Ga naar de inhoud

Orgaandonatie als je homoseksueel bent

Een bepaalde seksuele voorkeur is geen reden om iemand uit te sluiten voor donatie. Als homo kun je dus gewoon donor zijn en je als donor registreren.

Alert op risico's

De Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) is wel alert op mogelijke risico’s op seksueel overdraagbare infecties voor de ontvanger van weefsels. Weefsels verbeteren de kwaliteit van leven. Maar ze zijn niet levensreddend. Daarom zijn de criteria voor weefseldonatie strenger dan voor orgaandonatie.

Criteria voor weefseldonatie

Een arts maakt bij elke potentiële donor, homo- of heteroseksueel, een inschatting of de overledene risico heeft gelopen op een seksueel overdraagbare aandoening. Mannen die seks hebben met mannen hebben een grotere kans op infecties zoals hepatitis B, hepatitis C en HIV, dan mensen die uitsluitend heteroseksueel contact hebben. Een mannelijke overledene die in de laatste 12 maanden voor overlijden mogelijk seks heeft gehad met een man, kan daarom geen weefsels doneren. Wanneer bij de aanmelding van een weefseldonor duidelijk wordt dat het om een homoseksuele man gaat, dan vraagt de NTS aan de arts of bekend is of in de laatste 12 maanden seksueel contact met een man heeft plaatsgehad.

Orgaandonatie kan dan soms nog wél

Ook bij een risico op infecties, en zelfs bij hiv, kan iemand nog wel geschikt zijn voor orgaandonatie. Organen zijn immers schaars en er overlijden nog steeds patiënten terwijl ze op de wachtlijst staan. Het niet transplanteren van de organen zou dan kunnen leiden tot het overlijden van patiënten op de wachtlijst. 

Hiv is een belemmering bij actieve infectie

Hiv is een belemmering voor orgaandonatie als er sprake is van een actieve infectie. Bij een latente infectie bij de donor beslist de arts samen met de ontvanger of het risico op mogelijke besmetting met hiv opweegt tegen de verwachting dat de patiënt misschien binnen afzienbare tijd zal overlijden zonder transplantatie. Ook iemand met hiv kan zich dus als donor laten registreren.