Vaststellen hersendood

Hersendood betekent dat alle functies van de hersenen zijn gestopt en ook nooit meer kunnen herstellen. Dit komt voor bij mensen die met een ernstige hersenbeschadiging op de intensive care zijn opgenomen. De patiënt ligt aan een beademingsapparaat. Daardoor blijven de longen nog zuurstof opnemen en blijft het hart nog kloppen. Als de beademing stopt, stopt ook het hart en de bloedsomloop.

Als u klikt op dit filmpje gaat u direct naar Youtube. Dit filmpje legt uit wat hersendood is.
Video: Hoe stellen artsen de hersendood vast?

Hoe wordt de hersendood vastgesteld? 

Wanneer de hersendood is vastgesteld betekent dat dat iemand medisch gezien èn voor de wet  is overleden. 

Bij hersendood is het volgende zeker: 

  • de hersenen, de hersenstam en het verlengde merg zijn uitgevallen 
  • er is geen elektrische activiteit in de hersenen 
  • er gaat geen bloed meer door de hersenen 
  • dit is niet terug te draaien 

Hoe ziet iemand die hersendood is er uit? 

Iemand die hersendood is en aan een beademingsapparaat ligt, ziet er heel anders uit dan hoe we een dode persoon normaal gesproken zien. Bij iemand die hersendood is, gaat de borstkas nog op en neer. Dat komt omdat een beademingsapparaat lucht in de longen blaast. Daardoor blijft het hart kloppen en het bloed stromen. Organen krijgen dan nog zuurstof en blijven zo geschikt om te transplanteren. Ook houden artsen onder andere de temperatuur en de bloeddruk van de donor kunstmatig op peil. Dat ziet er anders uit dan iemand die is overleden aan een hartstilstand. Deze persoon is stil en koud en de ademhaling is gestopt.  

Als u klikt op dit filmpje gaat u direct naar Youtube. Dit filmpje legt onder andere uit wat hersendood is.
Video: Wat is hersendood?

Wie stelt de hersendood vast? 

Degene die hersendood vaststelt, is altijd een specialist op het gebied van hersenen: een neuroloog of een neurochirurg en soms ook een kinderneuroloog. Hersendood moet altijd door meerdere artsen worden vastgesteld. De artsen die hersendood vaststellen, zijn andere artsen dan de artsen voor de transplantatie die misschien daarna nog komt. 

Hersendoodprotocol 

In de Nederlandse wet staat precies welke stappen de artsen moeten doen om te bepalen of iemand hersendood is. Ook staat er in welke volgorde ze deze stappen moeten uitvoeren. De afspraken daarover staan in het Hersendoodprotocol. Het vaststellen van hersendood gebeurt zeer zorgvuldig en nauwkeurig. Daarom volgen alle ziekenhuizen dit protocol.  

Als tijdens of na de testen blijkt dat iemand nog wel reageert of als er nog activiteit in de hersenen te meten is, dan stopt de arts met het uitvoeren van het hersendoodprotocol. De patiënt is dan niet hersendood. De familie en naasten kunnen bij deze testen aanwezig zijn. Dat bespreekt de arts met hen.  

Hersendoodprotocol

Voor de onderzoeken beginnen 

Voordat de artsen de hersendood met zekerheid kunnen vaststellen, moeten ze zeker zijn van een aantal feiten: 

  • De beschadiging van de hersenen is onomkeerbaar, en leidt met zekerheid tot overlijden. 
  • De beschadiging van de hersenen is niet te behandelen.
  • De patiënt is bewusteloos en reageert niet. Het is zeker dat dit niet komt door bijvoorbeeld medicijnen, onderkoeling of vergiftiging. Of door een reanimatie die niet gelukt is.
  • Heeft de patiënt medicijnen gekregen die invloed hebben op de werking van de hersenen? Dan voert de arts de onderzoeken pas uit nadat die medicijnen zijn uitgewerkt. De medicijnen kunnen dan geen invloed meer hebben op de onderzoeken. 
  • De patiënt heeft geen bewustzijn meer. 

Is dit allemaal zeker? Dan doen de artsen de testen uit het Hersendoodprotocol om hersendood vast te stellen. Blijkt ook uit alle testen uit het Hersendoodprotocol dat de persoon hersendood is? Dan stellen de artsen definitief de hersendood vast. 

De familie en naasten kunnen bij deze testen aanwezig zijn. Dat bespreekt de arts met hen. Soms raden artsen dat af. Soms raden artsen het juist aan. De familie ziet dan zelf dat de persoon helemaal niet reageert.

Wat wordt onderzocht?  

Artsen doen een aantal testen om het volgende te kunnen vaststellen:  

  • er is geen hersenstamreflex, dat wil zeggen de hersenstam reageert niet meer op prikkels; 
  • er is geen elektrische activiteit in de hersenen meer, en er gaat geen bloed door de hersenen; 
  • de persoon kan niet meer zelf ademhalen. 

Er zijn altijd meerdere artsen die de testen en onderzoeken doen. Samen duren die meestal een paar uur. De artsen doen deze testen in 3 stappen:  

Stap 1. Onderzoek om te kijken of er nog reflexen (reacties) zijn in de hersenstam 

Bij deze testen probeert de arts een reactie uit te lokken. Deze reacties noemen we reflexen. Het zijn reacties die altijd voorkomen bij iemand als de hersenen nog werken. 

  • De arts schijnt met een lampje in de pupillen van de persoon. Hij controleert of de pupillen kleiner worden. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex. 
  • De arts strijkt met een wattenstaafje over het oog van de persoon terwijl hij het oog open houdt. Hij controleert of de donor knijpt of knippert met de ogen. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex. 
  • De arts draait het hoofd van de persoon snel van links naar rechts. Hij controleert of de ogen meebewegen met het hoofd. Gebeurt dat niet? Dan is er geen reflex. 
  • De arts spuit een beetje ijskoud water in de oren van de persoon. Hij controleert of de ogen bewegen. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex. 
  • De arts beweegt het buisje van het beademingsapparaat in de keel. Of hij zuigt de luchtpijp uit met een zuigapparaatje. Hij controleert dan of de persoon moet hoesten. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex. 

Als de patiënt op één van deze onderzoeken wel reageert, dan is hij niet hersendood. Het onderzoek stopt dan. Reageert hij op geen enkele prikkel, dan gaat het onderzoek verder. 

Stap 2. Onderzoek of er nog  elektrische activiteit of bloed door de hersenen gaat 

Zijn er geen reacties op de eerdere onderzoeken? Dan onderzoekt de arts of er nog elektrische activiteit in de hersenen is en of er nog bloed door de hersenen gaat. Dit gebeurt met één van de volgende drie onderzoeken: 

  • Een Electro-encefalografie (EEG). Dit onderzoek meet of er nog elektrische activiteit is. 
  • Een Transcranieel Doppleronderzoek (TCD). Dit onderzoek meet of er bloed door de hersenen gaat. 
  • Een CT angiografie (CTA). Dit onderzoek meet of er bloed door de hersenen gaat. 

Als uit dit onderzoek blijkt dat er geen delen van de hersenen meer werken of als is gebleken dat er geen bloed meer door de hersenen stroomt, moet aansluitend worden onderzocht of de patiënt nog uit zichzelf kan ademen.  

3. Onderzoek naar de ademhaling 

Als laatste onderzoekt de arts of de patiënt nog zelf kan ademen. Dit onderzoek heet een apneutest. Hierbij gaat de de persoon korte tijd van het beademingsapparaat af, om te controleren of hij zelf gaat ademen. Dit onderzoek mag alleen worden gedaan door een arts die deskundig is op het gebied van ademhalingsstoornissen. 

Via het beademingsapparaat zorgt de arts er eerst voor dat er veel zuurstof in het bloed zit. Zo weet de arts zeker dat er geen zuurstof tekort kan zijn.  

Dan gaat het beademingsapparaat uit. Daarbij meet de arts in de luchtpijp of er adem is. Tegelijkertijd meet de arts de hele tijd de hoeveelheid zuurstof in het bloed. Als die te snel daalt of onder een bepaald niveau komt, stopt de test. Dan kan de arts geen hersendood vaststellen. Kan de arts de test wel afmaken en is de patiënt niet zelf gaan ademen? Dan is het zeker dat de persoon hersendood is. Dat moment geldt ook als het officiële tijdstip waarop hij is overleden. Daarna sluit de arts het beademingsapparaat weer aan om de organen van de donor geschikt te houden tot de donoroperatie

Hoe gaat de donoroperatie?

Veelgestelde vragen over hersendood

Wat is het verschil tussen hersendood en coma? 

Bij hersendood is er geen elektrische activiteit meer in de hersenen. En die kan ook niet meer terugkomen. Bij coma is er nog wel elektrische activiteit in de hersenen. Dit betekent dat de hersenen nog (voor een deel) werken. De verschillen tussen coma en hersendood kunnen klein zijn. Maar het Hersendoodprotocol zorgt er juist voor dat hersendood met zekerheid en zonder twijfel kan worden vastgesteld.  

Op dit plaatje ziet u drie EEG-afbeelden die het verschil aantonen in de hersenactiviteit van een gezond persoon, van iemand in coma en van iemand die hersendood is
Verschil hersenactiviteit

Kun je weer herstellen na hersendood? 

Niemand kan beter worden nadat de hersendood zeker is. Bij hersendood werken de hersenen helemaal niet meer. En ze kunnen ook niet meer herstellen. Dat wordt getest en vastgesteld met het Hersendoodprotocol. Bij een coma is het wel mogelijk dat iemand nog bijkomt. Comapatiënten kunnen zelfs helemaal herstellen, al is dat zeldzaam. 

Er bestaan verhalen over mensen die na hersendood weer hersteld zouden zijn. Deze verhalen kloppen niet. Iemand die hersendood is, kan nooit meer herstellen. 

In Nederland is er een verplicht Hersendoodprotocol dat artsen in alle ziekenhuizen zorgvuldig en nauwkeurig doorlopen om de hersendood vast te stellen. Pas als dat protocol helemaal is doorlopen, kan hersendood worden vastgesteld. Bij alle verhalen die wij kennen over mensen die hersteld zouden zijn was dit protocol niet of niet helemaal doorlopen. De hersendood was dus ook niet vastgesteld. De mensen uit de verhalen waren niet hersendood, maar in een diep coma. 

Is de term hersendood bedacht om orgaandonatie mogelijk te maken? 

Nee. De term hersendood is ontstaan om aan te geven wat er aan de hand was met patiënten die beademd werden, maar niet meer wakker werden. Vóór 1950 dacht men dat het vaststellen van de dood eenvoudig was. Als je hart niet meer klopte en je ademde niet meer, dan was je dood. In 1950 werd het mogelijk om deze lichaamsfuncties door machines te laten overnemen. Patiënten konden aan de apparatuur blijven waarmee de ademhaling in stand bleef, ook als herstel niet meer mogelijk was. Bij een deel van deze patiënten bleek ook de hersenstam niet meer te werken. Zij waren hersendood. De term die men daar toen voor gebruikte, was ‘coma dépassé’. Ofwel ‘voorbij bewusteloosheid’. Het concept hersendood is dus niet bedacht om orgaandonatie mogelijk te maken. Hersendood wordt tegenwoordig wel alleen nog vastgesteld voor orgaandonatie. 

Kan iemand nog pijn voelen wanneer hersendood is vastgesteld? 

Om pijn te kunnen voelen, moet de hersenstam nog actief zijn. Dat is het centrale doorgeefluik van alle lichamelijke prikkels. Als iemand zich pijn doet, bijvoorbeeld door zijn hand te branden, zorgt de hersenstam ervoor dat hij de pijn voelt. Bij mensen die hersendood zijn, is de hersenstam onherstelbaar verwoest. Iets voelen is dan uitgesloten. 

Blijft iemand die geen donor wordt, nog aan de beademing? 

In Nederland mag niemand onnodig aan de beademing blijven liggen. Dat is zinloos medisch handelen. De arts is wettelijk verplicht om de behandeling te stoppen. De beademing wordt dan stopgezet en de tests uit het Hersendoodprotocol worden bij de patiënt dan niet uitgevoerd. 

Orgaandonatie bij iemand die hersendood is 

Bekijk de stappen die worden genomen bij iemand die hersendood is in deze infographic. Alle stappen die genomen worden bij een orgaandonatie procedure staan ook in de tekst hieronder. 

Als u op dit plaatje klikt gaat u naar een poster met uitleg over hersendood.
Download de poster

Meer weten over orgaandonatie?

Heeft deze informatie u geholpen? Ja deze informatie heeft mij geholpen