Richtlijn thoracale transplantaties tijdens COVID-19

Hier vindt u de richtlijn 'thoracale transplantaties tijdens COVID-19'.

Richtlijn: LORUT - Uitname tijdens SARS-CoV-2/COVID-19
Auteur(s):  Rogier Hoek, Mirjam Martens en Danielle Mol 
Gericht aan: Leden Lotto, leden LORUT, ODC, vz Supervisoren, Eurotransplant
    
Datum: 20 oktober 2020 
Status: STAVAZA 08-10-2020 – DIT BELEID WORDT REGELMATIG GEËVALUEERD

Samenvatting

Uitgangspunt

  • Internationale uitwisseling van thoracale organen is cruciaal en levensreddend en moet dus doorgaan.
  • Donatie en transplantatie van thoracale organen gaan door tijdens de COVID-19 pandemie, ongeacht risico coderingen van gebieden in binnen- en buitenland.
  • Veiligheid staat voorop, voor patiënten en medewerkers.

Veiligheid

  • Voor het vervoer gelden speciale voorschriften, zie de Richtlijn Transport tijdens COVID-19.
  • Internationale thoracale teams reizen met privé vervoer en lopen weinig risico. 
  • Door de omstandigheden tijdens uitname is het risico op besmettingen beperkt (kort verblijf, weinig contacten, beschermende kleding, gebruik eigen materialen, geïntubeerde donor).
  • Bij thuiskomst geen verplichte quarantaine maar wel alertheid op klachten en het in acht nemen van alle geadviseerde beschermingsmiddelen.
  • Elke donor wordt getest op SARS-CoV-2. Bij een positieve PCR-uitslag wordt de donorprocedure gestaakt. Dit geldt voor Nederlandse en buitenlandse donoren.

Nederlandse thoracale teams naar buitenland

  • Deelname aan uitname alleen mogelijk als er geen COVID gerelateerde klachten zijn (max 4 personen).
  • Voor bepaalde landen gelden gezondheidsverklaringen en extra maatregelen, check altijd met een lokaal contactpersoon en de Richtlijn Transport tijdens COVID-19.
  • Als getwijfeld wordt aan de veiligheid van het team, kan een aanbod worden afgezegd.
  • Geen quarantaine verplichting bij terugkomst.

Buitenlandse teams 

  • Alleen welkom als er geen COVID gerelateerde klachten zijn, geen quarantaine nodig.
  • Maximaal 4 personen kunnen worden vervoerd, ODC-er informeert buitenlands team.

Afhandelen COVID-19 besmettingen 

  • De medewerkers volgen de FMS-richtlijn of het lokaal protocol COVID-19 van het ziekenhuis waar de medewerker in dienst is.
  • Als toch een besmetting geconstateerd: Melden aan een thoraxchirurg en dd. ODC en afhandelen zoals beschreven onder punt 5.

Wijzigingen t.o.v. versie 1

De Federatie Medisch Specialisten heeft op 19-10-2020 besloten een uitzondering te maken op de FMS Richtlijn Testbeleid Zorgmedewerkers voor transplantatie teams. Hiermee vervalt de quarantaine verplichting. VWS baseert het landelijke quarantaine beleid oa op deze FMS richtlijn.

Aanleiding

De huidige COVID-19 pandemie levert voor thoracale transplantatieteams in Nederland ernstige problemen op. De leidraad testbeleid voor zorgpersoneel van de FMS heeft transplantatieteams als uitzondering benoemd, waarmee de quarantaine verplichting vervalt bij (terug)komst naar Nederland uit gebieden die als oranje en rood zijn aangewezen. Er bestaat echter wel een noodzaak om de maatregelen te benoemen waardoor we het proces veilig kunnen inrichten. Deze richtlijn beschrijft de inzet van thoracale transplantatieteams in Nederland en het buitenland tijdens de COVID-19 pandemie.

Uitgangspunten

  • Donatie en transplantatie van thoracale organen gaat door tijdens COVID-19, ongeacht risico coderingen van gebieden in binnen- en buitenland. Dit is een gezamenlijk uitgangspunt van NTV, NTS en LOTTO.
  • De FMS deelt dit standpunt en heeft daarom in hun Richtlijn Testbeleid Zorgmedewerkers een uitzondering gemaakt voor transplantatieteams. Daarmee vervalt de quarantaine verplichting. Het beleid van VWS is o.a. gebaseerd op deze FMS richtlijn.
  • Buitenlandse teams uit oranje/rode gebieden zijn welkom in Nederland voor het ophalen van thoracale organen. Het internationale systeem van uitwisselen van organen moet intact blijven. Juist internationale allocatie levert meer mogelijkheden op voor een geschikte match zodat donororganen niet verloren gaan.
  • Nederland heeft een relatief klein donoraanbod in vergelijking tot de wachtlijst en is daarom gebaat bij het aanbod van andere landen. Daarom is het noodzakelijk dat Nederlandse teams thoracale organen ophalen uit het buitenland.
  • Transplantatie van thoracale organen heeft een levensreddende functie. Het missen van een hart of long als gevolg van quarantaine beperkingen, kan tot gevolg hebben dat de ontvanger overlijdt op de wachtlijst, omdat er mogelijk geen geschikt orgaan meer beschikbaar komt.
  • De vervoersbewegingen van het uitname team vallen niet onder de definitie van ‘reizen’ zoals die gehanteerd worden in de algemene overheidsrichtlijnen. Zij hebben een lagere besmettingskans dan anderen zorgprofessionals) die een normale reis maken naar het buitenland.
  • Veiligheid staat voorop, voor zowel patiënten als personeel. Deze veiligheid is gewaarborgd door het zorgvuldige screenings- en selectiebeleid in Nederland en de aangepaste richtlijnen voor transport.

Veiligheid

  • Er zijn specifieke richtlijnen opgesteld ten aanzien van het vervoer van de uitnameteams. Deze informatie staat in de Richtlijn vervoer en transport tijdens SARS-CoV-2. Het gaat hierbij om extra veiligheidsmaatregelen, zoals minder personen per voertuig, het dragen van mondkapjes, het ontsmetten van handen en een spatscherm tussen voor- en achterbank. 
  • Uitnameteams zijn per definitie al beter beschermd omdat zij slechts kort in het buitenland aanwezig zijn (2 à 3 uur), beperkte contacten hebben (direct van luchthaven naar donorziekenhuis), reizen met privé vervoer (chartervluchten, taxi’s) en de contacten die ze hebben vinden plaats onder beschermde omstandigheden (beschermende kleding op OK).
  • Het vervoer per charter betreft speciaal voor het team gehuurde toestellen met kleine crew. Het team en de bemanning houden zich aan de extra veiligheidsmaatregelen zoals opgenomen in de Richtlijn vervoer en transport tijdens SARS-CoV-2. De reistijd is kort gezien de korte houdbaarheid van het orgaan buiten het lichaam.  
  • De uitnameteams nemen alle materialen die zij nodig hebben mee, van sternumzaag tot perfusievloeistoffen. De materialen zijn steriel en per definitie niet besmet. Zij zijn niet afhankelijk van het donorziekenhuis en het materiaalgebruik vormt dus geen extra risico.
  • Terug in Nederland worden alle geadviseerde beschermingsmiddelen gebruikt bij het verlenen van zorg en blijft men alert op klachten gedurende 10 dagen na terugkomst. Bij klachten volgt men de voorgeschreven werkwijze van de FMS of het lokaal “protocol COVID-19“ van het ziekenhuis waar de medewerker in dienst is.
  • Elke donor wordt getest op SARS-CoV-2, hetgeen inhoudt: een nasofarynx (neus)wat en orofarynx (keel)wat. Bij een positieve PCR-uitslag wordt de donorprocedure gestaakt. Dit geldt voor Nederlandse en buitenlandse donoren.
  • Aangezien een donor altijd endotracheaal geïntubeerd zal zijn met een gesloten beademingssysteem met filter, is de kans op overdracht van eventueel SARS-CoV-2 van donor op anderen gering. Het risico voor het team is minimaal. Bij een DCD-donor (België en Oostenrijk) wordt geadviseerd ten minste een type IIR of FFP-2 mondmasker te dragen.
     

Buitenlandse thoraxteams die naar Nederland komen

  • Bij klachten van SARS-CoV-2 mag een buitenlands team of teamlid niet naar Nederland komen. 
  • Een buitenlands team mag wel naar Nederland komen als de teamleden geen klachten hebben. Steeds dient een type IIR of FFP-2 mondmasker te worden gedragen.
  • Deze zorgprofessionals hebben weinig tot zeer kortdurend contact in Nederland. Contacten op de OK vinden plaats onder beschermde omstandigheden. Zodoende is het dus niet nodig om aan deze teams strengere maatregelen (zoals quarantaine) op te leggen/eisen te stellen. 
  • Er is regelmatig overleg met de vertegenwoordigers van de Eurotransplant landen waar de afstemming van deze werkprocessen ten tijde van COVID aan de orde komt.
  • Uit hoofde van beperkte vervoersmaatregelen voor inkomende thoracale teams kunnen slechts 4 teamleden vervoerd worden naar het donorziekenhuis. De ODC stemt dit af met de buitenlandse teams.
  • De teams volgen de regels zoals in deze richtlijn en de Richtlijn van het Lorut- Uitname tijdens SARS-CoV-2/COVID-19 staan beschreven.

Nederlandse thoraxteams die organen ophalen

  • Als er klachten bestaan die kunnen passen bij COVID-19 (hoesten, loopneus, keelpijn, koorts, verlies van geur en/of smaak, dyspnoe) zal het betreffende lid van een orgaantransplantatieteam niet kunnen deelnemen aan een orgaantransplantatie en dient eerst een neuskeelwat te worden afgenomen op SARS-CoV-2. 
  • Voor leden van een orgaantransplantatie team zonder klachten dient een gezichtsmasker (type IIR) te worden gedragen in Nederland en voor het buitenland kan vereist zijn een FFP2 masker i.p.v. type IIR te dragen.
  • Een aantal landen vraagt om gezondheidsverklaringen. Specifieke wensen voor maskers of voorschriften voor het afstand houden kunnen per land verschillen. Bij aanbod uit het buitenland altijd de transportrichtlijn nalezen en contact opnemen met de contactpersoon van het donorziekenhuis.
  • Binnen Nederland kan altijd worden uitgenomen, ongeacht de risicocode die een gebied heeft. In het buitenland wordt in principe ook altijd uitgenomen, tenzij er een aanleiding is om te veronderstellen dat in het betreffende land de veiligheid van de medewerkers in het geding is. Per casus kan daarom altijd worden besloten om niet op te gaan halen.
  • Vanwege het gelimiteerd aantal thoracale transplantatieteams binnen Nederland en de grote druk op zorgpersoneel in het algemeen tijdens een pandemie, is het niet nodig om standaard in quarantaine te gaan bij terugkomst van een orgaanuitname in een rood of oranje gebied. Wel dient men alert te zijn op gezondheidsklachten. Dit wordt ondersteund door de FMS Richtlijn Testbeleid Zorgmedewerkers. 
     

OK fase

  • Als SARS-CoV-2 op een IC onder controle is – volgens Richtlijn IC tijdens SARS-CoV-2 - en de donor is negatief getest, is transport van een donor van de intensive care naar de OK met reguliere contactisolatie voldoende.
  • Bij een SARS-CoV-2 negatieve donor zijn tijdens de OK-fase reguliere beschermingsmaatregelen (chirurgisch mondneusmasker, handschoenen, handdesinfectie, jassen) van de uitnameteams op de operatiekamer voldoende voor het team.
  • Er is ruimte voor de teams om te besluiten aanvullende beschermingsmaatregelen in te zetten (wanneer de situatie daarom vraagt), zoals FFP-2 maskers en spatbrillen.

Afhandelen Covid klachten en besmettingen

Hoe om te gaan met klachten en besmettingen binnen de uitnameteams op de operatiekamer.

  • Alle teams volgen het testbeleid voor zorgmedewerkers zoals geformuleerd door de FMS of het lokaal “protocol COVID-19“ van het ziekenhuis waar de medewerker in dienst is:
    • De zorgmedewerker met één of meer COVID-gerelateerde klachten blijft direct thuis.
    • Zorgmedewerkers (en huisgenoten) laten zich bij klachten direct testen.
    • Als een huisgenoot klachten heeft kan de zorgmedewerker doorwerken, mits de testuitslag van de huisgenoot binnen 48 uur bekend is. Als dit niet het geval is, zal de zorgmedewerker alsnog in quarantaine gaan tot de testuitslag beschikbaar is.
    • Als een huisgenoot positief getest is, blijft zorgmedewerker thuis (tenzij kritisch voor bedrijfsvoering en speciale condities worden afgesproken).
    • Als een patiënt positief getest is, kan de zorgmedewerker doorwerken als er voldoende bescherming was. Als er geen voldoende bescherming was kan ook worden doorgewerkt, mits alertheid op klachten tot 10 dagen na contact. Volg lokaalbeleid voor testen en vervolg.
    • Als een collega positief getest is, kan de zorgmedewerker doorwerken. Alertheid op klachten tot 10 dagen na laatste contact. Volg lokaalbeleid over testen en vervolg.
  • Als er achteraf een besmetting bij een van de teamleden wordt geconstateerd tijdens een uitnameprocedure, dan wordt als volgt gehandeld:
    • De positief geteste medewerker informeert de thoraxchirurg en de ODC-er van de betreffende procedure.
    • De thoraxchirurg is verantwoordelijk voor besluitvorming, waarbij richtlijn FMS wordt gevolgd.
    • De thoraxchirurg informeert de eindverantwoordelijke(n) van het betreffende thoracale transplantatieprogramma in zijn ziekenhuis. De verantwoordelijkheid voor besluitvorming kan vervolgens bij deze personen komen te liggen.
    • De dienstdoende ODC-er heeft de regie over de organisatorische aspecten en deze informeert het betrokken team, zijn supervisor donatie, de NTS, Eurotransplant en het vervoersbedrijf.
    • De thoraxchirurg stemt met de ODC-er af wie de SAE/SAR melding invult, waardoor ook eventueel betrokken buitenlandse teams worden geïnformeerd.