Richtlijn weefselcriteria tijdens COVID-19

Hier vindt u de richtlijn 'weefselcriteria tijdens COVID-19'.

COVID-19 is een contra-indicatie voor weefseldonatie indien:

  • Er sprake is van of een vermoeden is op een actieve of klinisch bewezen infectie met SARS-CoV-2 ten tijde van overlijden.
  • De patiënt een infectie met SARS-CoV-2 heeft doorgemaakt en minder dan 14 dagen symptoomvrij is.
  • De patiënt in de afgelopen 10 dagen in nauw contact is geweest met een persoon met een bevestigde infectie met SARS-CoV-2.

Medische Richtlijn Weefselcriteria
Coronavirus (SARS-CoV-2 / COVID-19)
Auteur(s):  Bart Erkamp MSc, Informatiespecialist B&O
Geraadpleegde deskundige(n):  Op basis van de wetenschappelijke literatuur
Geaccordeerd door:  Stafartsen NTS

Datum: 14 oktober 2020
Status: Definitief

Inhoud

Disclaimer

De informatie in dit stuk is geschreven op basis van de huidige kennis over SARS-CoV-2. Hoewel er dagelijks nieuwe publicaties bijkomen, is de kennis over dit virus nog vrij beperkt. Dit betekent dat de conclusies in dit stuk voorlopige conclusies zijn die mogelijk in de toekomst nog kunnen veranderen.

Voorlopige conclusies

Hieronder wordt per weefseltype de mogelijk kans op transmissie van SARS-CoV-2 uiteengezet. Hoewel transmissie van het virus via weefseltransplantatie niet waarschijnlijk lijkt, kan een potentiele infectie met SARSCoV-2 zeer ernstige gevolgen hebben. SARS-CoV-2 is een pandemisch virus met een hoge mortaliteit en morbiditeit waar nog nauwelijks immuniteit tegen bestaat. Ook is de kennis van het virus op dit moment nog beperkt. De NTS acht daarom de standaard én aanvullende screening van postmortale weefseldonoren, inclusief RT-PCR test op keel/neusswabs, op dit moment noodzakelijk.

Sanquin test in opdracht van de NTS swabs, afgenomen uit de neus- en keelholte van postmortale weefseldonoren, op de aanwezigheid van SARS-CoV-2 RNA. Sanquin maakt hiervoor gebruik van de Cobas® SARS-CoV-2 real-time RT-PCR. Volgens de fabrikant is een positief testresultaat indicatief voor de aanwezigheid van SARS-CoV-2 RNA, maar sluit dit resultaat een bacteriële infectie of een co-infectie met andere virussen niet uit. Voor de NTS is een positief resultaat direct reden om de weefsels niet vrij te geven. Ook een negatief resultaat sluit een infectie met SARS-CoV-2 niet uit. Een negatief test resultaat wordt door de medische staf van de NTS daarom altijd geïnterpreteerd in de context van het klinische beeld ten tijde van overlijden, de medische en sociale voorgeschiedenis van de donor en eventuele diagnostiek die voor overlijden is verricht, zoals een CT-scan.

Kan SARS-CoV-2 worden overgedragen via weefseltransplantatie?

Oogweefsel

SARS-CoV-2 gebruikt de ACE2 receptor voor de infectie van cellen (zie sectie pathogenese). Infectie is tevens afhankelijk van de protease activiteit van het eiwit TMPRSS2. ACE2 RNA-expressie is in zeer beperkte mate aangetroffen in de cornea. Maar de expressie van TMPRSS2 in de cornea lijkt nauwelijks aanwezig. *3 De ACE2- receptor is ook aangetroffen in het oogvocht waar het mogelijk een rol heeft in het intra-oculaire RAS-systeem. *4 Voor zover bekend is infectie van de cornea met SARS-CoV-2 nog niet aangetoond. Dit is in het verleden ook niet aangetroffen bij SARS-CoV dat gebruikt maakt van dezelfde receptor. In een beperkt aantal gevallen lijkt een SARS-CoV-2 infectie geassocieerd te zijn met de ontwikkeling van conjunctivitis. Tevens lijkt viraal RNA soms aanwezig te zijn in het traanvocht, zoals ook in 2004 werd aangetoond voor SARS-CoV. De auteur van een recent gepubliceerde systematische review concludeert op basis van 17 studies dat de prevalentie van oculaire symptomen laag is en conjunctivitis zelden voorkomt. Ook wordt SARS-Cov-2 RNA zelden aangetroffen in swabs afgenomen van de oogbol. De auteur is weliswaar van mening dat er grotere en uitgebreidere studies nodig zijn om de oculaire betrokkenheid van het virus verder te evalueren. Het oog lijkt geen grote rol te spelen in de transmissie van het virus. *5,6 en 7

Bewerking oogweefsel

Vanuit de literatuur zijn er aanwijzingen dat de behandeling van oogweefsel met ethanol en biociden zoals povidonjodium effectief zijn in het inactiveren van verschillende virussen met- en zonder membraan (envelop), Medische Richtlijn Weefselcriteria Coronavirus versie 13 5/9 waaronder het MERS-coronavirus. *8 In het onderzoek naar de inactivatie van MERS-CoV is gebruik gemaakt van drie antiseptische producten van het merk Betadine in concentraties van 1% tot 7,5%. In alle gevallen werd er 4-log reductie bereikt wat volgens de auteurs overeenkomt met een inactivatie van 99,99%. Tijdens de uitname worden de bulbi gespoeld in Povidonjood (zowel op locatie bij de donor alsook bij aankomst in de bank). Daarnaast wordt scleraal weefsel volgens ETB-BISLIFE na fysieke reiniging opgeslagen in high grade pure alcohol ter preservering en desinfectie. Gemiddeld zit het sclerale weefsel tussen 6 en 11 maanden in de alcohol voordat er wordt overgegaan tot vrijgave. Tussentijds wordt de alcohol ook vervangen door nieuwe alcohol. Door deze bewerkingsstappen wordt de kans op transmissie van eventueel aanwezige virusdeeltjes nog verder verkleint.

Huid

Uit een studie van Hamming et al. uit 2004 blijkt dat de ACE2 receptor aanwezig is in de basale cellaag van de epidermis,in de gladde spiercellen rond de talgklieren en in de eccriene zweetklieren. *9 Of het virus de huid ook daadwerkelijk infecteert of kan infecteren is nog niet bekend. Wel zijn er in inmiddels verschillende case-reports verschenen waarin bepaalde huidaandoeningen worden beschreven bij SARS-CoV-2 geïnfecteerde patiënten, variërend van erythemateuze uitslag, urticariële plaques en purpura tot waterpokkenachtige blaasjes. In hoeverre deze huidaandoeningen verband houden met de infectie is nog niet bekend. Mogelijk zou het virus zich ook via het zweet kunnen verspreiden. SARS-CoV-1 werd eerder al in het zweet aangetroffen. *10 Het virus kan via hoesten en niezen op de huid (zoals de handen) terecht komen en kan onder ideale omstandigheden (getest in het laboratorium) ongeveer 9 uur op de huid overleven. *11 Dit zou betekenen dat er een kans op transmissie van het virus is tijdens de afname van de huid. Er is bij een donor echter geen ademhaling en derhalve ook geen actieve uitscheiding van het virus via de luchtwegen. Bovendien wordt de huid nog grondig gedesinfecteerd en bewerkt (zie hieronder).

Bewerking huid

Voordat de huid wordt afgenomen wordt de donor eerst gewassen met Betadine-scrub (polyvinylpyrrolidonjodiumcomplex). Deze vloeistof werkt volgens ETB-BISLIFE vervolgens 10 minuten in op de huid van de donor om optimale desinfectie te verzorgen. Daarna wordt huid verder gedesinfecteerd met een chloorhexidine/alcoholoplossing. De afgenomen huid wordt gedurende langere tijd in glycerol gepreserveerd. Vanuit de literatuur is bekend dat diverse soorten virussen worden geïnactiveerd c.q. geëlimineerd tijdens de opslag (> 4 weken) in glycerol bij een temperatuur van minstens 20 °C. *12 In hoeverre dit ook van toepassing is op coronavirussen is niet bekend, maar door de gecombineerde actie van fysiek reinigen, desinfectie met Betadine en chloorhexidine/alcohol en de verdere virus-inactiverende en -afdodende werking van glycerol, is de kans op transmissie van eventueel aanwezige virusdeeltjes waarschijnlijk verwaarloosbaar klein.

Hartkleppen

Hoewel de klinische manifestaties van COVID-19 worden gedomineerd door respiratoire symptomen, ontwikkelen sommige patiënten ook myocarditis of andere hartproblemen, zoals hartritmestoornissen en acuut of langdurig hartfalen. *13 en 14 Deze klachten zijn ook beschreven bij personen met milde klachten en zelfs bij Medische Richtlijn Weefselcriteria Coronavirus versie 13 6/9 personen zonder symptomen. Inmiddels is infectieus virus aangetoond in het hart waar de ACE2 receptor tot expressie komt. *15 en 16

Bewerking hartkleppen

Hartkleppen ondergaan volgens ETB-BISLIFE geen specifiek virus-reducerende behandeling. Wel wordt het uitgenomen hart tot aan bewerking op de bank bewaard in Ringers spoelvloeistof en wordt het geprepareerde weefsel bewaard in preservatiemedium. Deze vloeistoffen dragen, door spoeling van het weefsel, bij aan vermindering van eventueel aanwezig virus rondom het weefsel, maar het effect is waarschijnlijk beperkt. Voor vaat- en hartklepweefsel zal vooral nauwkeurige screening van de donor t.a.v. recente infectieuze respiratoire aandoeningen in combinatie met verhoogde systemische ontstekingsparameters duidelijkheid moeten verschaffen over eventuele transmissierisico’s. Dit zal per casus beoordeeld moeten worden. Volgens ETB-BISLIFE geldt voor elke donor dat het restant hartweefsel na preparatie een histopathologische analyse ondergaat. Daardoor is ook goed te bepalen of sprake is van lokale ontstekingen in het hartweefsel, zoals eventueel COVID-19-gerelateerde myocarditis.

Bot- en peesweefsel

Er is vooralsnog geen wetenschappelijk bewijs dat SARS-CoV-2 bot- en spierweefsel kan infecteren. Voor zover bekend is de ACE2 receptor niet aanwezig in botweefsel. Het is ook niet aangetroffen in beenmerg. Als er aanwijzingen zijn voor een systemische infectie wordt de donor niet geaccepteerd.

Bewerking bot- en peesweefsel

ETB-BISLIFE laat uitgenomen bot/peesweefsel van portmortale donoren voor haar eigen voorraad bewerken bij BST (Barcelona, Spanje) of levert deze weefsels aan DIZG (Berlijn, Duitsland) ten behoeve van bewerking en distributie elders door DIZG. De weefsels die door BST worden bewerkt ondergaan stringente fysieke en chemische reiniging (spoelen met water en detergentia, centrifugeren, ultrasoon behandeling) en desinfectie (waterstofperoxide en alcohol). Weefsels die ETB-BISLIFE levert aan DIZG ondergaan behalve de reiniging en desinfectie ook een aanvullende sterilisatie (perazijnzuur).

De reinigings-, desinfectie- en sterilisatieprocedures van BST en DIZG zijn gevalideerd. Op basis van die studies wordt aangenomen dat de bewerkingsmethode effectief is voor het inactiveren van verschillende virussen die worden omhuld door een membraan (de zogenoemde envelop), waaronder HIV, HTLV, HCV, HBV, CMV, Herpes, Rubella, Parainfuenza, Bof, Vaccinia, Influenza). Voor dergelijke virussen kan volgens ETB-BISLIFE een 8-10 log reductie bewerkstelligd worden. Hoewel SARS-CoV-2, noch SARS-CoV en MERS-CoV zijn meegenomen in de bovengenoemde validatiestudies is het op basis van de vergelijkbare structuur aannemelijk dat bij de bewerking van bot- en peesweefsel een effectieve reductie en inactivatie kan worden verwacht voor SARS-CoV-2. Op basis van deze informatie is de kans op aanwezigheid van coronavirus in bewerkt bot/peesweefsel volgens ETB-BISLIFE verwaarloosbaar klein.

Pathogenese en tropisme

Coronavirussen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van uitsteeksels die als een kroon (corona) uit het celmembraan steken. Deze zogenoemde Spike-eiwitten (S) zijn verantwoordelijk voor de binding van het virus aan de gastheercel en de versmelting van het virale membraan met het celmembraan van de gastheercel. Dit tweeledige proces komt tot stand door de verschillende subunits van het S-eiwit genaamd S1 (voor de binding) en S2 (voor het versmelten). Tijdens dit proces komt het virale RNA vrij in het cytoplasma van de gastheercel en is de infectie een feit. Uit onderzoek blijkt dat het S-eiwit van SARS-CoV-2 bindt aan de angiotensinconverting enzyme 2 (ACE2) receptor. Het protease TMPRSS2 is nodig om het S-eiwit op te delen in de S1- en S2 subunit. *17

Deze ACE2 receptor wordt ook gebruikt door het eerder beschreven SARS-CoV. Het verschil met SARS-CoV is dat de bindingsaffiniteit van SARS-CoV-2 10 tot 20 keer sterker is. Een ander verschil is dat S-eiwit van het nieuwe SARS virus een zogenoemde furine-bindingsplaats heeft dat door het enzym furine geknipt wordt. Wat dit precies betekent is nog niet helemaal duidelijk.

De ACE2 receptor komt normaal gesproken op verschillende plaatsen in het lichaam tot expressie, waaronder op type II alveolaire cellen van de long, de bovenste en gestratificeerde epitheelcellen van de slokdarm, in de bloedvaten, op enterocyten van het ileum en colon, op cholangiocyten in de galbuis, op myocardiale cellen, op proximale tubulaire niercellen, op blaas urotheelcellen en op cellen in de testis. *18 Al deze organen en weefsels kunnen potentieel geïnfecteerd raken met het virus. Dit blijkt ook uit een autopsie-studie van Bradley et al. Bij dit onderzoek onder 12 overledenen zijn virusdeeltjes aangetroffen in onder andere de longen, de trachea, de nieren en de darmen. Bij alle overledenen was sprake van significante comorbiditeit, zoals hypertensie, obesitas, chronische nieraandoeningen en diabetes.

Als gevolg van de infectie wordt de expressie van de ACE2 receptor verlaagd (gedownreguleert). ACE2 heeft normaal gesproken een bloeddrukverlagende rol door de productie van een vasodilatator genaamd Ang 1-7 in het renine angiotensine systeem. Verlies van ACE2 expressie in de longen is geassocieerd met pulmonale hypertensie, sarcoïdose, idiopathische longfibrose het acute respiratory distress syndrome (ARDS). *19 Daarnaast komt het immuunsysteem in actie wat in ernstige gevallen leidt tot de ongecontroleerde afgifte van cytokinen (cytokine release syndrome of CRS). Ook dit kan ARDS veroorzaken en in ernstige gevallen tot multi-orgaanfalen en fulminante myocarditis leiden. *20,21 en 22. Mogelijk is multi-orgaanfalen bij COVID-19 patiënten het gevolg van de synergistische effecten van SARS-CoV-2 geïnduceerde weefselbeschadiging en een systemische cytokinestorm. Dit moet echter nog verder worden onderzocht. *23

Een belangrijke vraag die nog beantwoord moet worden is waarom sommige patiënten een ernstig ziektebeeld ontwikkelen, terwijl anderen dat niet doen. Vanuit de literatuur is bekend dat leeftijd en onderliggend lijden, zoals diabetes, hypertensie, hart- en vaatziekten hier een belangrijke rol bij spelen. *24

Transmissie

Transmissie vindt plaats via druppeltjes die loskomen bij hoesten, niezen, praten en ademhalen. De druppeltjes reizen doorgaans niet meer dan 2 meter. Ook kan transmissie plaatsvinden via aerosolen die loskomen tijdens aerosolvormende handelingen (tracheale intubatie, niet-invasieve beademing, tracheostomie, cardiopulmonaire reanimatie, manuele beademing voorafgaand aan intubatie, bronchoscopie, handelingen aan de tracheostoma, uitzuigen). Infectie zou mogelijk ook kunnen optreden als een persoon een geïnfecteerd oppervlak aanraakt en vervolgens zijn of haar gezicht aanraakt. *2 De rol van verspreiding via fecaal-oraal contact is nog onduidelijk. *2

Besmettelijke periode

Exacte gegevens over de besmettelijke periode ontbreken. Een patiënt is in het algemeen besmettelijk tijdens de symptomatische fase. Er zijn aanwijzingen voor pre- en/of vroegsymptomatische transmissie. Op basis van de huidige studies is de rol van zuiver asymptomatische personen nog onduidelijk. *2

Referenties

  1. ECDC (2020). Rapid risk assessment: Increased transmission of COVID-19 in the EU/EEA and the UK – twelfth update. https://bit.ly/2GkyfBi
  2. RIVM (2020). LCI- Richtlijn COVID-19 https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19
  3. Sungnak et al. (2020). SARS-CoV-2 entry factors are highly expressed in nasal epithelial cells together with innate immune genes. Nat Med.
  4. Holappa M et al. (2015). Angiotensin (1-7) and ACE2, “The Hot Spots” of Renin-Angiotensin System, Detected in the Human Aqueous Humor. Open Ophthalmol J. 9: 28–32
  5. Yu Jun IS et al. (2020). Assessing Viral Shedding and Infectivity of Tears in Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) Patients. Ophthalmology
  6. Xia J. (2020). Evaluation of coronavirus in tears and conjunctival secretions of patients with SARS-CoV-2 infection. J. Med. Virol.
  7. Kai Xiong Cheong (2020) Systematic Review of Ocular Involvement of SARS-CoV-2 in Coronavirus Disease 2019. Curr Ophthalmol Rep Sep 26;1-10
  8. Eggers M et al. (2015). Rapid and Effective virucidal activity of povidone-iodine products against Middle East Respiratory Syndromes coronavirus (MERS-CoV) and modified vaccinia virus Ankara. Infect. Dis. Ther. 4: 491 - 501
  9. Hamming I (2004). Tissue distribution of ACE2 protein, the functional receptor for SARS coronavirus. A first step in understanding SARS pathogenesis. J. Pathol. 203(2): 631-7.
  10. Arno R Bourgonje AR et al. (2020)Angiotensin-converting enzyme 2 (ACE2), SARS-CoV-2 and the pathophysiology of coronavirus disease 2019 (COVID-19). J. Pathol. 251(3):228-248
  11. Hirose R et al. (2020) Survival of SARS-CoV-2 and influenza virus on the human skin: Importance of hand hygiene in COVID-19. Clin. Infect. Dis.
  12. Marshall et al. (1995). Effect of glycerol on intracellular virus survival: implications for the clinical use of glycerolpreserved cadaver skin.
  13. Zheng YY et al. (2020). COVID-19 and the cardiovascular system. Nature.
  14. Madjid M et al. (2020). Potential Effects of Coronaviruses on the Cardiovascular System: A Review. JAMA Cardiol.
  15. Topol EJ. (2020). COVID-19 can affect the heart. Science Sep 23;eabe2813
  16. Chen L et al. (2020). The ACE2 expression in human heart indicates new potential mechanism of heart injury among patients infected with SARS-CoV-2. Cardiovascular Research Medische Richtlijn Weefselcriteria Coronavirus versie 13 9/9
  17. Hoffmann et al. (2020). SARS-CoV-2 Cell Entry Depends on ACE2 and TMPRSS2 and Is Blocked by a Clinically Proven Protease Inhibitor. Cell
  18. Xu H et al. (2020). High expression of ACE2 receptor of 2019-nCoV on the epithelial cells of oral mucosa. In. J. Oral. Sci. 12(1): 8
  19. Hamming I et al. (2007). The emerging role of ACE2 in physiology and disease. J. Pathol. 212: 1–11
  20. Zou D. et al. (2020). COVID-19: a recommendation to examine the effect of hydroxychloroquine in preventing infection and progression. Journal of Antimicrobial Chemotherapy
  21. Shi Y et al. (2020). COVID-19 infection: the perspectives on immune responses
  22. 22 . Chen C. et al. (2020) SARS-CoV-2: a potential novel etiology of fulminant myocarditis. Herz
  23. Li H et al. (2020). SARS-CoV-2 and viral sepsis: observations and hypotheses. Lancet.
  24. Fang L et al. (2020). Are patients with hypertension and diabetes mellitus at increased risk for COVID-19 infection? Lancet. Respir. Med. (20) 30116-8
Klik hier voor de Q&A over weefseldonatie