3. Donorregister raadplegen en vervolgstappen bepalen

3.1. Raadplegen Donorregister

3.1.1 Wanneer raadplegen?

De Wod verplicht artsen in ziekenhuizen en verpleeginrichtingen om altijd het Donorregister te raadplegen als een patiënt:

  • geschikt is als orgaan- en/of weefseldonor en er een gerede kans is dat hij binnen afzienbare tijd overlijdt; of
  • geschikt is als weefseldonor en net is overleden.

Overlijdt een patiënt buiten het ziekenhuis en bent u hier als huisarts of andere extramurale arts bij betrokken? Dan is het uw professionele verantwoordelijkheid om het Donorregister te raadplegen.

Raadpleeg het Donorregister voordat het gesprek over donatie met de familie plaatsvindt.

Wilsverklaring

Het Donorregister moet ook geraadpleegd worden als er bij de patiënt een andere wilsverklaring is aangetroffen. Dit is nodig om te controleren of de wilsverklaring niet strijdig is met de registratie in het Donorregister. U leest hier meer over in paragraaf 3.1.2.

Het Donorregister hoeft niet geraadpleegd te worden als:

  • de patiënt niet voldoet aan de criteria voor orgaan- en weefseldonatie of als er algemene contra-indicaties zijn (zie Deel 1: Orgaandonatie, Hoofdstuk 2. Donorherkenning of Deel 2: Weefseldonatie, Hoofdstuk 2 Donorherkenning).
    • Bel bij twijfel over de geschiktheid naar het Orgaancentrum: 071 579 57 95.
  • de patiënt jonger is dan 12 jaar.
    • Er gelden dan speciale regels voor toestemming (zie paragraaf 3.4).
  • de identiteit onbekend is en het daarom niet mogelijk is om het register te raadplegen.
    • Donatie is dan niet toegestaan.
  • de potentiële donor langer dan 24 uur geleden is overleden.
    • Donatie is dan niet meer mogelijk.

Raadpleeg het Donorregister ook bij niet-Nederlanders

De Wod geldt voor iedereen die in Nederland overlijdt, dus ook voor personen die niet (standaard) in Nederland wonen of die niet de Nederlandse nationaliteit hebben.

Personen die een halfjaar twee derde van  de  tijd rechtmatig in  Nederland wonen, kunnen zich registreren in het Donorregister. Ook asielzoekers die in de procedure zitten voor een (permanente) verblijfsvergunning, kunnen zich registreren. Daarom moet bij buitenlanders die langer in Nederland verblijven het Donorregister geraadpleegd worden. Daarnaast moet het ziekenhuis redelijke inspanningen verrichten om na te gaan of er een handgetekende verklaring of donorcodicil aanwezig is. Is de persoon niet geregistreerd   en heeft hij geen handgetekende verklaring of donorcodicil achtergelaten? Dan moeten de nabestaanden t/m de 2e graad beslissen over donatie. Zijn deze niet bereikbaar, dan is donatie niet toegestaan.

Personen die tijdelijk in Nederland zijn, bijvoorbeeld vanwege een vakantie, kunnen ook donor zijn. De Nederlandse wetgeving is dan van toepassing. De nabestaanden t/m de 2e graad moeten toestemming geven voor de donatie. Zijn deze niet bereikbaar, dan vindt er geen donatie plaats.

3.1.2 Wat als er een wilsverklaring is?

De patiënt kan zijn wens ook in een eigen wilsverklaring hebben vastgelegd. Is dat het geval, dan moet de functionaris zich inspannen om uitvoering te geven aan de wens die in de wilsverklaring staat. Deze verklaring is geldig als er een naam, datum en handtekening op staan. De functionaris moet deze verklaring altijd met de naasten van de patiënt bespreken.

Is een dergelijke eigen wilsverklaring van de patiënt aanwezig, dan moet de functionaris nog steeds het Donorregister raadplegen. Het doel daarvan is om te controleren of de wilsverklaring niet strijdig is met de registratie in het Donorregister. Is dat wel het geval of zijn er van een patiënt meerdere tegenstrijdige wilsverklaringen aanwezig? Dan is het uitgangspunt dat de meest recente registratie of wilsverklaring geldig is.

LET OP: In een uitzonderlijke situatie kan het voorkomen dat de patiënt in het Donorregister geregistreerd staat met ‘ja’ of ‘geen bezwaar’ en dat de gevonden wilsverklaring daarmee niet overeenstemt. In dat geval geldt de eigen wilsverklaring (die door de patiënt zelfstandig is opgesteld), ook als die verklaring minder recent is dan de registratie in het Donorregister. Dit heeft de wetgever zo beslist.

3.1.3 Wie mag het Donorregister raadplegen?

Het ziekenhuis beslist welke beroepsgroepen of functionarissen het Donorregister mogen raadplegen. Wie hiertoe in uw ziekenhuis bevoegd is, is te lezen op het inlegvel in Bijlage 1.

Voor raadpleging van het Donorregister is een registratie in het BIG-register noodzakelijk. Het ziekenhuis kan ervoor kiezen om ook werknemers zonder BIG-registratie de bevoegdheid te geven om het Donorregister te raadplegen. Dit mag alleen als deze medewerkers het register raadplegen onder de verantwoordelijkheid van een professional met een BIG-registratie.

3.1.4 Hoe raadplegen?

De functionaris kan het Donorregister raadplegen door te bellen naar het Orgaancentrum: 071 579 57 95. Het Orgaancentrum is intermediair voor het raadplegen van het register. De functionaris kan niet rechtstreeks in het Donorregister kijken.

Voor het raadplegen van het Donorregister zijn de volgende gegevens nodig:

  • Aanvragend functionaris
    • Naam (en indien van toepassing: naam van de werknemer die namens de functionaris het register raadpleegt)
    • Discipline
    • BIG-registratienummer
    • Telefoonnummer waarop deze contactpersoon bereikbaar is
  • Instelling
    • Naam
    • Adres
  • Patiënt
    • BSN
    • Achternaam
    • Voorvoegsels
    • Voorletters
    • Geboortedatum
  • Geslacht
  • Adres

Tijdens de telefonische raadpleging kan de medewerker van het Orgaancentrum eerst enkele medische vragen stellen. Het doel hiervan is om de meest voorkomende contra- indicaties voor donatie uit te sluiten. Dit duurt ongeveer 5 minuten. Zijn er geen contra- indicaties aanwezig? Dan raadpleegt de medewerker het Donorregister en geeft hij de uitslag telefonisch door. Daarbij geeft de medewerker ook aan voor welke organen en/of weefsels toestemming is gegeven en voor welke niet.

De donatiecoördinator van het ziekenhuis ontvangt de uitslag van de raadpleging digitaal via een beveiligd mailsysteem. Deze uitslag moet worden opgenomen in het patiëntendossier. De uitslag moet 15 jaar bewaard blijven, ook als een raadpleging uiteindelijk niet heeft geleid tot een donatieprocedure.

Gesprekken met het Orgaancentrum worden vastgelegd op band vanwege scholingsdoeleinden, om het gesprek terug te kunnen luisteren en voor archivering.