Donatie na euthanasie: een delicate kwestie

9 januari 2020

Orgaan- of weefseldonatie na euthanasie is wettelijk en ethisch mogelijk, maar een debat over de dilemma’s blijft belangrijk. Dat concludeert dr. mr. Jan Bollen (Maastricht UMC) naar aanleiding van zijn promotieonderzoek.

Euthanasie is slechts in enkele landen ter wereld mogelijk en er bestaat dan ook geen internationale standaard voor donatie na euthanasie. In Nederland vond de eerste orgaandonatie na euthanasie plaats in 2012. Sindsdien hebben meer mensen organen gedoneerd na euthanasie, maar de manier waarop artsen hier het beste mee kunnen omgaan blijft onduidelijk. Dr. mr. Jan Bollen, die zowel rechten als geneeskunde studeerde, richtte zich in zijn promotieonderzoek op deze lacune.

Tien procent

Ongeveer tien procent van de mensen die kiezen voor euthanasie komt theoretisch in aanmerking voor orgaandonatie. Het gaat bijvoorbeeld om patiënten met neurodegeneratieve ziekten als ALS en MS. Het aantal mensen dat na euthanasie daadwerkelijk donor wordt, is op dit moment echter veel lager dan 10 procent. ‘Naast het feit dat überhaupt niet iedereen donor zal willen zijn, heeft dat er onder meer mee te maken dat patiënten ervoor in het ziekenhuis moeten overlijden, terwijl dat anders thuis gebeurt’, zegt Bollen. Dit is niet alleen belastend voor de patiënt maar ook voor diens naasten. Daarnaast zitten patiënten in het ziekenhuis vast aan een slangetje in een slagader, wat hun bewegingsvrijheid beperkt.

Vertrouwen op huisarts

Ook ziekenhuizen zien haken en ogen aan orgaandonatie na euthanasie. Om te voorkomen dat het ziekenhuis aansprakelijk wordt gesteld of dat de donatie op een negatieve manier in de media komt, zijn er altijd juristen betrokken bij orgaandonatie na euthanasie. ‘De rechtmatigheid van de euthanasie wordt pas achteraf getoetst’, legt Bollen uit. ‘Het ziekenhuis moet er dus op vertrouwen dat de huisarts de zorgvuldigheidseisen correct beoordeeld heeft.’ De euthanasie in het ziekenhuis telt bovendien als sterfgeval mee in de statistieken van het ziekenhuis. Daarnaast is meewerken aan euthanasie en donatie erg belastend voor het betrokken zorgpersoneel. Om deze en andere redenen willen ziekenhuizen soms niet mee werken aan de euthanasie en donatie.

Druk voorkomen

Ook onbekendheid met de mogelijkheid om organen te doneren na euthanasie zorgt ervoor dat dit niet vaak gebeurt. Een belangrijke ethische vraag is wie over de mogelijkheid tot donatie mag beginnen. ‘In de huidige richtlijn staat heel strikt dat dit niet de arts mag zijn’, zegt Bollen. ‘In mijn proefschrift leg ik uit dat ik vind dat de huisarts het donorregister zou moeten raadplegen op het moment dat euthanasie in beeld komt. De huisarts kent zijn patiënt goed. Aan de hand van de registratie in het donorregister en uitgaande van de relatie die hij heeft met de patiënt kan hij het gesprek openen. De richtlijn zou op dit punt aangepast moeten worden.’

Delicaat gesprek

Het gesprek tussen huisarts en patiënt is delicaat, erkent Bollen. ‘De patiënt mag niet het idee krijgen dat zijn euthanasieverzoek alleen wordt ingewilligd als hij zijn organen doneert. Hij of zij mag zich ook niet onder druk gezet voelen. Aan de andere kant: misschien wil de patiënt zijn organen graag doneren maar weet hij niet dat dit mogelijk is. Betrokken artsen vertellen ons dat het patiënten vaak voldoening geeft als ze weten dat hun organen iemand anders kunnen helpen. Als een patiënt als donor geregistreerd staat, is het goed om zijn laatste wens te kunnen vervullen.’
In 2023 komt er een evaluatie van de nieuwe donorwet. ‘Dan zouden de dilemma’s uit mijn proefschrift op de agenda moeten staan’, vindt Bollen.

Jan Bollen promoveerde op 1 november bij de Universiteit van Maastricht cum laude op zijn proefschrift ‘Organ donation after euthanasia: medical, legal and ethical considerations’, onder begeleiding van prof. dr. Walther van Mook (Maastricht UMC+), prof. dr. Ernst van Heurn (Amsterdam UMC), prof. dr. Dirk Ysebaert (UZ Antwerpen) en dr. mr. Rankie Ten Hoopen (Universiteit Maastricht).