Donordier-dialoog

22 maart 2022

In oktober werd een genetisch gemodificeerde varkensnier voor het eerst succesvol bij een mens getransplanteerd. Tenminste, de varkensnier werd voor enkele dagen gekoppeld aan het lichaam van een hersendode Amerikaanse patiënte met nierfalen. De varkensnier produceerde urine en creatinine, zag er normaal uit, en er traden geen acute afstotingsverschijnselen op. Het onderzoek wordt wereldwijd beschouwd als een doorbraak.

Foto Eline Bunnik Ethicus aan Erasmus MC in Rotterdam

Als het lukt om dierlijke organen met gene editing technieken meer geschikt te maken voor transplantatie naar de mens, dan hoeven patiënten in de toekomst mogelijk niet meer te wachten op schaarse organen van menselijke donoren. Zo ver zijn onderzoekers echter nog lang niet.

Bovendien is xenotransplantatie – het transplanteren van een orgaan afkomstig van een andere diersoort naar de mens – verboden in Nederland. Ook aan het maken van dier-menscombinaties worden grenzen gesteld in de Embryowet. Het is daarom in Nederland niet toegestaan om onderzoek te doen naar nieuwe technieken die in Amerika en Azië worden ontwikkeld, zoals ‘intersoortelijke organogenese’. Het doel van deze technieken is om menselijke organen, bestaande uit patiënt-eigen cellen, in dieren te laten groeien. Als het dier groot genoeg is, zou het menselijke orgaan kunnen worden uitgenomen en naar de patiënt getransplanteerd. Omdat het transplantaat bestaat uit cellen van de patiënt zelf, zou medicatie tegen afstotingsverschijnselen niet meer nodig zijn. Hoewel ook deze technieken nog toekomstmuziek zijn, willen onderzoekers de huidige wetgeving graag verruimen, zodat onderzoek naar nieuwe vormen van xenotransplantatie in ons land mogelijk wordt.

Tot die tijd heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opdracht gegeven aan een samenwerkingsverband van het Rathenau Instituut, NEMO Kennislink, Erasmus MC en andere kennisinstellingen en belangenorganisaties, om brede maatschappelijke dialogen te organiseren over het dier als donor. Op zondag 7 november was ik in NEMO Science Museum te gast bij zo’n Donordier-dialoog, een gesprek tussen experts en publiek over de wenselijkheid en ethische dimensies van het gebruik van dieren als orgaandonoren.

Opvallend vond ik dat deelnemers veel aandacht hadden voor het welzijn en de waarde van dieren. Het gebruik van dieren om de gezondheidsbelangen van mensen te dienen, werd niet als vanzelfsprekend beschouwd. Deelnemers gaven aan dat dieren niet als instrumenten mogen worden behandeld. De term ‘donor’ werd misleidend gevonden, omdat het dier niet kiest voor het donorschap. Ook vond ik het opmerkelijk dat deelnemers geen griezelig gevoel kregen van het idee om dierlijk weefsel in hun lichaam toe te laten. Ze hadden wel oog voor de risico’s, zoals bijvoorbeeld zoönose, het overspringen van ziektes van dier op mens. Maar in tegenstelling tot een jaar of tien of twintig geleden, lijkt het dier als donor tegenwoordig geen ‘yuck-factor’ meer te hebben. Deelnemers staan niet onwelwillend tegenover het dier als donor.

In de dialoog bleek dat deelnemers kansen zagen voor dierlijke donoren, maar ook dat er morele zorgen waren, met name rond dierenwelzijn. Deelnemers vonden dat dieren goed moeten worden behandeld, en alleen mogen worden gebruikt als het echt niet anders kan. Ik ben benieuwd wat de andere dialogen opleveren, maar ik heb de indruk dat er maatschappelijk draagvlak is voor verruiming van de wetgeving, mits er zorgvuldig met 'donordieren' wordt omgegaan. Wie weet kunnen onderzoekers over enkele jaren ook in Nederland van start gaan met onderzoek naar deze nieuwe technieken.
Voor dat zover is, zal echter alles op alles moeten worden gezet om het aanbod aan donororganen op andere manieren te vergroten, zodat de wachtlijsten kunnen worden teruggedrongen. Het actieve donorregistratiesysteem, waarin sinds deze zomer alle volwassen Nederlanders zijn opgenomen, zal daar hopelijk aan bijdragen.

Eline Bunnik is ethicus aan het Erasmus MC te Rotterdam. U kunt reageren op deze column Donordier-dialoog door een e-mail te sturen?