‘Ik doe gewoon alles wat ik wil’

22 juli 2019

Door een ongeluk op zesjarige leeftijd verbrandde 40 procent van zijn huidoppervlakte derdegraads. De artsen twijfelden of hij het zou halen. Mede dankzij donorhuid als biologisch verband kan Aad Wepster (45) het navertellen. 

Op deze foto staat Aad Wepster, ontvanger donorhuid
Aad Wepster, ontvanger donorhuid

Wat gebeurde er?

‘Toen ik als ukkie buiten speelde, waren grotere kinderen met kaarsvet in de weer. Ze smolten oude kaarsen om er nieuwe van te maken. Een van hen gooide er een blik benzine overheen waardoor de boel ontplofte. Het brandende kaarsvet kwam over me heen en ik kwam in lichterlaaie te staan. Ook mijn rubberen laarsjes waren gesmolten.'

'Mijn ouders voerden me in kritieke toestand af naar het ziekenhuis. Daarvandaan werd ik met een ambulance naar het brandwondencentrum in Beverwijk gebracht. Mijn lichaam was voor veertig procent verbrand: grotendeels derdegraads en voor het overige tweedegraads. Ik was er slecht aan toe.’ 

Hoe verliep de behandeling?

‘Het was van het grootste belang om de open wonden te behandelen die niet uit zichzelf konden genezen. De kans dat je overleeft met zoveel procent verbranding is zeer klein. Ik had veel te weinig huid over om te verplaatsen naar alle open plekken. Dat kon alleen op mijn gezicht en rechterhand. Op mijn rechterbeen, schouders en armen kreeg ik donorhuid in de vorm van biologisch verband.' 

'De donorhuid werd een wondkorst, waaronder mijn eigen huid kon groeien. Dit proces duurde vele weken. Dagelijks werden de verbanden verwisseld. Er zijn flink wat oppervlaktes huid nodig geweest voordat alle wonden dicht waren. Vervolgens ging ik een flinke tijd naar een revalidatiecentrum om aan te sterken.’

Hoe kijk je erop terug dat je donorhuid kreeg?

‘Eerlijk gezegd sta ik er niet zo bij stil. Het is super dat het mogelijk was. En ik ben ontzettend blij dat de artsen de moeite hebben genomen om me te behandelen in plaats van me op te geven. Anders had ik hier nu niet gestaan. Na het ontslag uit het revalidatiecentrum ben ik nog vele malen in het ziekenhuis geweest. Ik was een klein jongetje toen ik verbrandde. En huidtransplantaten en littekenweefsel groeien niet mee.'

'Steeds als ik een stukje groter was geworden, werd bewegen lastig. Om dit te verhelpen werden steeds opnieuw transplantaten ingevoegd door een plastisch chirurg. Deze transplantaten haalde de arts van mijn rug en billen.’

Hoe gaat het nu met je? 

‘Heel goed. Ik heb een leuke vrouw, 2 kinderen en een fijne baan als projectmanager elektrotechniek. Ja, ik heb duidelijk zichtbare littekens. Streepvormige littekens door het invoegen van nieuwe transplantaten. En honingraatvormige huid op mijn voorhoofd vanwege de gemeshte transplantaten, dat is een bepaalde manier van behandelen. Ik ken mezelf niet anders, ben ermee opgegroeid. Mensen die me voor het eerst zien, schrikken vaak even. Maar na een paar keer zijn ze er wel aan gewend. Ik hoef er helemaal niks om te laten, ik doe gewoon alles wat ik wil.’