‘Rouw is met een o, maar voor mij met een a’

12 augustus 2019

Op een lenteavond in 2018 gaat de dan 43-jarige Babette wandelen met haar man Carl. Ze wordt aangereden en loopt fatale hersenschade op. Carl staat er volledig achter dat ze haar organen doneert, maar daar troost uit putten lukt nog niet.

‘Babette en ik werden verliefd op elkaar toen we samen in een studentenhuis woonden. De vonk sprong over bij een boom in de Drunense Duinen, een natuurgebied waar we vaak gingen wandelen en picknicken.’

‘Ineens zag ik Babette voor me uit vliegen’

‘We zijn 26 jaar samen geweest. Daar kwam een abrupt einde aan toen we op een zonnige avond de hond uitlieten. Achter ons hoorde ik een busje aankomen, maar we liepen goed aan de kant. Ineens voelde ik dat mijn hand omhoog werd getrokken en zag ik Babette voor me uit vliegen. Het busje had haar aangereden. Ik zag meteen dat het helemaal mis was. In het ziekenhuis stelden ze vast dat haar hersenen door de klap onherstelbaar waren beschadigd. Haar levenskans was nul.’

Op de foto ziet u Carl Ruijters zitten op een boomtak. Zijn vrouw doneerde haar organen.
Carl Ruijters op een boomtak in de Drunense Duinen

We stonden allemaal 100% achter donatie

‘Babette en ik waren allebei als donor geregistreerd, dat wisten we van elkaar. Al snel kwam donatie aan de orde en kort daarna kwamen 2 orgaandonatiecoördinatoren gesprekken met de hele familie voeren. Iedereen stond 100% achter donatie. Onze zoon, die toen 12 was, had alleen moeite met haar hart. Hij zei: daar zit ik in. Maar hij begreep wat donatie inhield en vond het uiteindelijk goed.’

‘Er was ook ruimte voor nee’

‘We werden overal bij betrokken en alles werd heel goed uitgelegd. Niemand was opdringerig, er was ook ruimte voor nee. We mochten Babette begeleiden tot in de operatiekamer. De chirurg zei ook: straks zie je bij de achteruitgang 6 ambulances klaarstaan. Dat was zo. De logistiek is prachtig geregeld, en het is goed dat je daarop voorbereid wordt.’

‘Er is meer dan wij beleven’

‘Voor mijn gevoel heeft Babette zich onmiddellijk na het ongeluk losgemaakt van haar lichaam. Ze is nog steeds aanwezig, maar haar ziel is uit het leven gerukt. Dat er na ons leven iets volgt, is voor mij een werkelijkheid. Er is meer dan wij beleven. Of je nou katholiek, boeddhist of moslim bent, we zeggen allemaal hetzelfde: de ziel maakt een reis.’

‘Je mag het helemaal alleen doen’

‘Rouw wordt geschreven met een o, maar voor mij is het met een a. Degene van wie ik zielsveel hield, ben ik kwijt. Het is een rauw proces. Je wordt er ineens ingegooid, je mag het op alle vlakken alleen doen. In mijn omgeving heb ik veel onhandigheid en afstand ervaren. In het begin lijkt het wel of je melaats bent, terwijl je juist behoefte hebt aan contact en troost.’

‘Alle transplantaties waren geslaagd’

‘Babette was heel levenslustig. Ze was GZ-psycholoog in de revalidatie en het laatste jaar werkte ze in de longrevalidatie. In dat licht is het jammer dat haar longen door de klap te zeer beschadigd waren voor donatie. Wel zijn haar hart, nieren, alvleesklier en lever getransplanteerd. Na 6 weken hoorden we dat alle transplantaties geslaagd waren.’

Een plek krijgen

‘Uiteindelijk zal het wel helpen dat ik weet dat die mensen nu kunnen leven dankzij Babettes organen, dat ze een beetje voortleeft. Tot nu toe is dat nog geen troost voor mij. Dat anderen blij zijn met haar organen, verzacht mijn pijn niet. Pas als ik door het verdriet heen ben, kan ik me meer naar buiten richten en zien wat Babette voor die mensen heeft betekend en hoe dat paste in haar leven.’

‘Ik ga nog steeds wekelijks naar onze boom’

‘Nog steeds ga ik elke week naar de boom in de Drunense Duinen. Het is echt onze boom. Een jaar na het overlijden van Babette hebben haar ouders en zussen ook een boom voor haar geplant, in haar geboorteplaats Voerendaal. Ook collega’s hebben een boom voor haar geplant. Een mooi symbool.’

Benieuwd naar andere persoonlijke verhalen? Lees hier nog meer ervaringen van mensen die een donororgaan of -weefsel hebben ontvangen, nabestaanden zijn van een donor of mensen die bij leven een nier of stukje van hun lever hebben afgestaan.