‘Ze laten je echt niet doodgaan om de organen’

31 juli 2019

Petra van der Eijk was 30 jaar toen ze van de trap viel en zwaar hersenletsel opliep. Al snel werd duidelijk dat ze zou komen te overlijden. Toen kwam orgaandonatie in beeld. Haar moeder Marja vertelt over die rare dagen na de val en over de goede zorg in het ziekenhuis.

Op de foto ziet u Marja van der Eijk. Haar dochter doneerde haar organen.
Marja van der Eijk uit Putten

‘Op zaterdagochtend 1 juli 2017 werden mijn man Henk en ik om half 7 uit bed gebeld. Het was de vriendin van onze dochter Petra. Ze kon bijna niets uitbrengen, maar we begrepen dat Petra van de trap was gevallen en dat we meteen naar het ziekenhuis in Utrecht moesten komen. We reden naar Utrecht met allerlei spookbeelden in ons hoofd. Voor een gebroken been hoef je niet met spoed te komen, dus het kon wel een dwarslaesie zijn. Of nog erger, maar daar wilden we niet aan denken.’

‘Ze kan geen boterhammetje meer smeren’

‘De neurochirurg vertelde dat Petra, zoals te zien was op de scan, zeer ernstig en blijvend hersenletsel had en dat verder behandelen waarschijnlijk geen verbetering zou opleveren. Petra’s vriendin vertelde dat Petra na het zien van een documentaire over iemand die ernstig hersenletsel kreeg had gezegd: zo zou ik niet verder kunnen leven. Later zei een verpleegkundige tegen ons: zij zal nog geen boterhammetje met pindakaas meer kunnen smeren. Het klinkt gek, maar dat is wat je wilt horen, je wilt zekerheid.’

‘Zo kon Petra na haar overlijden nog iets voor zieke mensen doen’

‘Kort daarna kwam ook orgaandonatie ter sprake, want ze wisten al dat Petra geregistreerd stond als donor. Petra was arts, twee dagen na haar val zou ze in een nieuwe functie zijn gestart. Als ze dan bij leven niets meer voor zieke mensen kon doen, vonden we het mooi als ze dat wel na haar overlijden nog kon. Ze was zeer betrokken bij het onderwerp, ze was ook stamceldonor, en kon boos worden als iemand de beslissing om te doneren aan nabestaanden overliet.’

‘We moesten heel lang wachten’

‘Nadat we onze familie hadden ingelicht, mochten we naar Petra toe. Ze lag op de IC aan slangen en had ondersteunende beademing. Toen begon het wachten. ’s Middags volgde een gesprek en een tweede scan, waarna we ’s avonds opnieuw een gesprek kregen. Er was geen verandering in Petra’s toestand. Daarop werd besloten om het proces voor orgaandonatie in gang te zetten. De eerste stap was het afwachten of bij Petra de hersendood zou intreden.’

Toen werd besproken om de beademing te stoppen

‘In de ochtend werd besloten langer te wachten om te zien of Petra alsnog hersendood zou raken. Dat gaf ons ook de kans om te wachten op Petra’s broer, die uit Vietnam moest terugkomen. ’s Avonds was er nog niets veranderd en werd besproken om de beademing stop te zetten. Dan zou de uitname van de organen binnen een paar minuten na Petra’s overlijden moeten beginnen. We rekenden erop dat Petra diezelfde nacht zou overlijden en dat de uitname dan zou plaatsvinden. Maar dat donatieproces bleek veel meer tijd te kosten. Pas de volgende dag om 16.00 uur zou de beademing worden stopgezet.’

‘Haar organen kregen niet genoeg zuurstof’

‘Iedereen had afscheid genomen van Petra, alleen Henk en ik bleven bij haar. Toen het zover was om de beademing te stoppen, gebeurde er iets wat we niet hadden voorzien. Petra ademde door, op eigen kracht. Heel licht, maar sterk genoeg om in leven te blijven. Maar met haar eigen ademhaling kregen haar organen niet genoeg zuurstof, dus de optie van doneren vervloog hiermee met elke minuut dat ze bleef ademen. We zaten naast haar bed te wensen: ga nou dood! Gek eigenlijk, als je het zo hoort, maar dit was een enorme teleurstelling, want haar verliezen zou we toch.’

‘We konden haar zelf verzorgen’

‘Petra zou van de IC af gaan in afwachting van haar overlijden. Toen opperde de verpleegkundige: waarom nemen jullie haar niet mee naar huis? Het bleek dat we haar best zelf konden verzorgen, dat was fijn. Toen het hoog-laagbed was geregeld, konden we over de A28 in de ambulance met zwaailicht langs de file met haar naar huis. Ze kwam hier in de huiskamer te liggen. De volgende ochtend, op woensdag 5 juli, is ze om zes uur overleden.’

‘We voelden ons gedragen’

‘We hebben veel steun gehad van de medische staf en verpleegkundigen. Ze waren enorm betrokken en ongelofelijk liefdevol. De verpleegkundigen zetten er voor ons een bed bij, want we wilden Petra niet alleen laten, en ze bleven tegen haar praten tijdens het verzorgen. Je hoort altijd dat ze geen tijd voor je hebben, maar dat hebben wij helemaal niet zo ervaren. Een predikant met wie Petra bevriend was zei: er zijn engelen om jullie heen. Dat klopte, we voelden ons gedragen.’

‘Ze doen alles wat ze kunnen’

‘Sommige mensen denken dat de artsen je dood laten gaan vanwege de organen. Dat gebeurt dus echt niet. Ze doen alles wat ze kunnen. Van die tweede scan werden we bijvoorbeeld erg onzeker, maar het is goed dat ze die maakten, ontzettend zorgvuldig.’

‘Zo is er niet alleen verdriet om Petra’s dood’

‘Als eerbetoon aan Petra en om toch iets van haar wens vorm te geven, heb ik me een jaar na Petra’s overlijden aangemeld als vrijwilliger bij de NTS. Ik wil mijn verhaal vertellen en mensen informeren over orgaandonatie. Daarmee is er niet alleen verdriet om Petra’s dood.’

Benieuwd naar andere persoonlijke verhalen? Lees hier nog meer ervaringen van mensen die een donororgaan of -weefsel hebben ontvangen, nabestaanden zijn van een donor of mensen die bij leven een nier of stukje van hun lever hebben afgestaan.