Ga naar de inhoud

Registreer je nu. Wordookdonor.nl

Xenotransplantatie 2.0?

Gert van DijkGert van Dijk, Medisch ethicus

‘Xenotransplantatie – transplantatie van de ene diersoort naar de andere - is een belofte voor de toekomst en zal dat ook altijd blijven’, zo was jarenlang de gedachte. Hoewel er al meer dan een eeuw onderzoek naar wordt gedaan, is met name de afstoting steeds een onoverkomelijk probleem gebleken. Iedere keer als wetenschappers dachten dat ze het hadden opgelost, ontstonden nieuwe problemen. Maar mogelijk komt daar verandering in.

Zo is het Amerikaanse onderzoekers onlangs gelukt om een varkensnier 136 dagen en een varkenshart 945 dagen in leven te houden in een baviaan. Wetenschappers zijn daarin geslaagd door varkens zodanig genetisch aan te passen dat ze niet langer door het ontvangende dier als ‘vreemd’ worden herkend.

Enkele decennia geleden werden er ook grote beloftes gedaan rond xenotransplantatie. Het  beroemdste - en meest omstreden - geval is Baby Fae, een Amerikaanse baby die in 1984 het hart van een baviaan kreeg geïmplanteerd. Helaas overleed zij na drie weken. Daarna bleef het jarenlang publiek stil, maar op de achtergrond werkten wetenschappers verder, en de afgelopen jaren met steeds meer geld. En met kennelijk succes.

Of xenotransplantatie ooit een succesvolle therapie zal blijken is moeilijk te voorspellen. Zeker op korte termijn zullen varkensorganen geen soelaas bieden voor het tekort aan organen, ook al vanwege de hoge kosten die daar in eerste instantie mee gepaard zullen gaan. Ook het genetisch aanpassen van varkens blijkt in de praktijk veel moeilijker dan gedacht.

Het gebruik van varkensorganen heeft potentieel wel belangrijke voordelen boven menselijke organen: er is een in principe oneindige voorraad van, de organen kunnen beter gematcht worden met het ontvangende lichaam en de organen zijn niet beschadigd. Daarnaast zijn de operaties veel beter te plannen.

In eerste instantie zullen veel mensen waarschijnlijk huiverig zijn voor het implanteren van een varkenshart of –nier in een mens. Toch is dit minder vreemd dan het lijkt. Er worden immers ook al jaren hartkleppen van varkens gebruikt en varkensinsuline is heel lang gebruikt voor de behandeling van diabetes. Natuurlijk zijn organen iets anders dan hartkleppen of een hormoon, maar toch verwacht ik dat de initiële huiver snel zal verdwijnen als eenmaal blijkt dat met een varkensorgaan doodzieke mensen genezen kunnen worden.

Maar er blijven nog genoeg ethische vragen over. Wanneer is deze techniek veilig genoeg om in mensen te gaan proberen? Wie komt er als eerste in aanmerking? Kunnen mensen in vrijheid een keuze maken als ze op de rand van de dood staan? Zullen mensen nog wel bereid zijn postmortaal een orgaan te doneren?

Omdat het gaat om een experimentele behandeling zullen ontvangers jarenlang -  verplicht - onder controle moeten blijven om bijvoorbeeld de mogelijke overdracht van virussen te monitoren. Mag je dat van mensen vragen? En wat als ze zich aan controles onttrekken?

Een laatste vraag is of je varkens genetisch mag aanpassen en onder steriele omstandigheden mag houden om ze te gebruiken voor transplantatie. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar niet zo veel moeite mee heb, zeker als de varkens daar niet onder lijden. Als het is toegestaan om varkens in megastallen te houden en vervolgens op te eten, waarom zou het dan niet zijn toegestaan om levens te redden met een varkensorgaan?