1. Inleiding: het orgaandonatieproces

1.2. Donation after circulatory death (DCD)

Bij een DCD-procedure wordt de dood vastgesteld op basis van circulatoire criteria.

Na het overlijden van de patiënt kan de orgaandonatie plaatsvinden. De ODC komt ruim voor het overlijden naar het ziekenhuis om de vereiste onderzoeken uit te laten voeren, de donor aan te melden bij Eurotransplant en de logistiek te organiseren. Er bestaan

5 DCD-categorieën, waarbij de donatieprocedure steeds anders is:

  1. DCD-I: de patiënt is overleden buiten het ziekenhuis.
  2. DCD-II: de reanimatie van de patiënt is onsuccesvol geweest.
  3. DCD-III: er is besloten om te stoppen met de levensverlengende behandeling van de patiënt. De patiënt is niet hersendood. Het stoppen van de behandeling zal naar verwachting leiden tot een circulatiestilstand en het overlijden van de patiënt.
  4. DCD-IV: bij de patiënt is hersendood vastgesteld en er treedt een circulatiestilstand op vóór de start van de orgaanuitname.
  5. DCD-V: de patiënt overlijdt na een euthanasieprocedure.

Dit Modelprotocol beschrijft de DCD-III-procedure. In Nederland worden geen DCD-I- en DCD-II-procedures uitgevoerd. Categorie IV komt zelden voor. Voor DCD-V is een aparte richtlijn ontwikkeld.