Ga naar de inhoud

Als de donor hersendood is

Hersendood is een heel letterlijk woord: de hersenen zijn dood. Het lichaam wordt kunstmatig beademd. Hierdoor blijven hart, longen, lever, alvleesklier, nieren en dunne darm geschikt voor transplantatie. Iemand die hersendood is kan geen pijn meer voelen en heeft geen bewustzijn meer. Om iets te kunnen voelen, moet namelijk de hersenstam nog actief zijn. Dat is het centrale doorgeefluik van alle prikkels.

Lees wat hersendood precies betekent en hoe artsen het vaststellen bij iemand die orgaandonor kan zijn. Als een donor die hersendood is organen doneert, heet dit ook wel Donation after Brain Death (DBD).

Wat is hersendood?

Hersendood betekent dat alle functies van de hersenen zijn gestopt en ook nooit meer kunnen herstellen. Iemand is met deze hersenbeschadiging op de intensive care van een ziekenhuis gekomen. De hersenbeschadiging is vaak ontstaan door een ernstig ongeluk of door een ernstige beroerte of hersenbloeding. Deze persoon heeft geen bewustzijn meer en hij kan geen pijn meer voelen. Hij ligt aan een beademingsapparaat. Daardoor blijft het hart nog wel kloppen. Er stroomt bloed door het lichaam en het lichaam blijft warm.

Bij hersendood is het volgende zeker:

  • alle delen van de hersenen zijn dood
  • de hersenen kunnen niet meer herstellen
  • er is geen elektrische activiteit in de hersenen
  • er gaat geen bloed meer door de hersenen
  • dit is onomkeerbaar

Wanneer is het zeker dat iemand hersendood is?

In Nederland zijn er heel precieze afspraken waaraan artsen zich moeten houden om te bepalen of iemand hersendood is. Bij het vaststellen van hersendood mag natuurlijk niets fout gaan. Artsen werken daarom altijd op dezelfde manier. Alle afspraken daarover staan in het Hersendoodprotocol, te vinden in het overzicht met protocollen

In de wet staat dat er zo’n vaste procedure moet zijn. En dat alle ziekenhuizen zich eraan moeten houden. In de procedure staan alle onderzoeken die artsen stap voor stap moeten uitvoeren om hersendood vast te stellen. 

Waarom ligt een hersendode donor aan een beademingsapparaat?

Het lichaam van de hersendode donor ligt aan een beademingsapparaat omdat daardoor zuurstofrijk bloed door het lichaam blijft stromen. Daardoor blijven organen geschikt voor orgaandonatie. Alleen van een hersendode donor kunnen alle organen gebruikt worden voor een transplantatie. 

Is hersendood wel dood?

Het woord ‘hersendood’ roept veel vragen op. Is iemand wel helemaal dood als alleen de hersenen het niet meer doen? Het antwoord daarop is ‘ja’. Iemand die hersendood is, is dood. Hij kan niet meer herstellen. Dat is anders dan bijvoorbeeld bij coma.

Iemand die hersendood is en aan het beademingsapparaat ligt, ziet er heel anders uit dan hoe we een dode normaal gesproken zien. Iemand die is overleden aan een hartstilstand, is stil en koud en ademt niet meer. Bij iemand die hersendood is, gaat de borstkas op en neer. Dat komt doordat een beademingsapparaat lucht in de longen blaast. Daardoor blijft het hart kloppen en het bloed stromen. Ook houden artsen onder andere de temperatuur en de bloeddruk van de donor kunstmatig op peil.

Volgens de medische wetenschap is iemand die hersendood is, echt dood. Ook voor de wet is hij dood. Stelt een arts vast dat iemand hersendood is? Dan is dat het officiële tijdstip waarop iemand is overleden.

Toch past dit voor sommige mensen niet bij hoe ze denken over het leven. Er zijn bijvoorbeeld mensen die geloven dat iemands ziel dan nog zit in het bloed of in de organen. De medische wetenschap kan daar niets over zeggen. 

Hoe stellen artsen hersendood vast?

Een arts stelt vast dat de donor hersendood is na een aantal onderzoeken. Door deze onderzoeken zijn de volgende dingen zeker:

  • De beschadiging van de hersenen is dodelijk.
  • De beschadiging van de hersenen is niet te behandelen. 
  • De donor is bewusteloos en reageert niet. Maar dat komt niet door bijvoorbeeld medicijnen, onderkoeling of vergiftiging. Of door een reanimatie die niet gelukt is. 
  • Heeft de donor medicijnen gekregen die invloed hebben op de werking van de hersenen? Dan voert de arts de onderzoeken pas uit nadat die medicijnen zijn uitgewerkt. De medicijnen kunnen dan geen invloed meer hebben op de onderzoeken.  
  • De donor heeft geen bewustzijn meer.

Is dit allemaal zeker? Dan doen de artsen nog de testen uit het Hersendoodprotocol om hersendood vast te stellen. Ze mogen die testen pas beginnen als de dingen hierboven zeker zijn en niet eerder. Blijkt ook uit alle testen uit het Hersendoodprotocol dat de donor hersendood is? Dan stellen de artsen definitief de hersendood vast. 

Welke testen doen artsen om hersendood vast te stellen?

Artsen doen een aantal testen om het volgende te kunnen vaststellen: 

  • De donor heeft geen hersenstamreflex.
  • Er is geen elektrische activiteit in de hersenen meer, en er gaat geen bloed door de hersenen.
  • De donor kan niet meer zelf ademhalen.

In het hersendoodprotocol staat welke testen de artsen moeten doen en in welke volgorde. Als uit de testen blijkt dat iemand nog wel reageert of als er nog activiteit in de hersenen te zien is, dan stopt de arts met verder onderzoek. De donor is dan niet hersendood.

De artsen doen het onderzoek in 3 stappen. Samen duren die meestal een paar uur. Er zijn altijd meerdere artsen die de testen doen.

1.    Reflexen onderzoeken

Bij de testen probeert de arts bij de donor een reactie uit te lokken. Deze reacties noemen we reflexen. Het zijn reacties die bij levende mensen altijd voorkomen. Als ze bij de donor niet voorkomen, laat dat zien dat er geen activiteit in de hersenen is:

  • De arts schijnt met een lampje in de pupillen van de donor. Hij controleert of de pupillen kleiner worden door een reflex. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex.
  • De arts strijkt met een wattenstaafje over het oog van de donor terwijl hij het oog open houdt. Hij controleert of de donor knijpt of knippert met de ogen door een reflex. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex.
  • De arts draait het hoofd van de donor snel van links naar rechts. Hij controleert of de ogen meebewegen met het hoofd. Gebeurt dat? Dan is er geen reflex.
  • De arts spuit een beetje ijskoud water in de oren van de donor. Hij controleert of de ogen van de donor bewegen. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex.
  • De arts beweegt het buisje van het beademingsapparaat in de keel van de donor. Of hij zuigt de luchtpijp uit met een zuigapparaatje. Hij controleert of de donor moet hoesten. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex.

Als de donor op een van deze onderzoeken wel reageert, dan is hij niet hersendood. Het onderzoek stopt dan.  Reageert de donor op geen enkele prikkel, dan gaat het onderzoek verder.

2.    Hersenactiviteit onderzoeken

Geeft de donor geen reactie op het onderzoek naar reflexen? Dan onderzoekt de arts of de donor nog elektrische activiteit in de hersenen heeft en of er nog bloed door de hersenen gaat. Dit gebeurt met een van de volgende drie onderzoeken:

  • Een Electro-encefalografie (EEG). Dit meet of er elektrische activiteit is.
  • Een Transcranieel Doppleronderzoek (TCD). Dit meet of er bloed door de hersenen gaat.
  • Een CT angiografie (CTA). Dit meet of er bloed door de hersenen gaat.

3.    Ademhaling onderzoeken

Als laatste onderzoekt de arts of de donor nog zelf kan ademen. Dit onderzoek heet een apneutest. Hierbij gaat de donor korte tijd van het beademingsapparaat af, om te controleren of hij zelf gaat ademen. 

Via het beademingsapparaat zorgt de arts eerst dat er veel zuurstof in het bloed van de donor zit. Dan gaat het beademingsapparaat uit. De hoeveelheid zuurstof in het bloed mag daarna binnen een bepaald aantal minuten dalen, zonder dat het schadelijk is voor de donor. De test duurt een aantal minuten om met zekerheid te kunnen vaststellen of de donor wel of niet zelf gaat ademen. Daarbij meet de arts in de luchtpijp van de donor of er adem is. Tegelijkertijd meet de arts de hele tijd de hoeveelheid zuurstof in het bloed van de donor. Als die te snel daalt en onder een bepaald niveau komt, stopt de test. Dan kan de arts geen hersendood vaststellen. 

Kan de arts de test wel afmaken en is de donor niet zelf gaan ademen? Dan is het zeker dat de donor hersendood is. Dat moment geldt ook als het officiële tijdstip waarop hij is overleden.

Daarna sluit de arts het beademingsapparaat weer aan om de organen van de donor geschikt te houden tot de donoroperatie.

Wat voelt een donor van de onderzoeken?

Mensen die hersendood zijn, kunnen niets van deze onderzoeken voelen. Dit komt doordat de hersenen niet meer werken. 

Mag de familie bij deze testen zijn?

Familie mag bij de testen aanwezig zijn. Soms raden artsen familie af om erbij te zijn. Het kan akelig zijn om te zien dat iemand helemaal niet reageert op iets wat je zelf niet prettig zou vinden. Soms raden artsen het juist aan. De familie ziet dan zelf dat de donor helemaal niet reageert. 

Wie doet het onderzoek om hersendood vast te stellen?

Degene die hersendood vaststelt, is een specialist op het gebied van hersenen: een neuroloog of een neurochirurg en soms ook een kinderneuroloog. Het kan ook de arts van de intensive care zijn. Hersendood moet altijd door meerdere artsen worden vastgesteld.

Wat is het verschil tussen hersendood en coma?

Bij hersendood is er geen elektrische activiteit meer in de hersenen. En die kan ook niet meer terugkomen. Bij coma is er nog wel elektrische activiteit in de hersenen. Dit betekent dat de hersenen nog werken. De verschillen tussen coma en hersendood kunnen klein zijn. Maar het hersendoodprotocol zorgt er juist voor dat hersendood zonder twijfel kan worden vastgesteld.

Kun je weer ‘opstaan’ uit hersendood?

Niemand kan opstaan of wakker worden uit hersendood. Bij een coma is het soms wel mogelijk dat iemand daaruit bijkomt. Comapatiënten kunnen zelfs nog herstellen, al is dat heel zeldzaam. Maar bij hersendood werken de hersenen helemaal niet meer. En ze kunnen ook niet meer herstellen.

Wat klopt er van verhalen over mensen die na hersendood weer zijn bijgekomen?

Er bestaan verhalen over mensen die na hersendood weer hersteld zijn. In Nederland hebben we een hersenprotocol. Als het ziekenhuis het hersendoodprotocol goed en volledig uitvoert, is vergissen niet mogelijk. 

Bij alle verhalen die wij kennen, was de patiënt niet hersendood maar in een diepe coma. Bijvoorbeeld ook meneer Kerkhoffs, die er een boek over schreef: Droomvlucht in coma. Hij herstelde gelukkig weer helemaal na een diepe coma. Helaas had volgens hem het ziekenhuis al wel met zijn familie gesproken over orgaandonatie. 

Kan iemand nog wel donor zijn als de hersendood niet kan worden vastgesteld?

Als iemand van het beademingsapparaat af gaat en binnen twee uur overlijdt aan een hartstilstand, kan hij nog orgaandonor zijn. Alleen het hart kan hij dan niet meer doneren.

Meer weten?

In de animatie hieronder zie je hoe het hersendoodprotocol gaat. In het filmpje vertelt neuroloog Kremer over hersendood en het verschil met coma.

Daaronder zie je 3 voorbeelden van een meting van de elektrische activiteit van hersenen:

  • van een gezond persoon
  • van iemand in coma
  • van iemand die hersendood is

Hersenactiviteit en hersendood