan, verouderen sneller dan normaal. Moleculair bioloog Hester van Willigenburg (Erasmus MC) vermoedt dat afweeronderdrukkende medicijnen daar een rol bij spelen. Deze zouden ertoe leiden dat het lichaam verouderde cellen – de zogenoemde senescente cellen – minder goed kan opruimen.

Onderzoek door moleculair bioloog en promovenda Hester van Willigenburg in het laboratorium
Moleculair bioloog en promovenda Hester van Willigenburg

Na een niertransplantatie gebruiken mensen afweeronderdrukkende medicijnen. Die voorkomen dat het lichaam de donornier afstoot, maar kunnen ook negatieve effecten hebben. Promovenda Hester van Willigenburg vermoedt dat de afweeronderdrukkende medicijnen ervoor zorgen dat het lichaam verouderde cellen, ofwel de senescente cellen, minder goed kan opruimen. ‘Dat kan ertoe leiden dat transplantatiepatiënten op den duur meer last krijgen van ouderdomsziekten, zoals diabetes of hart- en vaatziekten’, zegt ze.

Verouderingskenmerken

Om haar vermoeden te toetsen onderzoekt Van Willigenburg het effect van het afweeronderdrukkende medicijn tacrolimus op veroudering bij muizen. Voor dit onderzoekidee won Van Willigenburg afgelopen maart de Chiesi-prijs van de Nederlandse Transplantatie Vereniging. De promovenda vergelijkt twee groepen muizen. ‘Eén groep behandel ik met tacrolimus, de andere groep krijgt alleen een niet-werkzame controlevloeistof’, licht ze toe. ‘Na drie maanden meet ik hoeveel senescente cellen de muizen in hun lichaam hebben en of dit verschilt tussen de twee groepen. Daarnaast kijk ik ook naar andere verouderingskenmerken, zoals de hoeveelheid littekenweefsel oftewel fibrose in de nieren.’ Het onderzoek moet uitwijzen of muizen die tacrolimus krijgen inderdaad meer verouderingskenmerken hebben dan muizen die dat niet krijgen.

Senescente cellen

Senescente cellen ontstaan doordat cellen in ons lichaam elke dag een beetje schade oplopen, hetzij door processen in de cel zelf, hetzij door invloeden van buitenaf. Is een cel te veel beschadigd, dan kunnen er twee dingen gebeuren: de cel gaat dood en wordt afgebroken en opgeruimd, of de cel wordt een senescente cel. De cel blijft dan wel werken, maar stopt met delen zodat ze geen beschadigingen kan doorgeven. ‘Helaas zorgen senescente cellen ervoor dat ons lichaam sneller veroudert’, vertelt Van Willigenburg. ‘Ze kunnen ontstekingsstoffen uitscheiden. Door de onnodige ontstekingsreacties raken weefsels en organen beschadigd en ontstaan er uiteindelijk ouderdomsziekten.’ Bij jonge mensen ruimt het afweersysteem de senescente cellen na verloop van tijd op. Bij ouderen werkt het afweersysteem minder goed en stapelen de senescente cellen zich op, met ontstekingsprocessen en schade tot gevolg.

Langer en gezonder leven

Als uit het onderzoek blijkt dat het afweersysteem de senescente cellen inderdaad minder goed kan opruimen door gebruik van tacrolimus, dan biedt dat perspectieven. ‘We weten al dat regelmatig bewegen en gezond en minder eten veroudering kan vertragen’, zegt Van Willigenburg. ‘Voor nierpatiënten is het sowieso belangrijk om op hun dieet te letten. Maar dit kan dus tegelijk helpen om het aantal senescente cellen te verminderen.’
Voor de toekomst is er misschien nóg een manier om deze cellen op te ruimen. ‘Er bestaan stoffen, de zogenaamde senolytica, die senescente cellen opruimen’, vertelt de onderzoeker. ‘Daarmee kun je veroudering tegengaan of zelfs terugdraaien.’

Op dit moment zijn die stoffen vooral onderzocht bij muizen. De eerste pilotstudie bij mensen is dit jaar gestart. ‘Als ze goed werken, zouden deze stoffen in de toekomst wellicht gecombineerd kunnen worden met afweeronderdrukkende medicijnen’, hoopt Van Willigenburg. ‘Tacrolimus zorgt er dan voor dat het lichaam de donornier niet afstoot, terwijl senolytica de senescente cellen opruimen’, legt ze uit. ‘Daarmee zouden we de effecten van tacrolimus op het verouderingsproces kunnen verminderen. We hopen dat patiënten hierdoor langer en vooral gezonder kunnen leven na een transplantatie.’