Richtlijn orgaandonatie IC-fase tijdens COVID-19

Hier vindt u de richtlijn IC-fase tijdens COVID-19.

Richtlijn orgaandonatie
Ic-fase tijdens SARS-CoV2/COVID-19
Auteur(s): Danielle Mol
Gericht aan: ODC, DC, Commissie Donatie van de NVIC, supervisoren, LORUT, LOTTO, LOL en LONT 
Afgestemd met: De RTL, Voorzitter supervisorenoverleg, Voorzitters commissie donatie NVIC, LOTTO, LORUT, LOL en LONT

Datum: 27 oktober 2020
Status: DIT BELEID WORDT REGELMATIG GEËVALUEERD

Samenvatting

Uitgangspunt

  • Een potentiële donor ligt op een niet-COVID afdeling als er elders sprake is van cohort verpleging. Op een afdeling waar een COVID-patiënt verpleegd wordt ligt de donor op een aparte kamer, sluis is niet noodzakelijk.
  • Iedere donor wordt getest op SARS-CoV-2, bij een positieve uitslag wordt de procedure gestaakt.
  • Is familie van de donor positief getest, of valt zij onder het risicoprofiel van het RIVM, dan vindt het familiegesprek telefonisch plaats of wordt uitgevoerd volgens het protocol “Strikte isolatie”.
  • De ODC wordt ingezet in elk donorziekenhuis, ongeacht de verschillende coderingen van de risicogebieden binnen Nederland. Dit is gebaseerd op het zeer zorgvuldige screenings- en selectiebeleid in Nederland.

Belangrijkste punten
Donatie is alleen toegestaan als:

  • De PCR test, bij voorkeur op sputum of diep respiratoir materiaal, op SARS-CoV-2 negatief is EN
  • De test niet ouder is dan ongeveer 24 uur EN
  • Als de donor eerder een infectie/besmetting had met COVID-19, dan moet de donor:
    •  > 14 dagen symptoomvrij zijn EN
    • 2 x een negatieve PCR-testuitslag hebben met ten minste 24u daartussen.

Afhandelen COVID-klachten en besmettingen ODC

  • ZUT en ODC (OK en IC-fase) volgen testrichtlijn FMS of het lokaal protocol COVID-19 van het ziekenhuis waar de medewerker in dienst is.
  • Bij besmetting binnen ZUT, informeert de ODC de supervisor Donatie en die beslist over werkinzet in de IC of OK dienst. 

Wijzigingen t.o.v. vorige versie:

Donatie is alleen toegestaan als:

  • Een actuele testuitslag aanwezig is. Bij het opstarten van een donatieproces neem je bloed en swab af voor PCR-bepaling. Daarmee borg je een actuele testuitslag van ongeveer 24 uur oud.
  • Een potentiële donor die in contact is geweest met een persoon met een bevestigde infectie met SARSCoV-2:
    • Heeft 2x een negatieve PCR-uitslag op nasopharyngale swab of sputum gehad met ten minste 24u daartussen EN
    • Heeft geen klinisch beeld passende bij COVID-19 zoals gesteld in de casusdefinitie van het RIVM of bij aanwezigheid van een duidelijke andere verklaring voor de bevindingen.

Aanleiding

Na een relatief rustige periode, gaan de ontwikkelingen rondom COVID weer sneller, zowel binnen Nederland als daarbuiten. Het proces van orgaandonatie en daarmee de (inter)nationale orgaanuitwisseling vindt nog altijd plaats. Het is belangrijk om afspraken te maken hoe het risico op besmetting met SARS-CoV-2, in het kader van postmortale orgaandonatieprocedures zo laag mogelijk kan worden gehouden. Tijdens de intensive care fase is het belangrijk om besmettingsrisico’s voor potentiële orgaandonoren maar ook voor de orgaandonatie coördinator te beperken. En hoe gaan we om met potentiële donoren die in een eerder stadium een COVID-infectie hebben doorgemaakt?

Uitgangspunten

Voordat een orgaandonatieprocedure gestart wordt en er sprake is van infectiegevaar zoals COVID brengt de ODC de actuele stand van zaken met betrekking tot COVID-patiënten en de voorzorgsmaatregelen op de betreffende IC in kaart.

  • Een potentiële donor ligt op een niet-COVID afdeling als er elders sprake is van cohort verpleging. Op een afdeling waar een COVID-patiënt verpleegd wordt ligt de donor op een aparte kamer, sluis is niet noodzakelijk.
  • Iedere donor wordt getest op SARS-CoV-2, bij een positieve uitslag wordt de procedure gestaakt.
  • Is familie van de donor positief getest dan vindt het familiegesprek telefonisch plaats. In alle andere gevallen; bij voorkeur telefonisch of met in acht nemen van minimaal 1.5m in ziekenhuis en het dragen van een mondkapje (volgens, in overeenstemming met de openbare ruimte).
  • De ODC wordt ingezet in elk donorziekenhuis, ongeacht de verschillende coderingen van de risicogebieden binnen Nederland. Dit is gebaseerd op het zeer zorgvuldige screenings- en selectiebeleid in Nederland.

Anamnese en diagnostiek

Donatie is alleen toegestaan als:

  • De PCR test, bij voorkeur op sputum of diep respiratoir materiaal, op SARS-CoV-2 negatief is EN
  • De actuele testuitslag ongeveer 24 uur oud is EN
  • Een potentiële donor die in contact is geweest met een persoon met een bevestigde infectie met SARS-CoV-2 voldoet aan de volgende eisen:
    • 2x een negatieve PCR op nasopharyngale swab of sputum met ten minste 24u daartussen EN
    • Geen klinisch beeld passende bij COVID-19, zoals gesteld in de casusdefinitie van het RIVM of bij aanwezigheid van een duidelijke andere verklaring voor de bevindingen.

Als de donor eerder een infectie/besmetting had met COVID-19, dan wordt donatie veilig geacht als de donor:

  • Minstens 14 dagen symptoomvrij is EN
  • 2 x een negatieve PCR-testuitslag heeft (aantonen terechte negatieve testuitslag) op sputum of diep respiratoir materiaal (hogere sensitiviteit), met tenminste 24 uur daartussen EN
  • Vanuit de orgaanadviescommissies zijn de volgende aanvullingen:

a. LOTTO:
i. Een positieve PCR blijft lang uitslaan maar aangevuld met antistoffen titer moet dat per casus beslist worden.
ii. Behalve meerdere testen, laatste niet ouder dan 24 uur, mogen er in elk geval geen tekenen zijn van actieve infectie (actieve infectie blijft contra indicatie!).
iii. In de praktijk zullen de longen meestal niet meer geschikt zijn als een donor COVID-19 heeft gehad en voor het hart is dat een kleine kans.
iv. Het hangt echter ook af hoe het verloop van COVID is geweest en of donor hersteld was en in welke mate, of dat donor direct als gevolg van een COVIDinfectie komt te overlijden.
v. Per casus moet een afweging worden gemaakt en dient een ODC te overleggen met een thoracaal centrum.

b. LOL: Geen aanvullingen.

c. LONT: Om uniformiteit en tegelijk regionale verschillen toe te laten worden de volgende codes worden gehanteerd:

  • Waakzaam: alles open en case-by-case beoordeling.
  • Zorgelijk: overweeg staken campath inductie (ABOi, HLAi, pancreata/eilandjes) indien niet snelle verbetering.
  • Ernstig: stop ESP, stop levende donatie; AM en HU continueren indien niet snelle verbetering.

(Hetero) anamnese
Van iedere donor wordt een (Hetero)anamnese vanaf 14 dagen voor opname tot het moment van donorevaluatie gemaakt. Hierbij worden de volgende symptomen uitgevraagd:

  • Neusverkoudheid
  • Keelpijn (14%)
  • (Droge) Hoest (68%)
  • Moeheid (38%)
  • Verhoogde sputumproductie (33%)
  • Spier- en gewrichtspijn (15%)
  • Hoofpijn (14%)
  • Verhoging en koorts > (> 38 graden Celsius) (88%)
  • Ook gerapporteerd (bij een kleiner deel van de patiënten): diarree (4%); misselijkheid en braken (5%). Daarnaast wordt ook melding gemaakt van verlies van reukzin (hyposmie/anosmie) en smaakzin (dysgeusie) en neurologische verschijnselen (24.8%) zoals hoofdpijn, duizeligheid, ataxie, epilepsie en acute cerebrovasculaire ziekte
  • Kortademigheid (19%)


Diagnostiek:

  • Aantonen van viraal RNA met (real-time) reverse-transcriptie (RT)-PCR op monsters afkomstig van een nasofarynx (neus)wat en orofarynx (keel)wat. Bij voorkeur op sputum of diep respiratoir materiaal in verband met hogere sensitiviteit.
  • Een nasofarynx (neus)wat en orofarynx (keel)wat voor een moleculaire sneltest die uitsluitend in de UMC’s en in zeer beperkte mate wordt aangeboden. Zie richtlijn voor inzet snel diagnostiek. 
  • De testuitslag is ongeveer 24 uur geldig. Bij het opstarten van een donatieproces neem de ODC standaard bloed af en nu ook swab voor PCR-bepaling. Daarmee borg je een actuele testuitslag van ongeveer 24 uur oud.


Richtlijn snel diagnostiek
De testen worden ingezet om te voorkomen dat donatieprocedures niet worden gestart of worden gestaakt in verband met de duur van de reguliere COVID testen. (Er is geen noodzaak om een sneltest in een UMC aan te vragen als de Covid test al in het lokale ziekenhuis is ingezet). De test kan ingezet worden in situaties waarbij geen 24 uur gewacht kan worden. Denk aan:

  • Verwachte kans op instabiliteit.
  • Logistieke knelpunten in het donorziekenhuis.
  • Donorfamilie heeft de wens de uitname procedure zo spoedig mogelijk op te starten, risico voor intrekken toestemming.
  • Uitslag test van Ontvanger moet bekend zijn vóór uitname waardoor lange wachttijd ontstaat.
  • Testuitslag dubieus waardoor hertest nodig is.

Transmissie risico en voorzorgsmaatregelen

Transmissie via druppeltjes die loskomen bij hoesten, niezen, praten en ademhalen vergelijkbaar met influenza. Druppeltjes reizen doorgaans niet meer dan 2 meter. Directe transmissie is mogelijk via aerosolen die loskomen tijdens aerosolvormende handelingen zoals o.a. bij tracheale intubatie, niet-invasieve beademing, tracheostomie, cardiopulmonaire reanimatie en bronchoscopie. Een risico op infectie zou mogelijk kunnen optreden als een persoon een geïnfecteerd oppervlak aanraakt en vervolgens zijn of haar ogen, neus of mond aanraakt.

De voorzorgsmaatregelen zoals opgesteld door de ziekenhuishygiënist van het LUMC (20 april 2020) zijn van kracht bij het betreden van een IC met COVID positieve patiënten:

  • Bespreek met de intensivist waar u u kunt melden voor instructies bij het betreden van de IC.
  • Bij aankomst op de IC bespreken met de contactpersoon (stip/coördinerend verpleegkundige) wat de werkinstructies zijn:
    • Wanneer beschermende maatregelen.
    • Wat is een geschikt kantoor? Liefst buiten de IC.
    • Hoe contact onderhouden met de verpleegkundige: op vaste tijden contact met elkaar, telefonisch doorbellen als streefwaarden niet worden behaald.
  • Aanvraag laboratoriumonderzoek etc. liefst zoveel mogelijk bundelen, alles kost extra inspanning.
  • Lab stickers etc. met handschoenen aan op de buizen plakken.
  • Bij voorkeur de patiëntenkamer pas betreden voor lichamelijke inspectie als er een COVID negatieve uitslag is.
  • Consulterend artsen duidelijk maken waar u te bereiken bent voor afstemming onderzoeken (radioloog, cardioloog, longarts).

Advies ten aanzien van persoonlijke spullen op een COVID positieve IC:

  • Steeds opnieuw handen desinfecteren!
  • COVID kan zich vestigen op de wielen van uw koffer, zolen van uw schoenen. Zolang u hier geen handcontact mee hebt is dat geen probleem.
  • Dus vooral handvat koffer en de laptop desinfecteren, verder alles naar eigen logica schoonmaken.

Afhandelen COVID-klachten en besmettingen ODC

Hoe om te gaan met klachten en besmettingen binnen de ZUT-teams en de inzet van de ODC op de intensive care? De landelijke richtlijn testbeleid voor zorgmedewerkers is geformuleerd door de Federatie Medisch Specialisten. De lokale protocollen COVID-19 van de ziekenhuizen waar men in dienst is (arbeidsrechtelijke overeenkomst) zijn hierop gebaseerd maar kunnen op delen afwijken. We adviseren de lokale protocollen te volgen. Bij onduidelijkheden neem je contact op met de betreffende arbodienst.

  • Het testbeleid voor zorgmedewerkers zoals geformuleerd door de FMS:
    • De zorgmedewerker met één of meer COVID-gerelateerde klachten blijft direct thuis.
    • Zorgmedewerkers (en huisgenoten) laten zich bij klachten direct testen.
    • Als een huisgenoot klachten heeft kan de zorgmedewerker doorwerken, mits de testuitslag van de huisgenoot binnen 48 uur bekend is. Als dit niet het geval is, zal de zorgmedewerker alsnog in quarantaine gaan tot de testuitslag beschikbaar is. Let op; hierin wijken lokale protocollen vaak af.
    • Als een huisgenoot positief getest is, blijft de zorgmedewerker thuis (tenzij kritisch voor bedrijfsvoering en speciale condities worden afgesproken).
    • Als een patiënt positief getest is, kan de zorgmedewerker doorwerken als er  voldoende bescherming was. Als er geen voldoende bescherming was kan ook worden doorgewerkt, mits alertheid op klachten tot 10 dagen na contact. Volg lokaalbeleid voor testen en vervolg.
    • Als een collega positief getest is, kan de zorgmedewerker doorwerken. Alertheid op klachten tot 10 dagen na laatste contact. Volg lokaal beleid over testen en vervolg.
  • Als er achteraf een besmetting bij een van de teamleden wordt geconstateerd tijdens een uitname procedure, dan wordt als volgt gehandeld:
    • De positief geteste medewerker informeert zowel de 1e chirurg als de ODC-er van de betreffende ZUT-procedure.
    • De 1e chirurg is verantwoordelijk voor besluitvorming, waarbij de richtlijn FMS of het lokaal protocol COVID-19 van het ziekenhuis waar de medewerker in dienst is wordt gevolgd.
    • De ODC-er heeft de regie over de organisatorische aspecten en deze informeert het betrokken team, zijn supervisor donatie, de NTS, Eurotransplant en het vervoersbedrijf.
    • De 1e chirurg stemt met de ODC-eraf wie de SAE/SAR melding invult, waardoor ook eventueel betrokken buitenlandse teams worden geïnformeerd.
    • De supervisor Donatie besluit of de ODC’er inzetbaar is in de IC of OK dienst.