Vaststellen hersendood

In Nederlandse wet staat precies welke stappen de artsen moeten doen om te bepalen of iemand hersendood is. Ook staat er precies in welke volgorde ze moeten aanhouden. Bij het vaststellen van hersendood mag natuurlijk niets fout gaan. De afspraken daarover staan in het Hersendood­protocol. Alle ziekenhuizen volgen dit protocol. 

Er zijn veel fabels over hersendood. Maar wat is waar of juist niet waar? Lees hier de feiten.

Bij hersendood is het volgende zeker:

  • de hersenen, de hersenstam en het verlengde merg zijn uitgevallen
  • er is geen elektrische activiteit in de hersenen
  • er gaat geen bloed meer door de hersenen
  • dit is niet terug te draaien
In dit filmpje ziet u wat hersendood is en hoe de testen worden gedaan om hersendood vast te stellen
Wat is hersendood?

Iemand die hersendood is en aan het beademingsapparaat ligt, ziet er heel anders uit dan hoe we een dode persoon normaal gesproken zien. Bij iemand die hersendood is, gaat de borstkas op en neer. Dat komt doordat een beademingsapparaat lucht in de longen blaast. Daardoor blijft het hart kloppen en het bloed stromen. Ook houden artsen onder andere de temperatuur en de bloeddruk van de donor kunstmatig op peil. Iemand die is overleden aan een hartstilstand, is stil en koud en ademt niet meer.

Hersendood is echt dood

Volgens de medische wetenschap is iemand die hersendood is, echt dood. Ook voor de wet is hij dood. Stelt een arts vast dat iemand hersendood is? Dan is dat het officiële tijdstip waarop iemand is overleden. Toch past dit voor sommige mensen niet bij hoe ze denken over het leven. Er zijn bijvoorbeeld mensen die geloven dat iemands ziel dan nog zit in het bloed of in de organen. De medische wetenschap kan daar niets over zeggen. 

Onderzoeken

Een team van artsen met daarin altijd een specialist op het gebied van hersenen (een neuroloog, neurochirurg) stelt na een aantal verplichte onderzoeken vast dat de donor hersendood is. Voordat artsen de hersendood kunnen vaststellen moeten ze zeker zijn van een aantal zaken: 

  • De beschadiging van de hersenen is dodelijk
  • De beschadiging van de hersenen is niet te behandelen 
  • De donor is bewusteloos en reageert niet. Het is zeker dat het niet komt door bijvoorbeeld medicijnen, onderkoeling of vergiftiging. Of door een reanimatie die niet gelukt is 
  • Heeft de donor medicijnen gekregen die invloed hebben op de werking van de hersenen? Dan voert de arts de onderzoeken pas uit nadat die medicijnen zijn uitgewerkt. De medicijnen kunnen dan geen invloed meer hebben op de onderzoeken 
  • De donor heeft geen bewustzijn meer

Is dit allemaal zeker? Dan doen de artsen nog de testen uit het Hersendoodprotocol om hersendood vast te stellen. Ze mogen die testen pas beginnen als de dingen hierboven zeker zijn, en nooit eerder. Blijkt ook uit alle testen uit het Hersendoodprotocol dat de donor hersendood is? Dan stellen de artsen definitief de hersendood vast 

Hoe wordt hersendood vastgesteld?

Artsen doen een aantal testen om het volgende te kunnen vaststellen: 

  • de donor heeft geen hersenstamreflex, dat wil zeggen de hersenstam reageert niet meer op prikkels;
  • er is geen elektrische activiteit in de hersenen meer, en er gaat geen bloed door de hersenen;
  • de donor kan niet meer zelf ademhalen.

In het Hersendoodprotocol staat welke testen de artsen moeten doen en in welke volgorde. Als uit de testen blijkt dat iemand nog wel reageert of als er nog activiteit in de hersenen te zien is, dan stopt de arts met het uitvoeren van het hersendoodprotocol. De donor is dan niet hersendood.

De familie mag bij deze testen aanwezig zijn. Soms raden artsen dat af. Het kan akelig zijn om te zien dat iemand helemaal niet reageert op iets wat u zelf niet prettig zou vinden. Soms raden artsen het juist aan. De familie ziet dan zelf dat de donor helemaal niet reageert.

Welke testen doen artsen om hersendood vast te stellen?

In het Hersendoodprotocol staat welke testen de artsen moeten doen om de hersendood te kunnen vaststellen en in welke volgorde. Als uit deze testen blijkt dat iemand nog reageert of als er nog activiteit in de hersenen te zien is, dan stopt de arts met verder onderzoek. De donor is dan niet hersendood.

De artsen doen het onderzoek in 3 stappen. Samen duren die meestal een paar uur. Er zijn altijd meerdere artsen die de testen en onderzoeken doen.

1. Onderzoek om te kijken of er nog reflexen (reacties) zijn in de hersenstam

Bij deze testen probeert de arts bij de donor een reactie uit te lokken. Deze reacties noemen we reflexen. Het zijn reacties die altijd voorkomen bij iemand als de hersenen nog werken.

  • De arts schijnt met een lampje in de pupillen van de donor. Hij controleert of de pupillen kleiner worden. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex.
  • De arts strijkt met een wattenstaafje over het oog van de donor terwijl hij het oog open houdt. Hij controleert of de donor knijpt of knippert met de ogen. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex.
  • De arts draait het hoofd van de donor snel van links naar rechts. Hij controleert of de ogen meebewegen met het hoofd. Gebeurt dat niet? Dan is er geen reflex.
  • De arts spuit een beetje ijskoud water in de oren van de donor. Hij controleert of de ogen van de donor bewegen. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex.
  • De arts beweegt het buisje van het beademingsapparaat in de keel van de donor. Of hij zuigt de luchtpijp uit met een zuigapparaatje. Hij controleert dan of de donor moet hoesten. Gebeurt dit niet? Dan is er geen reflex.

Als de donor op een van deze onderzoeken wel reageert, dan is hij niet hersendood. Het onderzoek stopt dan. Reageert de donor op geen enkele prikkel, dan gaat het onderzoek verder.

2. Aanvullende onderzoeken

Zijn er geen reacties op de eerdere onderzoeken? Dan onderzoekt de arts of de donor nog elektrische activiteit in de hersenen heeft en of er nog bloed door de hersenen gaat. Dit gebeurt met één van de volgende drie onderzoeken:

  • Een Electro-encefalografie (EEG). Dit onderzoek meet of er nog elektrische activiteit is.
  • Een Transcranieel Doppleronderzoek (TCD). Dit onderzoek meet of er bloed door de hersenen gaat.
  • Een CT angiografie (CTA). Dit onderzoek meet of er bloed door de hersenen gaat.

Als uit dit onderzoek blijkt dat er geen delen van de hersenen meer werken of als  is gebleken dat er geen bloed meer door de hersenen stroomt dan moet worden onderzocht of de patiënt nog uit zichzelf kan ademen. Dat gebeurt daarna.

3. Ademhaling onderzoeken

Als laatste onderzoekt de arts of de donor nog zelf kan ademen. Dit onderzoek heet een apneutest. Hierbij gaat de donor korte tijd van het beademingsapparaat af, om te controleren of hij zelf gaat ademen. Dit onderzoek mag alleen worden gedaan door een arts die deskundig is op het gebied van ademhalingsstoornissen.

Via het beademingsapparaat zorgt de arts eerst voor dat er veel zuurstof in het bloed van de donor zit. Zo weet de arts zeker dat er geen zuurstof tekort kan zijn. Dan gaat het beademingsapparaat uit. Daarbij meet de arts in de luchtpijp van de donor of er adem is. Tegelijkertijd meet de arts de hele tijd de hoeveelheid zuurstof in het bloed van de donor. Als die te snel daalt of onder een bepaald niveau komt, stopt de test. Dan kan de arts geen hersendood vaststellen.

Kan de arts de test wel afmaken en is de donor niet zelf gaan ademen? Dan is het zeker dat de donor hersendood is. Dat moment geldt ook als het officiële tijdstip waarop hij is overleden. Daarna sluit de arts het beademingsapparaat weer aan om de organen van de donor geschikt te houden tot de donoroperatie.

De wijze waarop de hersendood is vastgesteld, moet altijd worden vastgelegd in een officiële verklaring. De artsen die de onderzoeken hebben gedaan ondertekenen deze verklaring.

Dit filmpje laat zien hoe en met welke testen artsen de hersendood vaststellen
Hoe stellen artsen de hersendood vast?

Wat is het verschil tussen hersendood en coma?

Bij hersendood is er geen elektrische activiteit meer in de hersenen. En die kan ook niet meer terugkomen. Bij coma is er nog wel elektrische activiteit in de hersenen. Dit betekent dat de hersenen nog (voor een deel) werken. De verschillen tussen coma en hersendood kunnen klein zijn. Maar het Hersendoodprotocol zorgt er juist voor dat hersendood met zekerheid en zonder twijfel kan worden vastgesteld. 

Hieronder ziet u 3 voorbeelden van metingen van de elektrische activiteit van de hersenen:

  • van een gezond persoon
  • van iemand in coma
  • van iemand die hersendood is

Hier worden drie EEG-afbeelden die het verschil aantonen in de hersenactiviteit van een gezond persoon, van iemand in coma en van iemand die hersendood is.

Op dit plaatje ziet u drie EEG-afbeelden die het verschil aantonen in de hersenactiviteit van een gezond persoon, van iemand in coma en van iemand die hersendood is
Verschil hersenactiviteit

Beter worden na hersendood?

Niemand kan beter worden van hersendood. Bij hersendood werken de hersenen helemaal niet meer. En ze kunnen ook niet meer herstellen. Dat wordt getest met het Hersendoodprotocol. Bij een coma is het wel mogelijk dat iemand nog bijkomt. Comapatiënten kunnen zelfs helemaal herstellen, al is dat zeldzaam.

Verhalen over mensen die na hersendood weer zijn bijgekomen

Er bestaan verhalen over mensen die na hersendood weer hersteld zouden zijn. Deze verhalen kloppen niet. Iemand die hersendood is, kan nooit meer herstellen.

In Nederland is er een verplicht Hersendoodprotocol. Als dat protocol helemaal is doorlopen, dán pas kan hersendood worden vastgesteld. Bij alle verhalen die wij kennen, was dit protocol niet of niet helemaal doorlopen. De mensen uit de verhalen waren niet hersendood, maar in een diep coma.

Dit was bijvoorbeeld het geval bij Jan Kerkhoffs, die er een boek over schreef: ‘Droomvlucht in coma’. Hij herstelde gelukkig weer helemaal na een diep coma. Helaas had volgens hem het ziekenhuis al wel met zijn familie gesproken over orgaandonatie, wat voor de verwarring zorgde.

Gegevens van donoren die hersendood waren

Als er kans is dat een donor een of meer organen kan doneren, werken Nederlandse ziekenhuizen volgens vaste procedures. De Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) houdt daar gegevens over bij.

Hier vindt u de cijfers van de donoren die hersendood waren: 

Donoren 2015 2016 2017 2018 2019
Totaal aantal donoren aangemeld 130 123 120 118 109
Van wie organen getransplanteerd zijn 126 117 108 116 103
Alleen nier(en) gegeven 9 4 7 1 8
Geen nieren, wel ander orgaan 6 7 10 9 7
Meer dan 1 orgaan gegeven 111 106 91 106 88
Percentage van totaal 88% 91% 84% 91% 85%

Meer weten over orgaandonatie?

Heeft deze informatie u geholpen? Ja deze informatie heeft mij geholpen